Studie naar ontwerp van architect A.J. Kropholler in Waalwijk; Raadhuis in details beschreven

Het raadhuis van de Brabantse gemeente Waalwijk, een ontwerp uit 1932 van de architect A.J. Kropholler, is zeer gedetailleerd beschreven door de kunsthistorica Danielle van Kempen uit Utrecht. De beschrijving zal dienen als leidraad bij toekomstige restauraties.

Danielle van Kempen: De zetel der bestuursmacht; A.J. Kropholler en het raadhuis van Waalwijk.

WAALWIJK, 14 OKT. De behangers die in de hal van het raadhuis van de Brabantse gemeente Waalwijk het papier insauzen zijn waarschijnlijk de laatste handwerkslieden die zonder strenge directieven hun gang kunnen gaan. Nu bestaat er namelijk een nauwkeurige en zeer gedetailleerde beschrijving van het in- en exterieur van het door architect A.J. Kropholler ontworpen gemeentehuis uit 1932. Wethouder A.M.P. Kleijngeld zei tijdens de overhandiging van de door kunsthistorica Danielle van Kempen uit Utrecht samengestelde inventarisatie dat men voortaan bij restauraties of reconstructies rekening zal houden met de beschrijving. “Want Waalwijk heeft een gemeentehuis waar het trots op kan zijn en moet blijven”, aldus de wethouder.

A.J. Kropholler (1882-1973), die onder meer ook het Van Abbemuseum in Eindhoven, de raadhuizen van Medemblik en Wateringen en het kantoor van de Levensverzekeringsmaatschappij De Utrecht in Leeuwarden ontwierp, was een nationalistische, traditionalistische tot het rooms-katholicisme bekeerde architect die vond dat het dienen van het volk zijn voornaamste doel was. Hij bouwde het liefst met nationale bouwmaterialen. Solide constructies en duurzame materialen stonden bij hem en andere traditionalistische architecten hoog aangeschreven. De aanschouwer moest uit zijn schepping onmiddellijk kunnen aflezen dat het om een Nederlands raadhuis ging, om een plaats derhalve waar de macht werd uitgeoefend. Het Waalwijkse raadhuis werd mede daarom 20 centimeter hoger gelegd dan de bebouwing in de omgeving.

Krophollers Waalwijkse raadhuis is evenals veel van zijn andere ontwerpen een Gesamtkunstwerk waarbij de architectuur, de beeldende en de toepaste kunsten een eenheid vormen. In Waalwijk ontwierp hij een raadhuis dat wordt gekenmerkt door een trapgevel en dat is uitgevoerd in rode kloostermoppen. Hij tekende ook voor het interieur, tot aan het Deventer tapijt in de raadzaal, dat door de jaren heen sleets is geworden, toe. In deze raadzaal staan eveneens de door Kropholler ontworpen stoelen en tafels. Bij het ontwerpen hiervan liet hij zich inspireren door zijn tijdgenoot Berlage. Ook de bureaus en de her en der in de muren gemestelde banken zijn van zijn hand.

In deze raadzaal werd het rapport van Van Kempen, dat heet De zetel der bestuursmacht, aangeboden. Initiatiefnemer voor de inventarisatie is de kunsthistoricus H.J. Hijmersma uit Sint-Michielsgestel. De muren van de raadzaal zijn gemetseld met gele Friese moppen. De lambrizering is ook hier net als op veel andere plaatsen van Oregonpine blank gelakt hout van één meter veertig hoog. In de drie hoge eiken kruiskozijnen zijn in de tussendorpels citaten zoals 'Het kan verkeeren' ingesneden en aan een van de wand is het in steen geprofileerde gezicht van koningin Wilhelmina te zien. In de belendende trouwzaal bevindt zich aan een wand de bijbelse voorstelling van Adam en Eva in het parardijs, geschilderd door Theo van Delft.

Kropholler dacht werkelijk aan alles bij het inrichten van zijn gebouwen zoals aan de bakelieten lichtknopjes en aan het kijkgaatje in de zwaar met ijzer beslagen politiecellen die in de kelder waren gevestigd en die nu dienst doen als archiefruimte. Ook de bordjes met 'trekken' en 'duwen' werden door hem zo ontworpen en zijn er nog altijd. Bij de deur die toegang geeft tot de burgemeesterskamer liet hij een een nis een enorme asbak met de uitsparingen voor de bolknaks aanbrengen. Op de bel-etage zijn de beeltenissen te zien van de heiligen Crispiniaan en Crispinus die de patroons waren van de de Waalwijkse leerindustrie, die eens het gebied zoveel welvaart bracht. Ook de op het bordes aangebrachte enorme koe en os herinneren aan die tijd.

Door de naspeuringen van Danielle van Kempen kwam vast te staan dat veel van Krophollers werk in de loop der decennia als gevolg van interne verbouwingen aan het oog is onttrokken maar dat het originele werk onder het huidige nog goed bewaard is gebleven. Dit geldt ook voor de kleuren van het stucwerk die Kropholler gebruikte alsmede voor de eikenhouten balken die in de diverse vertrekken zijn verdwenen bij het verlagen van de (kunstoffen) plafonds.

Later werden rondom het raadhuis nog andere gebouwen opgetrokken zoals markthallen die met arcades zijn opengewerkt en een muziekkiosk. Van Kropholler zelf is de brandweertoren naast het raadhuis. De toren lijkt veel op een middeleeuwse burcht. “Door deze associatie”, aldus Van Kempen, “wilde hij het verdedigende karakter van de brandweer tot uiting laten komen.” Bij uitbreiding in de jaren tachtig van het raadhuis werd als eis gesteld dat de gebouwen van Krophollers zoveel mogelijk ongeschonden moesten blijven en daarin slaagden de architecten uitzonderlijk goed.