Van Wely begint opgewekt aan nieuw schaakleven

Wereldkampioen Gary Kasparov liet zich vorige week denigrerend uit over de Nederlandse schakers. Mentaal ongebroken begon Loek van Wely in Hoogeveen aan een “nieuw leven” in de wetenschap dat hij er “al duizend heeft weggegooid”.

HOOGEVEEN, 14 OKT. Het afgelegen hotel in de lommerrijke omgeving van Tiendeveen lijkt op het eerste gezicht een ideaal kuuroord voor bejaarde schakers als oud-wereldkampioen Vassili Smyslov. Een jonge hond als Loek van Wely moet het in Drenthe in elk geval stellen zonder tafeltennistafel of een flipperkast. De 25-jarige Tilburger kunnen masochistische trekjes niet worden ontzegd, want na zijn anonieme optreden op het elitetoernooi in zijn woonplaats schoof hij onmiddellijk aan voor een speciale vierkamp met de 76-jarige Smyslov, jeugdwereldkampioen Emil Sutovsky en Judit Polgar; de vrouw van wie Van Wely ook gisteren weer niet kon winnen.

“Maar de tijd dat je me 's nachts wakker kon maken voor een potje schaken ligt ver achter me”, zegt Van Wely, grijnzend. “Ik slaap net zo fanatiek als ik schaak.” Wereldkampioen Gary Kasparov suggereerde in Tilburg dat Van Wely en Jeroen Piket ook achter het bord zaten te dromen, want de traditioneel provocerende Rus geselde de Nederlandse figuranten met het oordeel dat hij “deze knoeiers” graag op een simultaan zou willen tegenkomen. “Dat is namelijk hun niveau.”

Maar Van Wely breng je niet zo snel van zijn stuk. Zijn laconieke reactie: “Kasparov had inderdaad niet veel redenen zich vleiend over Piket en mij uit te laten, al klonken tevens frustraties over zijn eigen missers door in dat oordeel. Als ik zijn concurrent Kramnik in de laatste ronde op remise had weten te houden, zou ik nu vermoedelijk zijn beste vriend zijn. Helaas werd ik van het bord geveegd. Ach, het had nog erger gekund. Kasparov noemde Sjirov een goedwillende amateur en Shaked vroeg hij waar die het lef vandaan haalde de wereldkampioen een middag bezig te houden. Zelfs Kramnik kreeg een veeg uit de pan, maar hij toont als een van de weinige grootmeesters geen enkel ontzag voor Kasparov.”

Van Wely in principe ook niet, maar de druistige schaker werd in het verleden wel vaker gestraft voor zijn grote mond. “Daar had ik in mijn jeugd al last van”, erkent Van Wely. “Als ik op school mijn klasgenoten uitlachte omdat ze een proefwerk zo moeilijk vonden, bleek ik steevast het laagste cijfer te hebben.” Desondanks is hij het imago van een zondagskind trouw gebleven. Waarom Van Wely een kansloze missie onderneemt tijdens de voorronde van het WK in Groningen? “Om een BMW bij elkaar te sparen, mits Fide-president Iljoemsjinov tenminste zijn belofte nakomt om ruim twee miljoen gulden aan prijzengeld uit te keren.”

Voor zijn eerste ontmoeting met Kasparov suggereerde Van Wely nog dat hij zijn Internet-naam King Loek zou moeten wijzigen in Deep Look. Schaterlachend accepteerde hij na zijn kansloze nederlaag het voorstel voortaan als Sad Loek door het leven te gaan. “Het leek me in elk geval verstandig in Tilburg een low profile aan te nemen”, zegt hij lachend.

Maar blaast de schaker met zijn tomeloze energie zichzelf niet op? Van Wely speelt verreweg het meeste van iedereen, reist de hele wereld over om aan schaaktoernooien deel te nemen en ook in de perszaal voert de geboren gokker meestal het hoogste woord.

Het is dat de Russische maestro Smyslov toevallig een tafel verderop zit, anders had Van Wely maar al te graag uitgeroepen “de oude man eens stevig door zijn klok te rammen”. Ook met de speciaal voor het toernooi in Hoogeveen gefabriceerde glazen stukken versloeg Van Wely de schaker die zijn grootvader had kunnen zijn. Bijna fluisterend: “Met respect hoor, maar Smyslov moet hier natuurlijk wel als laatste eindigen.”

Toch biecht Van Wely op dat zijn matige verrichtingen in het afgelopen jaar zijn onbevangenheid hebben geremd. Na een korte stilte: “Ik speel gecalculeerd, terwijl dat niet strookt met mijn karakter. Ik ben een man van radicale acties. Maar het zou naïef zijn een zinkend schip ook nog eens in brand te steken. Ik moet mezelf hervinden. Ik hoor te schaken met de intentie mijn tegenstander te verminken, te vernietigen. Maar dan moet Judit Polgar niet tegenover me zitten. Die griet dolde me al toen ze pas dertien jaar oud was. Ik ben al blij met een remise tegen haar.”

Eén gedachte houdt hem overeind. Want zolang Van Wely ondanks zijn onloochenbare vormcrisis nog steeds zijn landgenoten Jan Timman en Jeroen Piket achter zich laat op de wereldranglijst weigert de straatvechter in het schakersgilde zijn lippen te verzegelen. Uitbundig verwijst hij naar zijn eclatante zege op de murw gebeukte Piket in Tilburg. “Daar heb ik mooi zijn geheugen mee kunnen opfrissen, want als ik Jeroen moet geloven heeft hij me al tientallen keren verslagen. Zelfs na een nederlaag tegen mij beweert Piket meestal dat hij gewonnen stond.”

“Zo timide als in Tilburg heb ik hem zelden meegemaakt, terwijl Jeroen dit jaar alleen in zijn tweekamp met mij in Monaco goed heeft gespeeld. Daar werd het 4-4. Inmiddels sta ik met 6-4 voor, al kunnen Piket en Timman alleen goed tellen als het in hun voordeel is. Timman en Piket blijven ook maar zeuren over mijn hogere Elo-rating (2655 per 1 juli dit jaar, red.). Maar die lijst constateert dat ik momenteel de beste schaker van Nederland ben.”

De ironie in zijn stem is onmiskenbaar. Maar ook Timman komt nog aan de beurt. Van Wely: “Het Nederlandse drieluik moet worden voltooid en de sponsors van mijn club Panfox bereiden al een match met Timman voor in mei. Als ik die tweekamp win, zal ik daar beslist mijn voordeel mee doen. Ik word namelijk zo moe van dat kleffe commentaar van Timman en Piket als ze tegen elkaar spelen. Dan zijn ze zo lief voor elkaar! Maar mag ik de heren even jennen? Dat past toch bij onze rivaliteit? En als ik van Timman verlies?” Zonder na te denken: “Dan vlucht ik meteen de grens over, naar België. Maar zover komt het niet.”