Armenzorg of een toegankelijk fonds voor iedereen als uitersten; Verkiezingsstrijd over ziekenfonds

Werkgevers stellen vandaag voor het ziekenfonds af te schaffen. Ze haken alvast in op een van de onderwerpen die naar verwachting de belangrijkste wordt van de Tweede-Kamerverkiezingen.

DEN HAAG, 15 OKT. Volksgezondheid moet wat kiezers betreft een van de belangrijkste onderwerpen worden van de komende Tweede-Kamerverkiezingen in mei. Dat bleek deze maand uit een onderzoek van het NIPO. Wie 'volksgezondheid' zegt, zegt met 9,8 miljoen verzekerden 'ziekenfonds' en vandaar dat politieke partijen in hun verkiezingsprogramma's de herziening van de Ziekenfondswet benadrukken.

De huidige ziektenkostenverzekering werkt als een soort drietrapsraket. Onderaan bevindt zich de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten voor onverzekerbare risico's, zoals gehandicaptenzorg. Daarboven komt het ziekenfondspakket en de particuliere verzekering, daarin zijn onder meer de kosten voor bezoek aan de huisarts en specialistische zorg verzekerd. Daarnaast kan iedereen een aanvullende verzekering afsluiten voor bijvoorbeeld uitgebreide tandheelkundige zorg en homeopatische geneesmiddelen.

“Als ik het goed zie zal het Ziekenfonds bij de afweging rondom een tweede Paars kabinet een vitale kwestie worden”, schreef minister Melkert (Sociale Zaken) enkele maanden geleden in Socialisme en Democratie, het blad van het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Melkert schetste twee uitersten: het ziekenfonds “versmallen” zodat het niet meer wordt dan een vorm van armenzorg, of het toegankelijk houden voor de middengroepen.

De voorstellen tot een herziening van het ziekenfonds van de verschillende politieke partijen zijn bevinden zich grofweg tussen deze uitersten. Zo staat het CDA een zorgstelsel voor ogen met een maximum aan solidariteit, “waar rijk meebetaalt voor arm en gezond meebetaalt voor ziek”, aldus het gisteren gepresenteerde verkiezingsprogramma. Om de minima te ontlasten en de wet simpel te houden moet iedereen een eigen risico betalen van 200 gulden, vindt het CDA. De kloof tussen ziekenfonds en particuliere ziektekostenverzekeringen moet zodoende minder groot worden, waarna ze op den duur kunnen worden samengevoegd.

D66 besteedde ter aanvulling van het verkiezingsprogramma een complete nota aan het ziekenfonds, met de titel 'Van harte beterschap'. Tweeverdieners moeten uit het ziekenfonds, studenten mogen erin, vindt de auteur van de nota, D66'er Van Boxtel. Net als het CDA is D66 van mening dat zelfstandigen, met vaak een laag inkomen, tot het ziekenfonds moeten kunnen toetreden. Daarna blijven acht miljoen van de 9,8 miljoen ziekenfondsverzekerden over.

Om een rechtvaardiger ziekenfonds te krijgen stelt D66 voor dat niet alleen het inkomen uit arbeid bepalend moet zijn voor de toegang tot het ziekenfonds, maar het totale belastbare inkomen. Op die manier vallen mensen die weinig verdienen, maar een groot vermogen bezitten buiten het ziekenfonds. “Het is een zwaar punt voor ons in de komende verkiezingen”, zegt Van Boxtel.

Vandaag presenteerde voorzitter H. Blankert van werkgeversorganisatie VNO-NCW zijn visie op beide onderwerpen. Wat de werkgeversvoorzitter betreft moet er vanaf 1999 tot 2002 elk jaar één miljard gulden meer in de gezondheidszorg worden gestoken, vooral voor gehandicaptenzorg en om de lange wachtlijsten in de ziekenhuizen weg te werken. Het ziekenfonds kan wat VNO-NCW betreft worden afgeschaft. “Iedere burger dient zich op de particuliere markt verplicht te verzekeren”, meent Blankert.

Als het begrip niet zoveel weerstand zou oproepen, zou de voorzitter zijn voorstel de 'basisverzekering' hebben genoemd. Maar rond dat begrip hangt de reuk van “wettelijke zorgaanspraken” ofwel dat elke verzekerde een wettelijk recht heeft op zorg. En daar moet Blankert niets van hebben.

Blankert verzet zich fel tegen de plannen van D66, PvdA en CDA. Die willen volgens hem de ziekenfondsverzekering (“van oudsher een werknemersverzekering”) omvormen tot een volksverzekering. De problemen zijn dan volgens Blankert niet te overzien: door de aanzuigende werking ontstaat een steeds grotere vraag naar zorg waardoor de betaalbaarheid en de toegang van de zorg onder een “op termijn onhoudbare druk komt te staan”. Daardoor stijgen de collectieve lasten. Dat heeft stijgende arbeidskosten tot gevolg , en dat is uiteindelijk nadelig voor de werkgelegenheid.

De voorstellen van Blankert lijken als twee druppels water op die van VVD-leider Bolkestein, die vindt dat de verplicht verzekerde particulieren een vaste premie dienen te betalen. Daarmee plaatst de VVD zich onder meer lijnrecht tegenover de PvdA die vindt dat de premie inkomensafhankelijk moet zijn. De overheid moet wat de VVD betreft de verzekeraars verplichten alle verzekerden te accepteren. Verder dient de overheid ook de hoogte van de premie te bepalen die verzekeraars mogen heffen.

Het Kamerlid Oudkerk (PvdA) presenteerde in april de visie van zijn partij op de toekomst van het ziekenfonds onder de titel 'Gepaste zorg, nu voor later'. “Goede zorg, op het juiste moment, gegeven door de juiste mensen. Dat moet het uitgangspunt worden”, vindt Oudkerk. De PvdA meent dat de rol van de overheid in de gezondheidszorg duidelijk moet worden afgebakend. Ze moet de kwaliteit van de zorg waarborgen en voorwaarden scheppen voor financiering en organisatie, maar verzekeraars en aanbieders moeten gezamenlijk afspraken maken over inhoud en uitvoering. “Zorg is iets dat zoveel mogelijk rondom de patiënt moet worden geörganiseerd. In de buurt. Om de hoek. De eenvoud moet voorop staan”, zegt Oudkerk. Zorgverzekeraars moeten volgens hem niet meer landelijk met elkaar concurreren, maar in de regio tegenwicht bieden aan de aanbieders van zorg, zoals ziekenhuizen en huisartsen.