Juweeltjes van boeken op expositie in Amsterdam

Tentoonstelling: De Best Verzorgde Boeken. Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. T/m 26 oktober. Open: dag. 11-17u. Catalogus ƒ 34,50.

Een grafisch ontwerper die vijf jaar de tijd krijgt en een onbeperkt budget om een jubileumboek te maken, zou geen knip voor zijn neus waard zijn als daar een boek uit voortkwam dat niet de selectie van De Best Verzorgde Boeken zou halen. De jury van de jaarlijkse bekroning vroeg zich even af hoe ze het 2136 pagina's tellende jubileumboek van de Steenkolen Handels Vereniging moest behandelen, maar kwam al snel tot de conclusie dat het een meesterwerk van ontwerpster Irma Boom (en ook van drukker Rosbeek) is dat de hoogste eer verdient.

Het boek bevat vele verborgen verrassingen, zo meldt het jury-rapport, maar zelf mogen we die niet ontdekken. Het SHV-boek is het enige boek dat het publiek niet ter hand mag nemen op de expositie van de boekenselectie in het Stedelijk Museum. Opdrachtgever Paul Fentener van Vlissingen bepaalde dat het boek slechts is voorbehouden aan een selecte groep van SHV-managers. Gewone stervelingen zullen nimmer het volgens eigen recept gemaakte papier mogen voelen, de gespiegelde jaartallen lezen in de metalen plaat die de rug van het 10 centimeter dikke boek versterkt, of het gedicht van Gerrit Achterberg lezen dat op de afsnee van het 3,5 kilo zware boek staat.

Het SHV-boek is exemplarisch voor een ontwikkeling in het boekenvak die zich al geruime tijd voordoet, namelijk dat uitgevers niet meer het monopolie hebben op de productie van - goed verzorgde - boeken. De cijfers spreken boekdelen: 15 van de 41 uitverkoren boeken verschenen bij erkende uitgeverijen. De rest komt van musea, bedrijven, gemeenten en andere incidentele opdrachtgevers. Steeds meer hebben vormgevers nu ook de regie van de boekproductie in handen. In de beoordeling door de Best Verzorgde Boeken-jury ligt het accent dan ook veel meer op het werk van de vormgever en dan met name op vernieuwingen die zij introduceren.

Dat laatste is goed zichtbaar op de expositie. Verrassend is bijvoorbeeld de vorm die Melle Hammer bedacht voor de debutantenreeks van uitgeverij Contact. De boeken hebben een met papier beplakte band, waar zo weinig mogelijk tekst op staat. De matte vernis en de typografische spelletjes met titel en auteur geven de omslagen een bij de debutanten passende frisheid. Informatie die doorgaans op het achterplat van een boek staat, zoals een foto en biografische gegevens van de auteur, is verschoven naar de eerste binnenpagina's.

De beeldwoede is in het algemeen op zijn retour. Voor het buiten- en binnenwerk van hun boeken kozen veel ontwerpers voor louter typografische oplossingen. Zie bijvoorbeeld de catalogus met afstudeerwerk van de Akademie Industriële Vormgeving uit Eindhoven door Anthon Beeke en Joep van der Made, waarin bij wijze van spreken het heldere beeldmateriaal wordt geïllustreerd met zeer krachtige typografie. Het Spaans dagboek van Arthur Lehning kreeg van Bureau Piet Gerards een strakke belettering op een rood-zwart omslag en ook Lex Reitsma volstond met sprekende typografie op de omslagen van de libretti van drie opera's van de Nederlandse Opera. De fraaie catalogus van Karen Polder bij deze tentoonstelling ontbeert zelfs elke tekst op de band die alleen een goud op snee-barcode kreeg.

De boeken waarin het beeld overheerst zijn uiteraard niet geheel verdwenen. De monografie over ontwerper Karel Martens, vormgegeven door diens leerling Jaap van Triest, loopt over van de illustraties en is een overweldigend bladerboek. Het blijft echter irriteren dat omwille van de vorm concessies aan de leesbaarheid zijn gedaan: de Engelse bijschriften bij al die illustraties gaan zonder visueel haakpunt over in de Nederlandse vertaling.

Zo is dit overzicht van het beste uit de nationale boekproductie van het afgelopen jaar een verzameling van uitersten geworden, met aan de ene kant traditionele boeken als het liber amicorum voor bibliothecaris Ernst Braches, vormgegeven door Gerrit Noordzij, en aan de andere kant een tot 'boek' gevouwen luchtbed van Federico d'Orazio en ontwerpster Mariëtte Strik, waarover de jury in haar verantwoording weinig serieus is. De gemene deler is dat ze elk in hun soort begerenswaardige juweeltjes zijn.