Strijd tegen geweld is niet rechts

Niemand spreekt tegen dat een goede werkgelegenheidspolitiek waardevol is. Maar wil een samenleving leefbaar zijn, dan is het credo 'werk en nog eens werk' niet voldoende. De burgers willen ook schone buurten en veilige straten. Volgens Herman Wigbold hebben zij gelijk en zouden politici naar hen moeten luisteren.

Blair en de Labour Party blijken een beter ontwikkeld gevoel voor de open zenuw in de samenleving te hebben dan de PvdA en Kok. Zij beseffen dat zij naast economische en sociale maatregelen ook iets moeten ondernemen tegen de verloedering. De Britse regering zal met een wet komen waarin ouders verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor de misdragingen van hun kinderen. Ook wordt de mogelijkheid geopend dat jongeren die zich aan criminele aktiviteiten hebben schuldig gemaakt, een avondlijk straatverbod kan worden opgelegd.

Dit staat in scherp contrast met Paars, dat zijn hele hart verpand heeft aan werk, werk, werk en de verbetering van de infra-structuur. Ook het verkiezingsprogramma van de PvdA besteedt daar weer grote aandacht aan. Natuurlijk, niemand ontkent het belang ervan, maar het probleem is dat niemand er echt koud of warm van wordt. Uitgezonderd de tegenstanders van de uitbreiding van de infra-structuur die al honend spreken van 'asfalt-socialisme'. Zij zullen ongetwijfeld aan het kortste eind trekken waardoor hun afkeer van de politiek verder zal toenemen.

Het gebrek aan vertrouwen in de politiek ligt niet aan de veelbesproken ontideologisering. Daarvan is trouwens geen sprake: geloof in marktwerking is evenzeer een ideologie als geloof in overheidsbemoeienis. Waar is dat de ideologieën naar elkaar zijn toegegroeid, de basis van Paars. De PvdA heeft zijn geloof in de altijd heilzame werking van overheidsbemoeienis verloren (zo ver zelfs dat mejuffrouw Van Zuylen zich namens de PvdA keerde tegen een voorstel de machtsconcentratie van commerciële omroepen tegen te gaan) en de VVD erkent dat de overheid juist nodig is om de markt goed te laten werken (met het gevolg dat Bolkestein hetzelfde voorstel juist steunde). Het probleem is dat de kiezers het gevoel hebben dat de politiek zich boven hun hoofden afspeelt.

Alle onderzoekingen wijzen uit dat bestrijding van de criminaliteit en verloedering bij de kiezers de hoogste prioriteit heeft, hoger zelfs dan de gezondheidszorg. Huibregtsen, directeur van McKinsey-Nederland, sprak in dit verband van een 'emotionele revolutie' tegen de desintegratie. In de politiek scoort hetzelfde onderwerp nauwelijks. De politieke partijen, inclusief de PvdA, komen niet verder dan het obligate 'meer blauw op straat' zonder aan te geven wat dat extra blauw dan zou moeten doen en zonder er rekening mee te houden dat de verantwoordelijke minister moest erkennen dat hij eigenlijk niet wist hoeveel blauw er nu precies was. De werkelijke oorzaak is dat ook de PvdA kennelijk geen antenne heeft voor wat er onder de burgers leeft. Zij vinden dat de overheid veel te veel gedoogt. Ze willen meer blauw, maar ze willen ook concrete maatregelen om de verloedering te bestrijden en zijn ook bereid daarin hun aandeel te nemen. In de politiek vinden ze nauwelijks gehoor. Integendeel, eigenlijk vindt men het maar zo-zo dat ze de bestrijding niet volledig willen overlaten aan de overheid.

De media, nog sterker beïnvloed door de gedachtenwereld van de jaren zeventig dan de politici, volgen hun spoor. Zij tonen meer sympathie voor dominee Visser dan voor mevrouw Verdool uit Spangen die een grotere bijdrage heeft geleverd aan de beheersing van het drugsprobleem dan die communicatie-deskundige uit de Pauluskerk die het noodlottige Perron Nul heeft uitgevonden. Ze besteden meer regels en robuustere commentaren aan de dood van Van Driel die uit het bureau Warmoesstraat werd gezet dan aan de moord in Leeuwarden - als men afziet van de reportages over door burgers georganiseerde demonstraties. En als de politie in Capelle, letterlijk tegen de muur gedrukt, ongelukkigerwijs een autodief neerschiet, staan de smalende columnisten al klaar. Herman Vuijsje werd door zijn collega's afgebrand toen hij ervoor pleitte dat burgers wetsovertredingen - van dealen tot en met misbruik van sociale verzekeringen - kunnen aanmelden.

Het gevolg is dat de burger de indruk heeft - misschien ten onrechte, maar naar ik vrees terecht - dat ook de politiek bezorgder is over het lot van mensen die de verloedering veroorzaken dan van degenen die haar willen bestrijden.

Een paar voorbeelden uit de talloos vele, één de gemeentelijke, het andere de rijksoverheid betreffende. Amsterdam geeft een vermogen uit voor de tippelzone aan de Theemsweg hoewel het oorspronkelijke doel: een opvangplek voor heroïne-prostituées, in het geheel niet is bereikt en het een openluchtbordeel is geworden voor prostituées die juist vanwege die faciliteiten naar Nederland zijn gekomen. Hoofdcommissaris Kuiper berekende dat Amsterdam zestienduizend gulden uittrekt om de prostituée-hoerenloper te beschermen terwijl de gewone Amsterdammer het met zeshonderd gulden moet doen. En in het door drugs en misdaad geteisterde Venlo heeft het gemeentebestuur al twee keer het hoofd gestoten toen het met sluiting van panden en dwangsommen de drugshandel wilde bestrijden. De 'operatie-Victor' bevat bovendien nog zoveel waarborgen voor mogelijke drugsdealers dat deze nauwelijks blijkt te werken. Toch is in Den Haag niemand op het idee gekomen er dan wat aan te doen.

De overheid heeft in de afgelopen decennia - zeer terecht - haar pogingen gestaakt het privéleven van haar burgers te willen beïnvloeden, maar ongemerkt is die lijn doorgetrokken naar het publieke domein. Die lijn sloot in de jaren tachtig ook naadloos aan bij opvattingen over deregulering en non-interventie. Onder het mom van tolerantie werd afzijdigheid, afwezigheid en gedogen tot een deugd verheven. Nederland gedoogt niet alleen hasj-gebruik (waarvoor veel te zeggen valt zolang legalisatie onmogelijk is), maar ook veel andere zaken die andere burgers in hun vrijheid belemmeren. Gedogen heeft dan ook niets te maken met tolerantie. Tolerantie betekent respect voor andere meningen, andere religies, andere huidskleuren, andere levenwijzen. Gedogen betekent toestaan dat mensen zich niet aan de wet houden.

Natuurlijk bestaat dé oplossing voor verloedering en criminaliteit niet. Natuurlijk is de overheid afhankelijk van het gedrag van haar burgers. Maar de overheid kan de goedwillende burgers wel een steuntje in de rug geven. Het Britse wetsvoorstel lost de problemen niet op, maar het is het voorbeeld van zo' steuntje. Een stapje in de goede richting. Het is in ieder geval meer dan de uitspraak van minister-president Kok na de moord op Meindert Tjoelker: “Hier sta ik met lege handen”.

Met lege handen? Natuurlijk kan de overheid geweldmisdrijven zoals in Leeuwarden niet voorkomen, maar ze kan wel het geweld terugdringen. In de Verenigde Staten is het aantal geweldmisdrijven (toegegeven: bij een veel hoger peil) scherp gedaald en terug op het peil van 1980. In Nederland stijgt het aantal nog steeds. Ongetwijfeld speelt daarbij een rol dat het aantal jongeren daar langzaam afneemt, maar een andere reden is dat nu scherper wordt opgetreden tegen de kleine criminaliteit, ervan uitgaande dat dit de voedingsbodem is voor grotere criminaliteit.

Over de oorzaken van het toenemende geweld zijn we nu wel uitgeschreven: desecularisatie, de toegenomen individualisering, de veranderde positie van het gezin, de fragmentarisering van het leven. En ook over het gebrek aan normen en waarden zijn voldoende abstracte tractaten geschreven. Het gaat er nu om dat de overheid haar deel van de verantwoordelijkheid neemt.

Zonder te willen pleiten voor 'Zero tolerance' zou een krachtiger wetshandhaving daaraan een bijdrage leveren. De regering zou daarbij ook een beroep moeten doen op de burger. Daarbij zou ze iets van het profetische van Blair best kunnen gebruiken. Waarom vindt iedere actiegroep in Den Haag een willig oor behalve het actie-comité dat de zestien groepen in grotere steden verenigt? Waarom maakt ze zo weinig gebruik van burger-initiatieven?

De PvdA zal moeten leren dat de strijd tegen criminaliteit en verloedering niet een rechts maar een links item is, omdat juist de burgers die zij vertegenwoordigt daaronder lijden. In de jaren tachtig heeft zij zich dit laten ontstelen in de naïeve gedachte dat je dan maar een andere krant moest lezen. Een ezel stoot zich niet een tweede keer aan eenzelfde steen.