Het decor van een stad

St. Petersburg, stad aan het water. Samenstelling Gerrit Oorthuys. Tot 27 oktober. De Veemvloer, Van Diemenstraat 410, Amsterdam, dagelijks van 1 tot 7 uur. Informatie over lezingen en films tel. 020-6386894.

St. Petersburg, stad van parken. Tot 22 oktober. De Westergasfabriek. Haarlemmerweg 8-10, Amsterdam, dagelijks van 1 tot 7 uur.

St. Petersburg heeft vier miljoen inwoners. Maar rondlopend over de fototentoonstelling 'St. Petersburg, stad aan het water' ontstaat het beeld van een verpletterende leegte, een steenwoestijn, een gesloten front, zij het met flinke barsten. Dat beeld is natuurlijk vertekend, de tentoonstelling gaat over architectuur, de nadruk ligt op de gebouwen. Maar het beeld klopt ook weer wel, want al is de Nevski prospekt tot, laten we zeggen, acht uur 's avonds een krioelende mensenmassa en al verdringen de reizigers zich op de metroperrons, Leningrad, pardon St. Petersburg, blijft leeg. Het is het decor van een schitterende stad met een fascinerende, bij tijden gruwelijke geschiedenis en dat is in St. Petersburg veel voelbaarder dan in de mierenhoop Moskou, dat nu met veel bombarie wordt overgenomen door Ruslands nieuwe rijken.

De tegenstelling - en concurrentie - tussen Moskou en St. Petersburg is altijd groot geweest. Het oer-Russische Moskou met zijn honderd klokken en kerkkoepels, de stad van Ivan de Verschrikkelijke en van het Kremlin, maar ook van de stalinistische wolkenkrabbers en de woonkazernes, lijkt in niets op St. Petersburg, met zijn classicistische paleizen, kerken en lusthoven, dat in 1703 op moerassen werd gebouwd door Peter de Grote als venster op Europa. Maar was St. Petersburg drie eeuwen geleden een sprong voorwaarts, deze eeuw is de stad een beetje blijven steken in de modder en het verleden. Stalin had als warmbloedige Georgiër een hekel aan de kille moerasdampen en de eeuwige mist boven de Neva en meed de stad als de pest. Zo bleef het gespaard voor al te megalomane vooruitgangsprojecten. Toch is St. Petersburg geen museumstad als Venetië. De moderne tijd heeft wel degelijk zijn sporen nagelaten en de tentoonstelling beperkt zich gelukkig niet tot de voor de hand liggende koele schoonheid van architecten als Rossi, Rastrelli en Trezzini. Ze toont bekende en onbekende voorbeelden van Art Nouveau (Stil Modern, zoals de Russen zeggen) als het fraaie Vitebskstation (1902-1904, van Brozovski en Minasj) en de geglazuurtegelde grote moskee aan de Gorki prospekt (1908-1914, van Von Gogen, Kritsjinski en Vasiljev). Omstreeks de eeuwwisseling werden hele reeksen Art Nouveau-huurhuizen gebouwd, volgens de samenstellers van de tentoonstelling “de enige burgerbouwkunst in Rusland”, ontstaan in die korte maar hevige bloeiperiode van de later compleet uitgeroeide middenklasse, waar Rusland nu zo naar snakt. Van de onbekende Art Nouveau-huizen springt vooral het totale verval in het oog. Afgebladderde ornamenten, verguisde gevels.

Ook het constructivisme is aan de bakermat van de revolutie niet voorbijgegaan, perfect als het paste bij de grootse illusies van de nieuwe maatschappij. Aan al die huizen zitten verhalen vast. Zo is er het strakke huizenblok met een afgeronde zijkant uit 1929-1930, dat was opgezet als communale huisvesting voor ex-politieke gevangenen uit de tsarentijd. Zij zijn later grotendeels afgevoerd naar de Stalin-kampen. Wie schrijft de geschiedenis van die streng ogende façade? Of van het witte KGB-gebouw aan de Litejny prospekt, in 1933 ontworpen door de in de gevangenis verblijvende architecten Ohl, Lanceray en Schouko? Het Witte Huis, zoals de St. Petersburgers het gebouw eufemistisch noemen, met zijn schotels en antennes op het dak, is nog steeds hoofdkwartier van de opvolger van de KGB. Of van de rode bakstenen woonkazernes aan het Gribojedovkanaal, op de foto bedekt onder de oorverdovende stilte van een sneeuwtapijt?

Na de zwaarwichtige maar degelijke architectuur van de Stalin-tijd kwam Chroesjtsjov met zijn slogan 'Voor ieder gezin een eigen huis', met een enorm bouwprogramma van identieke flats van vijf verdiepingen. De woningnood was zo groot en het bouwtempo zo moordend dat dit het land heeft opgescheept met een overvloed aan benauwde krakkemikkige en foeilelijke flatgebouwen, die in de wandeling 'chroesjtsjoby' werden genoemd, een woordspeling die je als 'krotsjovs' zou kunnen vertalen.

Wat daarna kwam in de stedenbouw, daarover past slechts zwijgen. De tochtige, schots en scheef neergesmeten, onafgewerkte, naargeestige buitenwijken van de stad van Peter - net als overigens van alle Sovjet-steden - zijn met geen pen te beschrijven.

De fototentoonstellingen in de mooie Veemvloer en de Westergasfabriek (over St. Petersburgs parken) zijn zo'n beetje de laatste loodjes van de Peter de Grote-herdenking, die in Nederland het afgelopen jaar niet onopgemerkt is voorbijgegaan. Voor de catalogus was helaas geen geld meer, en dat is jammer, want de foto's behoeven uitleg en context, en nog eens thuis nabladeren voor de details.