Oplossing Brent Spar komt dichterbij

ROTTERDAM, 14 OKT. Het zoeken naar de beste eindoplossing voor Shells afgedankte olieplatform Brent Spar is de laatste fase ingegaan. Gisteren publiceerden Shell en het Noorse bureau Det Norske Veritas (DNV) de resultaten van een vergelijking tussen zes overgebleven sloopvoorstellen. Tegen het eind van het jaar zal Shell definitief kiezen.

Dan nog is het aan de Britse overheid om toestemming te geven voor de gekozen oplossing. Nog steeds wordt niet uitgesloten dat wordt vastgehouden aan het dumpen van de Brent Spar in de Atlantische Oceaan omdat dat destijds volgens de Britse overheid de voor het milieu beste oplossing was.

In opdracht van Shell Expro (een samenwerking van Shell en Esso) vergeleek DNV de sloopvoorstellen van de zes Britse en Noorse aannemers die na een voorselectie overbleven. Allen stellen sloop van de Spar voor, de projecten verschillen in de wijze waarop geslopt wordt en in de bestemming die aan de losgesneden fragmenten wordt gegeven. DNV vergeleek de technische haalbaarheid,veiligheid en milieu-effecten. Ook verifieerden de Noren een kostenvergelijking die al eerder door Rider Hunt International was gemaakt. De resultaten zijn afgezet tegen het dumpen, waartoe Shell aanvankelijk had besloten en waaraan in mei 1995 ook werkelijk werd begonnen tot Greenpeace optrad. De kosten van de voorstellen lopen uiteen van 11,4 miljoen Britse pond voor horizontale sloop door het Noorse Kvaerner (waarin ook het Nederlandse Seaway Heavy Lifting in Zoetermeer participeert) tot maar liefst 48 miljoen pond voor sloop door het Britse Brown and Root Energy Services. Rechtstreeks dumpen was begroot op 4,7 miljoen pond.

Omdat het voorstel van Brown and Root ook slecht scoort op het gebied van energiebesparing en materiaalhergebruik lijkt het zich uit de markt geprijsd te hebben. Hetzelfde geldt voor AMEC Civil Engineering dat een kunstmatig rif van Spar-restanten wil aanleggen.