Immigratie

HET VREEMDELINGENBELEID is onderwerp van een integrale notitie van de VVD-fractie in de Tweede Kamer vooruitlopend op het eigen verkiezingsprogramma. Het is interessant dat een parlementaire fractie zo het voortouw neemt nu hier en daar bekommernis wordt gevoeld over de invloed van partijbesturen op het functioneren van het parlement.

Het onderwerp is in elk geval bijzondere aandacht waard, want Nederland weet niet goed wat het aanmoet met de vraagstukken van internationale migratie en inburgering. Een parlementaire meerderheid voor een strakke aanpak is op zichzelf geen probleem. De meeste partijen erkennen dat dit thema noopt tot het maken van onaangename beleidskeuzes.

Toch heerst in de samenleving onmiskenbaar het gevoel dat zeker op dit punt de paarse regeerformule nog niet af is. De uitzetting van de familie Gümüs heeft bij velen een bittere nasmaak achtergelaten. En nu is er weer dat tentenkamp waarmee de Raad van kerken aandacht vraagt voor de noden van uitgeprocedeerde asielzoekers. Illegalen en asielzoekers zijn overigens twee verschillende categorieën, die men in de discussie uit elkaar moet houden. Iedere asielzoeker is een vreemdeling, maar niet iedere vreemdeling een asielzoeker. Deze laatste categorie wordt bepaald door de vraag of er sprake is van politieke, religieuze of andere vervolging in het land van herkomst. Economische overwegingen kunnen daarbij geen rol spelen, zoals dat in principe wel het geval is in het algemene vreemdelingenbeleid. Ook al geldt daar sinds jaar en dag dat Nederland geen immigratieland is.

TOCH IS ONS land de facto wel degelijk een immigratieland geworden, zoals minister Dales in 1991 al onomwonden uitsprak in de Tweede Kamer. Dat stond en staat geenszins in de weg aan een restrictief toelatingsbeleid. Waar het om gaat is het inzicht dat migranten een wezenlijk deel uitmaken van de bevolking. Het is dan ook veelzeggend dat de VVD-fractie een geïntegreerde notitie heeft uitgebracht waarin immigratie en integratie in de maatschappij met elkaar worden verbonden.

De weinig toeschietelijke toon van het beleidsstuk is de coalitiegenoten in het verkeerde keelgat geschoten. Toch volgt het overwegend de lijnen van de bijna voorbije regeerperiode. Belangrijker dan de toonzetting is de vraag of de verdere beperking van de gezinshereniging en -vorming waarop de fractie aandringt, zich geheel verdraagt met de gegarandeerde rechten van de mens. Het pleidooi voor een toelatingsregeling voor Antillianen en Arubanen staat op gepannen voet met de bewegingsvrijheid binnen het Koninkrijk. Enige zin valt het intussen niet te ontzeggen, gezien de problemen waarin Caraïbische migranten terecht kunnen komen.

OPMERKELIJK IS vooral de nadruk op het terugsturen van uitgeprocedeerde asielzoekers. Landen van herkomst die niet willen meewerken moeten financiële steun kwijtraken en er dienen terugkeerclausules te worden opgenomen in de Europese handelsverdragen. Voor deze kordate aanpak is al direct een kandidaat beschikbaar. China is notoir lastig met het terugnemen van onderdanen.

Binnenkort vertrekt een handelsmissie met minister Wijers (Economische Zaken) voor een bezoek aan China dat eerder dit jaar werd uitgesteld omdat Nederland het als EU-voorzitter had gewaagd de rechten van de mens in dat land aan de orde te stellen. Dat kwam minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) te staan op felle kritiek met name uit werkgevershoek. De VVD heeft Van Mierlo toen gesteund. Maar erg veel illusies over terugkeerclausules zal zij aan die ervaring niet kunnen hebben overgehouden.