Lof en eer voor jubilerende Mulisch

Harry Mulisch vierde gisteren zijn 70ste verjaardag en zijn 50-jarig jubileum als schrijver. Tijdens een parade van prominenten kreeg hij een cassette met zijn boeken en werd hij bevorderd tot commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. “Al op mijn dertiende wist ik dat ik een genie was”.

AMSTERDAM, 14 OKT. “Wat ik me nou afvraag, Harry,” merkt presentatrice Chazia Mourali aan het einde van de avond op, “heb jij nou nooit eens last van angsten, hartkloppingen en slapeloze nachten - zoals gewone mensen?” Voor het eerst na een avond vol lof en eer begint Harry Mulisch wat heen en weer te schuifelen. Hij kijkt wat om zich heen, aarzelt en antwoordt dan grootmoedig: “Ja hoor.” En na nog een aarzeling: “Maar nooit veel - en steeds minder eigenlijk.”

Het was geen tijd voor bescheidenheid, gisterenavond in de Kleine Zaal van het Concertgebouw, want Harry Mulisch was de jubilaris en gevierd werd zijn vijftig-jarig schrijversschap. Officieel mocht het feestje dan zijn georganiseerd ter ere van Mulisch' zeventigste verjaardag, (“Deze avond was gepland omdat je de Nobelprijs zou ontvangen, maar nu moeten we het met je zeventigste verjaardag doen”, aldus Freek de Jonge) in de praktijk bleek het vooral een presentatie van het grote Mulisch-project van De Bezige Bij: alle elf romans van 'Harry Homerus' in een cassette. En dus traden elf van Mulisch 'intelligente vrienden' aan - variërend van Freek de Jonge en Adèle Bloemedaal tot Hedy d'Ancona en Ruud Lubbers - om de auteur ieder één van zijn eigen romans te overhandigen: “allemaal sigaren uit eigen doos” zoals staatssecretaris Nuis grapte, met een verwijzing naar de dunkartonnen cassette die de hele avond prominent op het tafeltje naast de schrijver bleef staan.

Door de parade van prominenten kreeg de avond al snel iets van een bonte avond voor intellectueel Nederland. Reinbert de Leeuw en Louis Andriessen speelden het begin van de Fantasie in F van Schubert, Rudi Fuchs sprak over de puntkomma in Het stenen bruidsbed, Jan Timman worstelde met De Verteller en Mulisch' Duitse uitgever Michael Kruger las een gedicht op zijn Amsterdamse vriend, die 'woont in een huis met een trap ontworpen door een slangenbezweerder.' Als een volleerd ceremoniemeester bedankte de schrijver zelf iedere spreker met een vriendelijk woord, daarmee goed aansluitend bij de korte acteurscarrière die Jeroen Krabbé uit Mijn Getijdenboek had opgediept: in de jaren veertig bleek Mulisch verschillende rollen te hebben gespeeld bij een Haarlems toneelgezelschap, waarbij hij in Het Eeuwige Monster van Jan van Dam zelfs de rol van 'toneelschrijver' had vervuld. “Al op mijn dertiende wist ik dat ik een genie was, ik wist alleen nog niet waarin”, zo merkte de schrijver nog maar eens op.

Duidelijk werd gisteravond opnieuw dat het onthaal van De ontdekking van de hemel in de Verenigde Staten in Nederland diepe indruk heeft achtergelaten. Regelmatig werd Mulisch weer met Homerus vergeleken, en staatssecretaris Nuis plaatste hem in één divisie met Dante, Goethe en Vondel, om de schrijver vervolgens mee te delen dat het de koningin had behaagd hem te bevorderen tot commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Een van de hoogtepunten was voor Mulisch zelf ongetwijfeld het moment waarop Ruud Lubbers memoreerde hoe hij, als 'jong premier', werd geconfronteerd met het verzoek van bondskanselier Kohl om de twee van Breda vrij te laten, en hij toen geen andere manier wist om de Nederlandse sentimenten ten aanzien van dit probleem duidelijk te maken dan door zijn collega De Aanslag op te sturen.

Gelukkig was er tussen alle mythische verwijzingen ook nog Adèle Bloemendaal die, als ware ze de matrone uit De Pupil, Mulisch met een zwoele stem als een echte lezer toesprak: 'Harry, kind!, Al die avonden en nachten die ik met jou heb doorgebracht!' Daarmee maakte ze gelukkig duidelijk wat de aanwezigen onder alle Homerische loftuitingen bijna dreigden te vergeten - dat je Harry Mulisch ook nog gewoon kunt lézen.