Booker-prijs voor debutante Arundathi Roy

LONDEN, 15 OKT. De Booker-prijs, de belangrijkste literaire prijs voor de Engelstalige wereld, is gisteren gewonnen door een debutante, de Indiase Arundathi Roy.

Haar The God of small things speelt zich af in zuidelijk India en beschrijft de verhouding van een zevenjarige tweeling. De roman was al een bestseller vóór de uitverkiezing, maar zal de schrijfster nu vrijwel zeker tot miljonaire maken. Roy zei dat haar uitverkiezing niet meer betekende dan dat “mijn boek geluk heeft gehad. Het is niet beter dan dat van anderen.”

De keuze van de Booker-jury, onder leiding van de Cambridge hoogleraar in Engelse letterkunde prof. Gilian Beer, werd vrijwel meteen bekritiseerd door het litteraire establishment. Uitgever Carmen Calill, oprichter van de feministische uitgeverij Virago en de juryvoorzitter van vorig jaar, noemde het boek “vulgair” en “de te verwachten winnaar van een vulgaire lijst”. De bookmakers hadden verwacht dat van de geselecteerde kandidaten op de lijst Grace Notes van de Noord-Ierse schrijver Bernard McLaverty zou winnen. Maar de grootste en algemene verontwaardiging geldt het feit dat de jury belangrijke schrijvers niet eens tot de laatste selectie heeft toegelaten. Ian McEwan's Enduring Love werd bij verschijnen gezien als het beste boek van het jaar, maar de Booker-jury negeerde de roman. Prof. Beer erkende aan de vooravond van de prijsuitreiking dat ze John Banville's The Untouchables graag uitverkoren zou hebben gezien. Anderen klaagden over het weglaten van Janet Winterson (Gut Symmetries), Caryl Phillips (The Nature of Blood) en Anne Michael (Fugitive Pieces). Martin Amis liet zijn nieuwste boek, Night Train, verschijnen twee dagen na het verstrijken van de vereiste termijn. Critici speculeren dat dat opzet is, omdat Amis het bijna jaarlijks terugkerende etiket van 'weer niet gewonnen' heeft willen vermijden.

De Booker-prijs (waarde 20.000 pond) brengt jaarlijks weerkerende en daarom bijna rituele rellen met zich. De winnaar van vorig jaar, Graham Swift (Last Orders) werd - ten onrechte - beschuldigd van plagiaat van William Faulkner's As I lay dying. Juryleden hebben steeds meer de gewoonte aangenomen voortijdig uit de school te klappen. Onderlinge haat en nijd spelen een rol in het kritisch oordeel en de shortlist - zie dit jaar - lijkt maar al te vaak een product van oneigenlijk compromis. Daarom worden nu de stemmen luider die aandringen op hervorming van het instituut Booker-prijs zelf.

“De Booker-prijs is goedkoop geworden: cultureel, artistiek en emotioneel armoedig,” schrijft Robert McCrum, litterair redacteur van The Observer. Hij pleit voor een andere selectie uit de 9000 nieuwe romans die jaarlijks in het Gemenebest verschijnen, voor betere en beter betaalde juryleden en voor een verhoging van het prijzengeld: “Booker zit voor een dubbeltje op de eerste rij.”

Er zijn tekenen dat de Booker-prijs aan invloed verliest. Ze verliest al aan concurrenten als de nieuwe Orange-prijs (30.000 pond) voor vrouwelijke auteurs. De Booker-prijs is een aantal jaren zo bits besproken in het prijsuitreikingsprogramma op de culturele zender BBC 2, dat de organisatie dit jaar is uitgeweken naar het marginaler bekeken Channel 4. In de boekhandels wordt niet langer, zoals in de jaren tachtig, veel ophef gemaakt over de kandidaten voor de laatste selectie. Het dagblad The Guardian berichtte vorige week dat de selectie van de debutant Mick Jackson (The Underground Man) voor de laatste zes, had geleid tot een totale méérverkoop van 66 exemplaren van zijn boek in de boekhandel. Dit steeg in de aanloop tot de prijsuitreiking tot 88 exemplaren in een week.

Een overgelukkige Arundathi Roy sloot gisteravond niet uit dat ze nooit meer een boek zou schrijven. “Ik weet niet of ik nog een boek in me heb. De Booker-prijs is over mijn verleden, niet over mijn toekomst. Ik zou niet willen dat succes mijn motief zou worden om meer te schrijven.”