Excuses Botha voor Waarheidscommissie

JOHANNESBURG, 15 OKT. De voormalige Zuidafrikaanse minister van Buitenlandse Zaken Roelof 'Pik' Botha heeft gisteren voor de Waarheidscommissie zijn excuses aangeboden voor zijn gedrag ten tijde van het apartheidsregime.

Botha, die zeventien jaar minister is geweest, erkende in gebreke te zijn gebleven door te weigeren berichten over het vermoorden en martelen van opposanten van het apartheidsregime te onderzoeken. Hij zei al aan het eind van de jaren zeventig te hebben ingezien dat apartheid immoreel was. Hij had bovendien, net als naar zijn zeggen de andere ministers in het blanke bewind, vermoed dat de veiligheidskrachten van het apartheidsbewind zich aan moord en foltering schuldig maakten. “De vraag is of we meer hadden moeten doen om te zorgen dat het niet meer zou gebeuren. Ik betreur die omissie diep. Moge God me vergeven”, aldus Botha.

Een ander voormalig kopstuk van het apartheidsregime die gisteren voor de Waarheidscommissie verscheen was Adriaan Vlok, oud-minister van Politie. Ook hij kwam met excuses: hij had - zei hij - weliswaar zelf politiemannen nooit opdracht gegeven buiten de wet te handelen, maar de formuleringen die in documenten werden gebruikt konden wellicht door sommige politiemannen worden geïnterpreteerd als een verkapte toestemming om tegenstanders van de apartheid te vermoorden. Vlok zei dat hij met woorden als het 'neutraliseren', 'elimineren' en 'uitvlakken' van tegenstanders had bedoeld dat ze moesten worden opgesloten - niet dat ze moesten worden vermoord. “Als er iets is dat ik heb gezegd dat redelijkerwijs kon worden geïnterpreteerd als een instemming met illegale acties, dan aanvaard ik die verantwoordelijkheid”, aldus Vlok. Hij voegde daaraan toe dat illegale acties van de politie uitzonderingen waren. (Reuter)