Intellectuelen willen Brabant leefbaarder maken

Bezorgde intellectuelen pleiten voor een leefbaar Brabant. 'Onder de sterrenhemel van Van Gogh' wijst hun manifest de weg naar 'een schitterend vergezicht'.

DEN BOSCH, 14 OKT. “Voorspellen is moeilijk, dat is waar, maar we willen ons ook niet zomaar laten meedrijven met de tijd. We gooien een steen in de vijver. Die veroorzaakt, naar ik hoop, een rimpeling die zal aanzwellen tot een brede stroom.” Dat zei B. Knapen gisteren in Den Bosch. Knapen is voorzitter van de groep intellectuelen die meehielpen aan het ontwikkelen van het Manifest 2050 voor de provincie Noord-Brabant.

Knapen, oud-hoofdredacteur van NRC Handelsblad en tegenwoordig directeur van Philips Communicatie, zei dat de opstellers zich “maximaal kwetsbaar” hebben opgesteld. “Het woord 'haalbaarheid' komt in onze teksten niet voor.” Op het logo is enigszins wazig het jaartal 2050 te zien.

Volgens het manifest, mede ondertekend door onder anderen Heleen Dupuis (ethica), Rudi Fuchs (museumdirecteur) en Wouter van Dieren (ecoloog), is het Brabant van 2050 in ieder geval “een zorgzame samenleving waarin ieder mens telt en de moeite waard is en waarin kennis en vorming de toegang geven tot arbeidsparticipatie”. En even verder staat te lezen: “Het landschap zal bestaan uit nieuwe, uitgestrekte natuurgebieden. Er zullen geen files meer zijn. De bedrijven zijn emissieloos en kunst en cultuur zullen algemeen erkende en herkende inspiratiebronnen van de toekomst zijn.”

Behalve voor de aanleg van snelfietspaden wordt gepleit voor de oprichting van een Index-centre Brabant. Dat centrum moet graadmeters ontwikkelen voor welvaart en welzijn en zal “zonder oogkleppen hoogwaardige beleidsdebatten” moeten organiseren.

“Tegenover de afname van de leefkwaliteit”, zo staat in het manifest, “stellen wij leefstijlen om segregatie te voorkomen en om vriendschap, solidariteit en culturele identiteit warm en gemoedelijk en zonder on-Brabantse steriliteit te verkrijgen”.

In een video die voorafging aan de overhandiging van het manifest aan de commissaris van de koningin, F. Houben, had een vrouw verzucht: “Altijd dat gezeik over die Bourgondische gemoedelijkheid.” Het manifest nodigt ook de gewone Brabanders uit om een eigen discussie te voeren over de gezamenlijke toekomst.

Oud-premier R. Lubbers, hoogleraar Globalisering aan de Katholieke Universiteit Brabant en een van de ondertekenaars, zei: “Wij gaan een eigen Brabant scheppen waarvan overigens pas later zal blijken dat we wél gelijk hebben gehad.” Niet geheel tot vreugde van de aanwezige bisschop Muskens van Breda had Lubbers ook de inmiddels door het vele gebruik sleets geworden uitspraak van prof. L. Rogier gedebiteerd van een geestelijke die tegen een fabrieksdirecteur zou hebben gezegd: “Houd jij ze arm, dan houd ik ze dom.” Muskens vond het een “ongepaste” opmerking van een “arrogante Randstedeling”, omdat het in Brabant juist de vele kloosterorden en congregaties waren geweest die de jeugd hadden onderricht.

De socioloog A. Zijderveld zei voorstander te zijn van gekozen commissarissen van de koningin, óók in het Brabant van de toekomst. “Die moeten meer zijn dan bezetters van ambten die op partijpolitieke gronden worden verdeeld. Het zullen invloedrijke gangmakers, regisseurs en power brokers worden die overigens wel volgens democratische procedures gekozen worden.” Zijderveld verklaarde monarchist te zijn. “Het af en toe opborrelende republikanisme is in mijn ogen een aan barbarisme grenzende kortzichtigheid.” Over Knapen, die zich enige tijd geleden terugtrok als medeondertekenaar van een republikeins manifest, zei Zijderveld: “Ik ben blij dat hij zich van dit malle gezelschap nog juist op tijd heeft gedistantieerd.”

De Brabantse commissaris van de koningin, Houben, zei bij het in ontvangst nemen van het manifest: “Een ideale toekomst en een geromantiseerd verleden zijn een vlucht uit het heden. Daar gaat het dus niet om. Het gaat erom de Brabantse kroonjuwelen, te weten bodem, lucht, water en ruimte, in te zetten voor het succes van Brabant. Het gaat ook om een collectieve trots op het publieke domein; dat de inwoner van straks kan zeggen: 'Kijk, daar werk ik, daar woon ik'. Identiteit dus.”

Houben besloot zijn betoog als volgt: “Brabant staat zelf aan het stuur en vaart op de sterrenhemel van Van Gogh. Het wordt een schitterend vergezicht.”