In zijn eigen wereldje

Gantenbein, Ned.1, 22.45-32.31u.

Gijs is een beetje een gekke man. Hij loopt door de straten van Amsterdam met zijn spulletjes in een rugzak dat met een touwtje aan zijn arm is vastgemaakt, zodat hij hem niet bij een onverwachte beweging zal verliezen. Zijn benen zwieberen als hij loopt en zijn armen malen in het rond. Af en toe stopt hij even om wat gedachten in een klein opschrijfboekje te noteren. “Ik lees geen boek meer”, staat er dan bijvoorbeeld. De volgende dag herinnert hij zich niet dat hij dat opgeschreven heeft.

Gijs is de hoofdpersoon van de documentaire Gantenbein van Ine Poppe en Agnes de Ruyter. Hij is een charmante, zachtaardige en poëtische man die geen controle meer heeft over zijn lichaam en zijn geheugen sinds er na een hersenoperatie, die niet meer dan een routinehandeling had behoren te zijn, 'het een en ander niet goed is gegaan', zoals dat eufemistisch heet.

Wat er precies is gebeurd, en wat er nu eigenlijk met Gijs aan de hand is, zijn vragen die in de film niet worden beantwoord. Met dat doel heeft zijn levensgezellin Olly inmiddels een rechtszaak aangespannen tegen het AMC in Amsterdam. Ook zeven jaar na dato heeft zij daar namelijk nog steeds geen duidelijkheid over kunnen krijgen. “Ik heb een gezonde man weggebracht en hem maar voor de helft teruggekregen” beschrijft ze de situatie waarin ze de afgelopen jaren leeft. Ze is de moeder geworden van haar eigen man.

Gantenbein lijkt qua aanpak en inhoud op een van de vele cases die neuroloog Oliver Sacks heeft gepubliceerd in boeken als De man die zijn Vrouw voor een Hoed hield en Een Antropoloog op Mars. Met dezelfde bescheiden nieuwsgierigheid portretteren en observeren Poppe en De Ruyter Gijs.

Het is intrigerend om te zien hoe hij via een omweg weer greep probeert te krijgen op zijn verleden: aan de hand van wat anderen hem vertellen. Het gemak waarmee hij die gebeurtenissen vervolgens navertelt, heeft bijna iets onheilspellends. Alsof hij onbewust nog een soort besef heeft van wat het geheugen is en de 'grammatica' daarvan nog kan hanteren, alleen nooit meer iets heeft om zich echt te herinneren.

Een van de aangrijpendste momenten van de film is waarop dochter Sterre met haar ouders foto's bekijkt uit de tijd van voor de operatie. Zij kan zich uit die periode niets herinneren, omdat ze eenvoudigweg te jong was. Net zoals haar vader 'leert' ze dat deel van haar verleden uit verhalen van anderen. “Dat is papa”, wijst ze aan. “Waar was dat eigenlijk?” “Oh dat weet ik niet meer”, antwoordt haar vader terloops en vervolgt luchtig: “die kano heb ik nog zelf gebouwd.” De wetenschap dat zij allebei converseren volgens aangeleerde conventies en over ingefluisterde gebeurtenissen geeft hun dialoog een Pinteriaanse lading.

Mooi is ook hoe fragmenten van de taallessen die Olly geeft zijn doorsneden met beelden van de eindeloze wandelingen van Gijs door de stad. Terwijl Olly aan haar niet-Nederlands sprekende leerlingen de betekenis van een begrip als 'in zijn eigen wereldje' uitlegt, ziet de toeschouwer dat op een wel heel letterlijke manier geïllustreerd.

Poppe en De Ruyter hebben geprobeerd om het verhaal zoveel mogelijk in dit soort filmische principes te vertalen. Dat is deels gelukt, maar laat ook veel raadsels over. Met name de titel, naar een boek van Max Frisch dat aan het begin van de film nadrukkelijk wordt getoond en aan het einde slechts even ter sprake komt, had beter in de filmische gebeurtenissen ingebed moeten worden.

Gijs blijkt zich namelijk een tijdlang sterk met de hoofdpersoon van dit boek geïdentificeerd te hebben. Het zou interessant zijn geweest om uit te zoeken in hoeverre iemand die zoals Gantenbein 'geschiedenissen aantrekt als kledingstukken' te vergelijken is met iemand die op een vergelijkbare manier zijn verdwenen herinneringen moet leren hanteren.