'Nieuwe WAO catastrofaal voor kleine bedrijven'

De invoering van marktwerking en verschillende premies in de WAO zorgt in het bedrijfsleven voor veel verwarring. Verzekeraar Aegon roept klanten op om voorlopig rustig in het publieke bestel te blijven.

DEN HAAG, 14 OKT. Eigenlijk vinden ze het bij assuradeur Aegon zelf ook raar: een commerciële onderneming die klanten oproept hun arbeidsongeschiktheidsrisico niet bij een verzekeraar onder te brengen. 'Aegon adviseert bedrijven zich niet particulier te verzekeren', kopt het bedrijf in een informatiekrant voor verzekeringsadviseurs over de nieuwe WAO.

“We zien bij klanten dat de verwarring groot is. Eigenlijk komt nu pas op tafel hoe complex die nieuwe WAO-wetgeving is geworden”, zegt drs. T. Bouts, directeur schadeverzekeringen bedrijven bij Aegon.

Waar gaat het om? Met ingang van komend jaar doen marktwerking en premie-differentiatie officieel hun intrede op het terrein van de arbeidsongeschiktheid. De huidige arbeidsongeschiktheidswetten WAO en AAW vervallen - en daarmee ook de premieplicht voor werknemers. In plaats daarvan komt een systeem waarbij de werkgevers premies afdragen voor arbeidsongeschiktheid. Die premies gaan variëren al naar gelang het aantal arbeidsongeschikten in een bedrijf.

Werkgevers kunnen zelf bepalen of ze verzekerd willen blijven via het huidige publieke bestel, of dat ze het risico van arbeidsongeschikte werknemers onderbrengen bij een particuliere verzekeraar of dat ze het risico geheel voor eigen rekening nemen en dus zelf de uitkering betalen voor personeelsleden die (deels) afgekeurd worden.

Volgens Aegon-directeur Bouts komt van die laatste twee opties, waarmee in 1994 in het regeerakkoord van het kabinet-Kok nog mooie sier werd gemaakt, in de praktijk niets terecht. “Werkgevers die nu uit het publieke bestel stappen en het risico particulier willen verzekeren, moeten een hogere premie gaan betalen”, aldus Bouts. Vorig jaar, toen de nieuwe WAO-wetgeving nog in de Tweede Kamer behandeld moest worden, waarschuwden de verzekeraars al dat de verschillen in premiestellling funest zouden zijn voor de politiek gewenste marktwerking. Belangrijkste reden voor dat verschil is gelegen in de vorm van financiering: verzekeraars zijn verplicht om een reserve op te bouwen voor toekomstige uitgaven, uitvoeringsinstellingen (uvi's - de vroegere bedrijfsverenigingen) niet. “Om die reden blijft het publieke bestel zeker de eerste jaren goedkoper voor het grootste gedeelte van het risico. Voor ons heeft het geen zin om daarop nu te gaan concurreren”, zegt Bouts.

Het zal niet alleen aan de oproep van Aegon hebben gelegen. Maar vorige week werd duidelijk dat het animo van bedrijven om uit het publieke bestel te stappen uiterst gering is. Ondernemers die per 1 januari willen vertrekken, hadden dat voor 1 oktober moeten laten weten aan 'hun' uitvoeringsinstantie (GAK, Cadans, SFB, GUO of USZO). Vorige week bleek dat slechts een handjevol ondernemers op korte termijn een dergelijke stap overweegt. De meeste bedrijven willen rustig afwachten hoe de wet- en regelgeving zich ontwikkelt. Van de 335.500 werkgevers die bij de vijf 'uvi's' zijn aangesloten, heeft maar 0,0006 procent een aanvraag ingediend om naar een commerciële verzekeraar over te kunnen gaan.

Ondernemers die denken dat - door aansluiting bij het publieke bestel - alles bij het oude zal blijven, vergissen zich echter schromelijk, zo stelt men bij Aegon. Vooral kleinere bedrijven kunnen onder het nieuwe systeem van premieheffing forse financiële klappen oplopen. Vanaf 1 januari 1998 bestaat de WAO-premie uit twee delen: een basispremie (vastgesteld op 7,6 procent van de loonsom) en een gedifferentieerde premie (minimaal 0,09 en maximaal 1,12 procent). De basispremie is bedoeld om de uitkeringen te betalen van huidige WAO'ers. De gedifferentieerde premie wordt gebruikt ter financiering van de uitkeringen van nieuwe WAO'ers.

Door een deel van de premie afhankelijk te maken van het aantal arbeidsongeschikten in een bedrijf zullen werkgevers vanzelf meer hun best gaan doen om te voorkomen dat mensen arbeidsongeschikt raken, zo redeneerde het kabinet bij de opstelling van de nieuwe WAO. Volgens verzekeraars als Aegon en Nationale Nederlanden kan dat systeem vooral voor kleine en middelgrote bedrijven financieel catastrofaal uitpakken. Extra complicatie is dat arbeidsongeschiktheid lang niet altijd veroorzaakt wordt door het werk, maar bijvoorbeeld door sportblessures of door de persoonlijke gezinssituatie. In het nieuwe systeem worden werkgevers echter voor alle WAO-gevallen verantwoordelijk gesteld.

“Voor bedrijven met een gering aantal personeelsleden is het niet minder dan het zwaard van Damocles: als één medewerker arbeidsongeschikt wordt, kan dat een klein bedrijf aan de rand van de financiële afgrond brengen”, schrijft Aegon aan de tussenpersonen. Op zijn kantoor haalt Aegon-directeur Bouts, ter ondersteuning van zijn betoog, een paar intern opgestelde berekeningen tevoorschijn. Bijvoorbeeld: een detailhandelsbedrijfje met 5 werknemers (totale loonsom 200.000 gulden), ziet één werknemer in de WAO verdwijnen en moet daardoor vijf jaar lang 4,98 procent premie betalen in plaats van het gemiddelde van 1,66 procent. Totale 'schade' over die vijf jaar: 33.200 gulden.

Om de premieschokken voor met name kleine en middelgrote bedrijven te verzachten, bieden verzekeraars als Aegon, Nationale Nederlanden en Assuron (de verzekeraar die MKB Nederland voor WAO-verzekeringen in het leven heeft geroepen) speciale verzekeringen aan. Kern van die producten is dat ondernemers het risico op premieverhogingen door de overheid overhevelen naar de particuliere verzekeraars. Naast de financiële vergoeding helpen de verzekeraars ook bij het zoeken van mogelijkheden om arbeidsongeschikt geraakte werknemers weer zo snel mogelijk aan het werk te krijgen.

Door een dergelijke verzekering af te sluiten, raakt de ondernemer de prikkel van de gedifferentieerde premie kwijt - de prikkel die werkgevers zou moeten stimuleren om minder mensen in de WAO te krijgen. Toen een paar jaar geleden de WAO-uitkering door het kabinet werd verlaagd, reageerde B. de Vries, de toenmalige minister van Sociale Zaken, woedend op de massale bijverzekering van het 'WAO-gat'.

Heeft Aegon nog geen boze telefoontjes binnengekregen van minister Melkert? Bouts: “Nee hoor. De minister is alleen maar blij. Wij zijn er als verzekeraars immers bij gebaat dat de gedifferentieerde premie zo laag mogelijk blijft. Dus wij zullen juist heel veel werk maken van reïntegratie en van preventie, door al in een heel vroeg stadium maatregelen te nemen om mensen te helpen. En daar gaat het toch om.”