Stabiliteitsraad hoeft voor Duisenberg niet

ROTTERDAM, 14 OKT. Een 'stabiliteitsraad' waarmee de ministers van Financiën van de landen die deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie een tegenwicht vormen tegen de Europese Centrale Bank (ECB) is niet nodig. Dat is de conclusie van een toespraak die president Duisenberg van het Europese Monetaire Instituut (de voorloper van de ECB) vanmiddag hield voor de Frans-Nederlandse Kamer van Koophandel.

Met name Frankrijk dringt al langer aan op een forum waarin het economische beleid van de EMU-deelnemers kan worden besproken. Duisenberg zei vanmiddag dat coördinatie tussen het monetaire beleid van de ECB en 'derde partijen' noodzakelijk is, en dat dit met name opgaat voor het nationale economische beleid, de loonpolitiek en het begrotingsbeleid. “De huidige nationale situatie is dat de centrale-bankpresident een natuurlijke tegenspeler heeft in de minister van Financiën, met wie regelmatig contact bestaat, meestal eens per week.” In 1999, als de EMU begint, is volgens Duisenberg de situatie complexer, maar ze is naar zijn mening afdoende geregeld in het Verdrag van Maastricht. Zo kunnen de voorzitter van de vergadering van EU-ministers van Financiën en een lid van de Europese Commissie zonder stemrecht deelnemen aan bestuursvergaderingen van de ECB, en kan de ECB-president op uitnodiging bijeenkomsten van de ministers van Financiën bijwonen.