'Crimefighter Rudy' onaantastbaar in New York

Het gaat goed met New York. Burgemeester Rudolph Giuliani, Republikein in een Democratische stad, eist de eer voor het herstel op en stevent resoluut af op herverkiezing.

NEW YORK, 15 OKT. Het is bijna middernacht op Times Square en drommen toeristen schuifelen ontspannen door het hart van de New-Yorkse theaterbuurt. Verdwenen zijn de sexshops van weleer, de opdringerige bedelaars en de leegstaande panden die nog slechts dienden om reclameborden aan op te hangen. Gedaan is het met de verwaarlozing die van de zijstraten een achterbuurt maakte.

Times Square is weer een toeristen-attractie voor het hele gezin, met zijn betoverende vuurwerk van neonreclames, de beroemde lichtkrant, metershoge advertenties voor trendy ondergoed en kleurige speelhallen met de nieuwste computerspelletjes. Landelijke winkelketens (Virgin, Nike, Disney) hebben er glanzende filialen geopend, Sony een groot bioscopencomplex. Volgende maand gaat om de hoek, in een oud theater dat Disney heeft aangekocht en grondig opgeknapt, een musicalversie van De Leeuwenkoning in première waar het hele land naar uitkijkt.

Het herstel van Times Square symboliseert de opleving die de stad de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. New York City heeft zijn zelfvertrouwen hervonden, niet alleen op Manhattan maar ook in de andere vier wijken van de stad. Aangevoerd door de almaar stijgende effectenkoersen op Wall Street beleeft de economie gouden tijden. Wilde in 1990 nog zestig procent van de New-Yorkers de stad verlaten als ze daar de kans toe kregen, tegenwoordig is New York weer in trek.

De vraag naar woonruimte is zo groot dat de prijzen van appartementen de pan uit rijzen. Kleine bedrijfjes die toonaangevend zijn in Internet-technologie hebben zich gevestigd rondom het beroemde Flatiron-gebouw, een buurt die nu met een knipoog naar het Californische Silicon Valley wordt aangeduid als Silicon Alley. In buurten die al vrijwel opgegeven waren, zoals de South Bronx, begint stadsvernieuwing aan te slaan. In Harlem leven winkelstraten weer op. En in Queens zorgen de steeds nieuwe golven immigranten voor een bloeiende kleine middenstand.

De Republikeinse burgemeester Rudolph Giuliani, in de tabloidpers steevast aangeduid als Rudy, laat geen kans voorbijgaan om de eer voor al die ontwikkelingen op te eisen. En de New-Yorkse kiezers, die traditioneel in grote meerderheid Democratisch stemmen, geloven dat hij het tij in de stad inderdaad ten goede heeft gekeerd. Bij de verkiezingen op 4 november zullen ze hem naar verwachting met grote meerderheid een tweede termijn gunnen. Want hoewel de hoekige Giuliani niet echt geliefd is, heeft hij de afgelopen vier jaar wel veel ontzag afgedwongen.

De bestrijding van de misdaad is Giuliani's grootste wapenfeit. Sinds zijn aantreden is de criminaliteit met veertig procent gedaald, tot het laagste niveau sinds de jaren zestig. Het aantal moorden daalde met zestig procent. Deels is hier sprake van een landelijke trend, maar ook heeft New York met succes het zogeheten 'gebroken-ramen-beleid' in de praktijk gebracht. Dat beleid is gebaseerd op de gedachte dat als kleine vergrijpen niet worden aangepakt, een ideaal klimaat ontstaat voor ernstige misdaden. Om te laten zien hoe ernstig hij de terugdringing van de criminaliteit neemt, bekijkt de burgemeester elke ochtend vroeg een overzicht van de misdaden van de afgelopen dag in alle 76 politiedistricten. Als hij ergens een opvallende stijging ziet, kan hij meteen de telefoon pakken en aandringen op maatregelen.

Opiniepeilingen wijzen uit dat de meeste New-Yorkers de afgelopen jaren minder bang zijn op straat. Maar het zelfbewustere optreden van de politie heeft ook geleid tot een sterke groei in het aantal klachten over de politie. Vooral onder zwarte New-Yorkers is de angst voor de politie toegenomen. Veel publiciteit kreeg deze zomer het geval van een Haïtiaanse immigrant die op een politiebureau in Brooklyn zwaar mishandeld was door een agent, die hem een stok in zijn anus en zijn mond stak. Toen hij het uitschreeuwde zou de agent hem hebben toegevoegd: “We leven nu in de tijd van Giuliani.” Ofwel: een harde aanpak is toegestaan.

Maar de meeste kiezers zien dergelijke gevallen als incidenten, die Giuliani niet kwalijk genomen kunnen worden. Ook andere schaduwkanten van het New-Yorkse succesverhaal kleven hem niet aan. De werkloosheid bijvoorbeeld bedraagt negen procent, twee keer zoveel als het landelijke gemiddelde. Het aantal daklozen en mensen die afhankelijk zijn van gaarkeukens is scherp toegenomen. En de openbare scholen verkeren in een abominabele staat, wat tot gevolg heeft dat leerlingen heel slecht presteren en in grote aantallen afvallen.

Giuliani's Democratische uitdager bij de verkiezingen is Ruth Messinger, de voorzitter van de wijk Manhattan en een veteraan in de New-Yorkse politiek. Verbetering van de scholen was Messingers grote verkiezingsbelofte, maar vorige week kon Giuliani haar dat programmapunt zonder moeite afhandig maken. Twee gruwelijke moordaanslagen op schoolkinderen in Manhattan en Brooklyn vestigden de aandacht van de hele stad op het probleem van jeugdbendes die scholen onveilig maken. En aan wie zou dat probleem beter toevertrouwd kunnen worden dan crime-fighter Rudy?

Binnen de Republikeinse partij neemt Giuliani een aparte positie in. Hij is voor het recht op abortus en tegen de vuurwapenlobby. En hij beseft dat de constante stroom van immigranten zijn stad het dramatische lot heeft bespaard van veel andere steden, waar de middenklasse wegtrok. Vele tienduizenden inwoners die het leven in New York te hectisch vinden, verlaten jaarlijks de stad. Maar de opengevallen plaatsen worden hier meteen weer ingenomen door nieuwe immigranten, zo'n 100.000 per jaar, zodat de stad niet kampt met de lege oude wijken die in Amerika zoveel voorkomen. Een derde van de New-Yorkers is geboren in het buitenland, en van nog eens twintig procent zijn de ouders recente immigranten. Giuliani laat zich dan ook, anders dan veel van zijn partijgenoten, altijd heel positief over immigranten uit. Het is een groep die een relatief gering beroep doet op sociale voorzieningen, veel eigen bedrijfjes heeft en een lage werkloosheid kent.

Minder spectaculair dan zijn strijd tegen de criminaliteit, maar zeker zo zelfverzekerd, is Giuliani's aanpak van allerlei gevestigde belangen in New York. Regels ter bescherming van de kleine middenstand schoof hij terzijde om goedkope superwinkels als K-Mart in staat te stellen zich in de stad te vestigen. En tot woede van de vakbond van buschauffeurs weigert hij de groei aan banden te leggen van de bedrijfjes die transport per minibus aanbieden, een sector in opkomst, die veel immigranten werk biedt en dagelijks 30.000 New-Yorkers vervoert.

De strijd tussen 'Ruth en Rudy' is naar Amerikaanse maatstaven tot nog toe betrekkelijk beleefd. Messinger verkeert zozeer in een underdog-positie, dat zelfs haar partijgenoot Mario Cuomo, de voormalige gouverneur van de staat New York, zich niet achter haar heeft opgesteld. Giuliani heeft in de verkiezingscampagne nog nauwelijks zijn tanden hoeven laten zien.