Lijders aan een depressie zitten in het verdomhoekje

Depressiviteit is een ware volksziekte en komt veel vaker voor dan men denkt. De ziekte wordt te weinig herkend, terwijl genezing mogelijk is.

ROTTERDAM, 14 OKT. Een half miljoen Nederlanders maakt jaarlijks een depressieve periode door. Eén op de vijf Nederlanders krijgt minstens één keer in zijn leven last van depressiviteit. Eén op de vier huishoudens moet ooit met de ziekte leren leven. Naar verwachting verdringt de volksziekte depressiviteit in het eerste kwart van de volgende eeuw infectieziekten van de eerste plaats op de ranglijst van ziekten waaraan veel mensen lijden.

“Het gekke is dat er over een volksziekte als kanker wel wordt gesproken, maar dat depressiviteit een taboe is”, zegt woordvoerder P. Anzion van stichting Pandora.

De cijfers werden afgelopen weekeinde kracht bijgezet, doordat de 'depressielijn' overbelast raakte. De Stichting Korrelatie had die lijn opengesteld in het kader van de nationale depressiedag. Duizenden mensen belden om de depressie-zelftest te doen. Daarmee konden zij uitvinden of ze last van een 'dipje' hadden of mogelijk depressief zouden zijn.

Die depressie-zelftest is een groot succes , aldus directeur D. Huijbregts van Korrelatie. “Mensen bellen om de test te doen en gaan daarna over hun problemen praten. Ook mensen die al gediagnosticeerd zijn voor depressiviteit, bellen en doen eerst de test. Zij willen toch over hun ziekte praten. Depressiviteit zit in het verdomhoekje.” Ook de lotgenotenlijn die stichting Pandora heeft opengesteld, is “helemaal platgebeld”, zegt woordvoerder P. Anzion. “De telefoontjes komen nog steeds binnen.”

Huijbregts stelde vast dat depressiviteit een taboe is, toen hij, uiteindelijk tevergeefs, zocht naar een boegbeeld voor de promotiecampagne voor de Nationale depressiedag. Huijbregts: “Voor de advertentiecampagne hebben we moeten teruggrijpen op Virginia Woolf. Een karakter uit een verkeerde tijd en een verkeerde plaats, die sommigen van de jongere doelgroep niet eens zullen kennen. Maar bekende Nederlanders van wie wij weten dat ze depressief zijn, wilden niet. Geen van hen wilde ervoor uitkomen.”

Een 23-jarige zwaar depressieve studente aan de TU-Delft heeft de Depressielijn niet gebeld. “Dat is nu net wat ik niet durf”, zegt ze. “Ik zag overal enorm tegenop. Alles is een zware taak. Naar de bakker gaan voor een brood kostte al veel moeite. Ik bleef heel lang in bed liggen. Het enige wat ik deed was tv kijken.”

Het duurde ruim een jaar voordat zij hulp ging zoeken. “Ik had niet door dat er iets mis was. En hulp vragen is juist wat ik zo moeilijk vind. Dan bouw ik van tevoren al een enorme spanning op.” Met medicijnen en groepstherapie is het de afgelopen anderhalf jaar “een beetje” vooruitgegaan. “Ik doe leuke dingen en probeer daar plezier in te krijgen.”

P. Anzion van stichting Pandora: “De depressie is in de ochtenduren het zwaarst. Het opstaan is het moeilijkst en dan de vraag hoe de dag door te komen. Bij een depressie komt het voor veel mensen erop neer hoe ze de periode moeten overleven. Dat is één van de redenen waarom E. Knip, hoogleraar medische psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, het belangrijk vindt dat depressiviteit wordt herkend. Knip: “Depressiviteit is één van de oorzaken van suïcide.” Hij vindt het “de tragiek” bij depressiviteit dat een heleboel mensen ermee blijven lopen terwijl er met behandeling “veel voorkomen kan worden”. Bij minder dan de helft van de mensen die aan depressiviteit lijden wordt deze diagnose gesteld. Knip: “Twintig, dertig jaar geleden beschouwden we depressiviteit als onbehandelbaar, maar tegenwoordig valt het goed te behandelen.” Tegen zware depressiviteit wordt een combinatie van medicijnen, gedragstherapie en interpersoonlijke therapie ingezet. Bij lichte depressiviteit volstaat therapie. Volgens Knip geeft de klassieke psychotherapie weinig resultaat, omdat daardoor het klagen wordt versterkt. “Het gaat erom de passiviteit te doorbreken.”

Depressiviteit omvat het hele leven, zegt Knip. “Het belangrijkste is het gevoel van somberheid, maar dan zijn er nog negen symptomen die niet allemaal tegelijk aanwezig hoeven zijn. Slapeloosheid, energieverlies, concentratieproblemen, totaal verlies van belangstelling, nergens zin in hebben, schuldgevoelens, rusteloosheid, eetstoornissen, gedachten over de dood en suïcide, onvermogen om de dagelijkse taken uit te voeren.

Om echt in een depressieve periode te zitten moet de somberheid gedurende twee weken samengaan met vijf andere symptomen.

Op al te veel begrip hoeven depressieve mensen niet te rekenen, zo blijkt uit een Nipo-enquête. De meeste Nederlanders beschouwen depressiviteit als aanstellerij. “Voor de omgeving zijn depressieve mensen klagers”, zegt Knip. “Daardoor keren veel mensen zich van hen af.” En doordat depressieve mensen nergens meer toe komen, vergroten zij zelf dat isolement.