Terwijl de leden de toyitoyi dansen ter ere van het socialisme; De Zuid-Afrikaanse vakbeweging gaat in zaken

De Zuid-Afrikaanse overkoepelende vakvereniging Cosatu hield eind vorige maand een strategisch congres, waarop de interne tegenstellingen pijnlijk aan het licht kwamen. Terwijl de oude garde het socialisme blijft prediken, omhelzen nieuwlichters de markt.

Hij draagt doorgaans een stoffen arbeiderspet en bij voorkeur een rode trui. Zo lijkt Sam Shilowa, Zuid-Afrika's belangrijkste vakbondsleider, ten minste nog een beetje links. Het Congress of South African Trade Unions (Cosatu), de overkoepelende vakvereniging waarvan Shilowa de algemeen secretaris is, hangt in naam het socialisme aan en heeft nauwe banden met de communistische partij. Aan de basis is het marxistische ideaal nog levend, maar in werkelijkheid is Cosatu een semi-kapitalistisch bedrijf, met eigen investeringen geworden. Een 'ander socialisme' heet dat eufemistisch.

Cosatu, opgericht in 1985, 1,77 miljoen leden verdeeld over 19 aangesloten bonden, maakt deel uit van de zogenoemde 'tripartite alliantie', een entente cordiale met het Afrikaans Nationaal Congres en de Zuid-Afrikaanse Communistische Partij (SACP). Het verbond stamt uit de jaren tachtig, toen de drie elkaar vonden in hun verzet tegen de apartheid. Op het voorlaatste, vijfde congres van Cosatu, in september 1994, leek de drieëenheid nog van beton. Het ANC had in april van dat jaar met overweldigende meerderheid de parlementsverkiezingen gewonnen - de communisten namen daar niet zelfstandig aan deel, maar stonden op de ANC-lijst. De zege op de apartheidskrachten werd gevierd, linkse idealen waren nog heel gewoon.

Het ANC heeft er inmiddels ruim drie jaar regeren opzitten, in een coalitie met anderen weliswaar, maar de partij van Nelson Mandela heeft als grootste formatie verreweg de meeste invloed. In de realiteit van Kaapstad (parlement) en Pretoria (regering) zijn de links-radicale kantjes van het ANC flink afgevijld, nota bene onder aanvoering van de communistische ministers: Trevor Manuel van Financiën, Alec Erwin (Handel en Industrie) en Tito Mboweni (Arbeid). Dit alles tot grote onvrede van bepaalde stromingen in Cosatu.

Vorig jaar juni kwam Manuel met wat menig kaderlid van Cosatu zag als het toppunt van anti-unionism: het sociaal-economische programma Gear (Growth, employment and redistribution - groei, werkgelegenheid en herverdeling). “Een slag in het gezicht van Cosatu”, schreef het vakbondsblad The Shopsteward. Het is een typisch neoliberaal concept dat spreekt over “een prestatiegerichte, snelgroeiende economie die voldoende banen creëert voor alle werkzoekenden”. In de paragraaf over de arbeidsmarkt staat flexibiliteit voorop en dat geldt ook voor het minimuminkomen. “Er zal geen landelijk minimuminkomen bestaan; per sector en regio zal de geëigende standaard worden bepaald”, zo schrijft Gear voor.

In het programma wordt er van uitgegaan dat de economische groei vanzelf tot nieuwe werkgelegenheid zal leiden, geraamd op 400.000 nieuwe banen tegen het jaar 2000. Zuid-Afrika kent een hoge werkloosheid. Naar schatting de helft van de arbeidzame bevolking heeft geen regulier werk, hoewel een aanzienlijk deel van de 'werklozen' zich redt door baantjes in het informele circuit, zoals straatverkoop.

Eind september hield Cosatu zijn zesde 'strategische' congres. Het was in feite de eerste maal dat de vakvereniging een werkelijke evaluatie kon maken van het regeringsbeleid. John Gomomo, de voorzitter van Cosatu en een man van het oude stempel, sabelde Gear neer. “Het monster bijgenaamd Gear betekent meer armoede en het vergroten van het verschil tussen arm en rijk”, aldus Gomomo, die zich niet liet hinderen door de aanwezigheid van Nelson Mandela himself. “Het is de reverse gear [de achteruit] van onze samenleving”, bulderde Gomomo, tot wild enthousiasme van de gedelegeerden. 'Leve het socialisme, weg met Gear' scandeerde de zaal. Afgevaardigden dansten de toyitoyi, de fameuze Zuid-Afrikaanse dans waarbij men afwisselend op het ene en op het andere been heen en weer swingt.

Mandela, zoals gewoonlijk wars van enige vorm van volksmennerij, trok zich in zijn rede voor het congres niets aan van de anti-regeringssfeer in de zaal en hield een vurig pleidooi voor Gear. “De bruikbaarheid moet worden afgezet tegen de doelstellingen”, aldus de president, die eraan toevoegde dat Gear de economie een positieve impuls heeft gegeven. Maar het was aan dovemansoren gericht, de Cosatu-leden jouwden Mandela uit, wat de 79-jarige leider zelden overkomt.

Maar de geslepen Mandela had een verrassing in petto met de 'felicitatie' aan het adres van Sam Shilowa wegens het akkoord tussen Cosatu en minister Mboweni over een Basiswet op de Werkgelegenheid, een andere steen des aanstoots van Cosatu. “Als ik het geld had, zou ik hen vanavond beide meenemen naar een shebeen [kroeg in de township]”, zei Mandela. Het congres was verbijsterd, Shilowa versteende, want de achterban had aan de algemeen secretaris juist géén mandaat gegeven voor een compromis over de wet van 'kameraad' Mboweni. In augustus had tegen de wet nog een landelijke stakingsestafette plaats, en nu had de bondsleiding er toch mee ingestemd? De opmerkingen van Mandela bevestigden het wantrouwen van sommige bonden tegen Shilowa, die achter de schermen een voorstander van Gear en andere regeringsprogramma's zou zijn.

Een dag na Mandela's toespraak kwam de redding voor Shilowa; de president zei “misleid” te zijn door berichten in de pers. Shilowa bleef daardoor een afgang bespaard en werd naderhand herkozen als secretaris-generaal.

De tweedeling in Cosatu kon niet langer worden verhuld. Terwijl de oude garde, met vertegenwoordigers in de top en aan de basis, zich bediende van de retoriek van weleer en de door het ANC geleide regering keihard aanviel, stelden de pragmatici onder aanvoering van Shilowa zich strategisch op. Sam Shilowa behoort met Tito Mboweni tot de entourage van vice-president Thabo Mbeki, die in het verleden ook werd gesignaleerd in de rijen van de communistische partij, maar dat is lang geleden.

De gedoodverfde opvolger van president Mandela droomt van een 'Afrikaanse renaissance', gebaseerd op liberale marktbeginselen. Mbeki - en vóór hem Mandela - kijkt naar de rentabiliteit van de economie, eerder dan naar het geforceerd rechtzetten van de onder het apartheidssysteem opgebouwde ongelijkheid van blank (rijk) en zwart (arm). De argumentatie luidt dat de ondergeprivilegieerden in de samenleving op den duur via programma's als Gear zullen profiteren van een algehele opleving van de economie.

De vraag is of dit zal uitkomen. Sommige economen en commentatoren wagen het te betwijfelen. “Wat er ontbreekt aan Gear, en waar het leiderschap van Cosatu ook geen antwoord op heeft weten te vinden, is een sociale paragraaf. De houding van de regering is dat op lange termijn banen zullen worden geschapen. Maar economische groei alleen zal niet de miljoenen banen creëren die we nodig hebben, zeker niet als de groei zoals nu tussen de 2 en 3 procent is”, zegt Madeleine Wackernagel van het blad Mail & Guardian. “Zuid-Afrika is geen Zuid-Korea, met een goedopgeleide, homogene beroepsbevolking en een traditie van samenwerking tussen de sociale partners”, aldus Wackernagel.

Cosatu riep, in lijn met de regeringspolitiek dat iedereen zichzelf moet leren bedruipen, een commerciële tak in het leven onder de illustere naam Kopano ke matla ('Eenheid is kracht' in de Sothotaal), die zich bezighoudt met investeringen. Commerciële activiteiten zijn voor vakbonden elders ter wereld heel normaal, maar nieuw in Zuid-Afrika en verdacht in de ogen van de linkse vakbondsleden. Tumelo Motsisi, het hoofd van Kopana, ziet zijn werk als een missie. “Het hoofddoel van Cosatu is het verdelen van economische macht. Investeren is een van de manieren om dat te bereiken”, zegt Motsisi in zijn kantoor in Johannesburg.

Sinds de oprichting heeft Kopana al voor 160 miljoen (70 miljoen gulden) geïnvesteerd in verscheidene sectoren, als gezondheidszorg, media, toerisme, de bouw en het bankwezen. Motsisi, met zijn fraaie maatkostuum en zijden das allesbehalve de typische Zuid-Afrikaanse vakbondsman, wuift de kritiek dat hij 'een kapitalist in een socialistische verpakking' is van de hand. Hij legt uit dat de investeringen door Cosatu deel uitmaken van de campagne voor zogenoemde 'black empowerment', het streven van het zwarte deel van de bevolking de door blanken beheerste economie te penetreren, maar wel op een voor de bond 'verantwoorde manier'.

Er bestaat een speciaal lichaam voor 'zwarte investeringen', het National Empowerment Consortium (NEC), dat over een eigen investeringskas beschikt. Die kas wordt ondermeer gevuld door vakbonden, waaronder de radicale Mijnwerkersbond (NUM). Motsisi legt uit hoe hij te werk gaat: “Mijn mandaat is dat ik potentiële investeringen moet toetsen aan wat het voor onze leden oplevert. Neem huisvesting en gezondheidszorg: dat zijn niet alleen vitale sectoren voor onze leden, maar ook voor de gemeenschappen waarin zij leven.”

In de nasleep van het Cosatu-congres hebben stromingen binnen het ANC vraagtekens gezet achter het voortbestaan van de tripartite alliantie en met name achter het dubbellidmaatschap van ANC en de communistische partij. Peter Mokaba, onderminister van Milieu en een verklaarde stokebrand, zei vorige week dat “in plaats van een alliantie de communistische partij nu een factie binnen het ANC is gaan vormen”.

Cosatu en SACP besloten op hun beurt, onder druk van radicale bonden zoals die van de metaalbewerkers (Numsa), hun onderlinge banden te verstevigen. Cosatu zegde de SACP belangrijke financiële steun toe en de twee organisaties kwamen overeen een gezamenlijk scholingsprogramma op te zetten. Langa Zita, scholingsfunctionaris van de SACP zei dat de partij op die manier weer “de voorhoede van de arbeidersklasse” kan zijn. En Mbuyiselo Ngwenda, de secretaris-generaal van de metaalbewerkersbond, formuleerde het doel van de samenwerking met de communisten als volgt: “Transformatie naar het socialisme.”

Maar Ngwenda en Zita benadrukken dat het om een 'ander soort socialisme' gaat. Zita: “Het is een socialisme waarin je niet langer alles kunt plannen, een socialisme dat concurrentie insluit omdat die leidt tot innovatie.” De woorden van de Zita wijken weinig af van die van diens 'kameraden' Manuel en Mboweni, met dit verschil dat de twee ministers recentelijk niet meer konden worden betrapt op het uitspreken van het woord 'socialisme'.

Wat voor vakbond wil Cosatu zijn, in het licht van al deze werkelijke en schijnbare tegenstellingen? Een commissie onder leiding van vice-voorzitter Connie September kwam in augustus met een strategisch document, waarin drie scenario's als ideaaltypen worden geschilderd.

De eerste heet 'woestijnvariant' en leidt tot wat men noemt 'Mozesvakbondswerk'. Het gaat uit van een oude vijandige buitenwereld en een 'gerechtvaardigde strijd van de arbeidersklasse'. De vakbondsleiding moet, voorzitter Mozes voorop, de werkers door de woestijn naar het beloofde land leiden.

Het tweede model is Skorokoro genoemd, een Xhosawoord voor oude, gammele auto. Het skorokoro-scenario komt volgens de September-commissie neer op een 'zigzagvakbondswerk', “zoals Zuid-Afrika als een wrak zigzagt van probleem naar probleem”.

De eerste twee scenario's dienen als decor voor het derde, in typisch Engels/Afrikaans aangeduid als het 'pap, vleis and gravy' scenario. (Pap is puree van maïs, vleis is vlees en gravy is jus.) Cosatu ziet dit scenario als zijn huidige richtsnoer, omdat het in de woorden van Cosatu zelf het hoogste doel van het vakbondswerk omvat: 'social unionism'. Voor de leden betekent dit dat er “genoeg pap en vleis zal zijn”, zo zegt de September-commissie, terwijl Cosatu tegelijkertijd een sterke positie als sociale partner opbouwt.

In feite beschrijft het rapport aan de hand van de scenario's de gegroeide praktijk van de vakbond, van outcast, via voorzichtig geaccepteerde bond tot een van de sociale partners. Cosatu overlegt sinds 1994 met de Zuid-Afrikaanse werkgevers en de regering in Nedlac, de Nationale Economische Raad voor Arbeid en Ontwikkeling - met wisselend succes. Cosatu realiseert zich dat de bond kan worden overgoten met jus, in Zuid-Afrika betekent dat: inkapseling in de bureaucratie. Maar het September-rapport neemt dit op de koop toe, want “de vakbonden zullen betrokken zijn bij de besluitvorming op alle niveaus van de samenleving”.

Voor de werkvloer is een dergelijke vakbondspositie even wennen. De 'oude' Cosatu sprak niet met de 'bazen', onderhandelde niet, maar ondernam actie. Het leiderschap van de bond houdt zijn leden echter voor dat in het 'nieuwe Zuid-Afrika' andere regels gelden. Nu zit er immers een regering die wordt geleid door de 'kameraden' tegen wil en dank van het ANC.

Een van de duidelijkste doelstellingen van de Septembercommissie, die overigens nog niet is verwezenlijkt, is het streven dat in 2000 de helft van de vakbondsfunctionarissen vrouw moet zijn. Nu is dat er precies één, te weten Connie September.

Het congres van Cosatu verliep tot ieders tevredenheid. De 'werkers' hadden hun gram kunnen spuien en het 'verraad' door het ANC aan de kaak kunnen stellen. De vakbondsleiding werd herkozen, kreeg het groene licht voor 'Pap, vleis and gravy' en kan dus, in weerwil van alle anti-Gear retoriek, via Nedlac sociaal overleg blijven voeren. ANC en de belangrijkste leiders van Cosatu blijken op één economische lijn te zitten en krijgen daarvoor van de internationale financiële wereld lof toegezwaaid. Trevor Manuel werd onlangs door het blad Euromoney uitgeroepen tot de beste Afrikaanse minister van Financiën, wegens zijn “innovatieve stijl en zijn kracht om plannen door de regering te loodsen”. Terwijl Gear officieel een vies woord is, steunen Sam Shilowa en de zijnen het programma in stilte, simpelweg omdat ze geen alternatief hebben.