Nobelprijs naar 'optie-economen'

AMSTERDAM, 14 OKT. De Nobelprijs voor de Economie is dit jaar toegekend aan de Amerikanen Robert Merton en Myron Scholes. Dit heeft de Koninklijke Zweedse Academie voor Wetenschappen vanmorgen bekendgemaakt. Merton, verbonden aan de Harvard Universiteit in Boston, en Scholes, verbonden aan de Stanford Universiteit in Californië, krijgen de Nobelprijs voor hun werk aan de prijsbepaling van financiële derivaten.

Dat is een verzamelnaam voor opties, termijncontracten en allerhande tussenvormen die op de financiële markten worden gebruikt om koersrisico's af te dekken. In 1973 introduceerde Myron Scholes samen met de inmiddels overleden econoom Fischer Black als eerste een kwantitatief model voor de prijsbepaling van opties. Dit Black-Scholes-model wordt sindsdien wereldwijd gebruikt door bankiers, beleggers en handelaren op de financiële markten. Ook Robert Merton verrichtte baanbrekend werk op dit terrein, en geldt als de grootste huidige denker op dit gebied.

De keuze voor Merton en Scholes is een erkenning van de enorme betekenis die financiële derivaten hebben gekregen op de financiële markten. Duizenden miljarden dollars aan aandelen, obligaties en grondstoffen zijn tegenwoordig met financiële derivaten afgedekt. In een toelichting zei de Academie dat “de methodologie van Merton en Scholes de weg heeft geëffend voor economische prijsbepaling op velerlei gebied. Ze heeft ook nieuwe financiële instrumenten voortgebracht en geleid tot een beter risicobeheer in de maatschappij.” Aan de Nobelprijs is een geldbedrag van 7,5 miljoen Zweedse kroon (bijna 2 miljoen gulden) verbonden.

Scholes kwam onlangs nog in het nieuws toen hij samen met enkele partners honderden miljoenen dollars bleek te hebben verdiend met een speculatief beleggingsfonds. Dergelijke hedge-funds maken veel gebruik van derivaten om juist extra risico's aan te gaan.