IMF raakt 'Nieuwe Orde' in Indonesië

In Jakarta arriveerden gisteren specialisten van het Internationaal Monetaire Fonds voor overleg over een hulppakket voor de Indonesische economie. De verwachte maatregelen kunnen verregaande gevolgen hebben voor een systeem dat zich kenmerkt door nepotisme, corruptie en vriendjespolitiek.

JAKARTA, 14 OKT. Het inroepen van de hulp van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) door de Indonesische regering om de financiële crisis waarin het land verkeerd het hoofd te bieden, heeft in Jakarta veel opzien gebaard. En dat is niet verwonderlijk. Het te verwachten pakket van maatregelen van de 'dokters van het IMF', zoals de financiële specialisten in de Indonesische media worden genoemd, raakt de kern van het politiek-economisch systeem van de Nieuwe Orde van president Soeharto.

De grote vraag is of president Soeharto werkelijk een eind zal willen maken aan de bevoorrechte positie van zijn familie en nauwe zakenrelaties. Een advocaat in Jakarta noemt Soeharto in dit verband “een goede vader van een slechte familie”.

Een team van het IMF begon gisteren in Jakarta besprekingen met de Indonesische regering over de gezondmaking van de Indonesische economie. Vorige week bereikte de koers van de roepia, met 4.000 roepia voor een dollar, het absolute dieptepunt in de afgelopen dertig jaar. Vervolgens besloot de regering aan te kloppen om hulp bij het IMF. President Soeharto besloot vorige week ook de expertise in te roepen van oudgediende Widjojo Nitisastro, die geldt als de architect van de Nieuwe Orde, die na het aantreden van Soeharto in 1965 vorm kreeg. Indonesische kranten verwachten dat de 70-jarige Nitisastro de onderhandelingen met het IMF zal leiden.

Volgens sommige analisten is deze beslissing van de Indonesische regering vooral ingegeven door de wens het buitenlands vertrouwen te herstellen in de eigen economie. De pijlsnelle val van de roepia, die sinds juli met 36 procent in waarde is gedaald, en de tuimelingen van de index op de aandelenbeurs van Jakarta, is volgens deze analisten eerder het gevolg van een vertrouwenscrisis bij buitenlandse investeerders dan dat er werkelijk veel mis is met de fundamenten van de Indonesische economie. De crisis was voor een deel het gevolg van de 'olievlekwerking' van de crisis in Thailand naar andere landen in de regio.

Andere economen menen dat er wel degelijk werk aan de winkel is voor de IMF-specialisten: zij stellen dat de werkelijke, deplorabele, economische situatie jarenlang is verbloemd en zelfs is verergerd doordat vele Indonesische bedrijven sinds enige jaren uitbundig zijn gaan lenen op de dollarmarkt. In de euforie over de economische groei en vooruitzichten werd begin jaren negentig fors geïnvesteerd in de verwachte 'take-off' van de Indonesische economie. Door de koppeling van de roepia aan de dollar leken dollarleningen risicoloos.

Deze commentatoren menen dat corruptie, nepotisme en bevoorrechting van zo'n tweehonderd aan het bewind gelieerde zakenconglomeraten de Indonesische economie van binnenuit hebben uitgehold.

Hoewel het IMF nog niets bekend heeft gemaakt over de uitkomsten van de besprekingen, wordt algemeen verwacht dat het Fonds Indonesië tussen de vier tot zes miljard dollar aan leningen in het vooruitzicht zal stellen. Berichten gisteren dat het IMF een bedrag van 12 miljard dollar in de economie zou moeten steken, zorgden voor een nieuwe duikeling van de inmiddels weer wat opgekrabbelde roepiakoers.

Niemand weet met nog zekerheid te zeggen welke visie de juiste is, omdat de kerngegevens van de Indonesische economie zo helder zijn als de kopi tubruk (koffie) die geschonken wordt in de vele warungs van Jakarta. Schattingen over de totale particuliere schulden van het Indonesische bedrijfsleven lopen uiteen van zestig tot tachtig miljard dollar. Anderen schatten dat daarvan zo'n veertig procent voor het eind van dit jaar moet worden terugbetaald, terwijl onduidelijk is in hoeverre deze schulden zijn gedekt.

De gouverneur van de Indonesische centrale bank, Sudradjad Djiwandono, vroeg banken en bedrijven vorige week hun boeken te openen om de omvang van de buitenlandse leningen te kunnen schatten. De Bankpresident zei dat voor het eind van het jaar mogelijk enkele banken wegens grote schulden moeten worden gesloten.

Bij de particuliere schulden komt nog een buitenlandse schuld van de overheid die geraamd wordt op vijftig miljard dollar, waarover dit jaar acht miljard dollar rente moet worden betaald.

De Indonesische overheid heeft de afgelopen weken al vele grote projecten stilgezet in verband met de geldschaarste met als gevolg dat de afgelopen week duizenden bouwvakkers werkeloos op de vele bouwplaatsen in Indonesië rondhingen. Ondertussen zorgt de voortdurende droogte in grote delen van de archipel voor achterblijvende oogsten en stromen er naar schatting zevenduizend mensen per dag Jakarta binnen, op zoek naar werk.

Officieel wordt erkend dat 38 procent van de 200 miljoen inwoners van Indonesië werkloos zijn of te weinig werk hebben. De devaluatie van de roepia zorgt er daarbij voor dat de opkomende middenklasse van Indonesië zijn winsten ziet verdampen. Deze middenklasse omvat nu zo'n tien tot twintig miljoen van de tweehonderd miljoen Indonesiërs.

De hypotheekrente is gestegen tot dertig procent of meer. En de mogelijke ineenstorting van grote zakenconglomeraten legt een slagschaduw over het land, die beursmakelaars en economen grote zorgen baart.

De helpende hand van het IMF zal, naar wordt aangenomen, gepaard gaan met een eisenpakket aan de Indonesische overheid om stringente maatregelen te nemen ter sanering van de economie. Door de voor Indonesië typerende verwevenheid van staat, presidentiële familie en economie zouden deze maatregelen kunnen neerkomen op een herstructurering zonder weerga in de afgelopen dertig jaar.

Vandaar wellicht ook dat critici van het bewind het te hulp roepen van het IMF in koor toejuichen, terwijl anderen zich zorgen maken over inmenging in binnenlandse aangelegenheden.

Naar wordt vermoed zal het IMF bijvoorbeeld willen dat de regering Soeharto een eind maakt aan de bevoorrechte positie van een aantal nauw aan het bewind gekoppelde ondernemingen. Genoemd worden de nieuwe autofabriek van Soeharto's zoon Hutomo ('Tommy') Mandala Putera, en de pretentieuze vliegtuigfabriek van minister van Technologie Jusuf Habibie.

Het 'nationale autoproject' van zoon Tommy wordt beschouwd als een evident doelwit voor het IMF-team vanwege de exclusieve belastingvoordelen die deze onderneming geniet. Japan, de VS en de Europese Unie hebben Jakarta inmiddels aangeklaagd voor de Wereld Handels Organisatie (WTO), omdat zij vinden dat hun eigen automobielindustrie wordt benadeeld.

Tot het pakket van maatregelen zal naar verwachting ook behoren een grondige sanering van het Indonesische bankwezen. Het land heeft zo'n tweehonderd banken, waarvan er volgens bronnen in de bankwereld ongeveer zestig overeind worden gehouden door de Centrale Bank. Ook in het bankwezen heeft ten minste een dochter van de president belangen.

Cynici gaan ervanuit dat de Indonesiërs verwachten dat er met het IMF wel een 'deal' kan worden uitonderhandeld, met als uitkomst een forse lening tegen 'lenige' voorwaarden. Dit in de overtuiging dat er met de fundamenten van de Indonesische economie eigenlijk weinig mis is.

Zou het IMF werkelijk de bezem door de Indonesische economie halen, zo verwachten deze waarnemers, dan zal Soeharto uiteindelijk niet akkoord gaan met al te verstrekkende maatregelen.

Maar het inroepen van de hulp van het IMF is een tweesnijdend zwaard: het optreden van de gezaghebben financiële instelling zal het vertrouwen van buitenlandse financiers in de Indonesische economie herstellen. Daarentegen kan worden verwacht dat een afwijzing door de Indonesische overheid van saneringsmaatregelen het omgekeerde effect zal hebben. Met als gevolg een verdere verdieping van de financiële crisis.

En dat is iets wat de president een paar maanden voor zijn geplande herverkiezing in maart 1998 juist zal willen vermijden.