Het recht is niet gediend met terughoudendheid; Een echte advocaat is gehecht aan grote onafhankelijkheid

Dat een advocaat in het arrondissement van diens kantoorvestiging tevens rechter-plaatsvervanger is, keurt de minister van Justitie niet goed. Mevrouw Sorgdrager worstelt met de schijn van mogelijke belangenverstrengeling (NRC Handelsblad, 3 oktober). De kantoren waar deze advocaten deel van uit maken zijn veelal groot en de verhoudingen met het cliëntenbestand kunnen weinig doorzichtelijk zijn. De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht komt op de tocht te staan door een schijn van partijdigheid.

De rechterlijke macht staat echter onder grote werkdruk. De advocaat, tevens rechter-plaatsvervanger is flexibel inzetbaar en levert kwaliteitsimpulsen door externe deskundigheid en ervaring. Dat vindt de deken van de Orde van Advocaten, die bezorgd is over het optimaal functioneren van de rechterlijke macht. Dat de rechterlijke macht nog goed functioneert komt mede door dergelijke advocaten.

Onlangs gaf advocaat Van der Woude op deze pagina ('Advocaat moet geen rechter willen spelen' 3 oktober) als zijn opinie, dat de onderlinge verhoudingen binnen de advocatuur zuiverder zouden zijn wanneer advocaten geen rechter meer spelen. Cliënten met een advocaat die niet tevens rechter-plaatsvervanger is, menen dat zij zich op 'achterstand' zetten.

Is dit reëel? Ik denk van niet. Er zijn in het oog springende soorten rechter-plaatsvervangers zoals de leden van de straf- of civiele kamer van de rechtbank, maar die zitten toch altijd naast beroepsrechters. Hoe werkt dit? Ik citeer de beroepsrechter die wordt gevraagd: 'Hoe laat kom je voor het avondeten?' Het antwoord luidt: 'Ik heb zitting met een plaatsvervanger, dus het kan laat worden.' De rechter-plaatsvervanger wordt inderdaad gewaardeerd om kennis, inzet en integriteit, maar het ligt in de aard der dingen dat een advocaat die voor 425 gulden een zitting meedraait in de raadkamer zijn juridische poepje zal willen laten ruiken. En dat is niet altijd ter zake en gewenst. Het kost de beroepsrechter dan moeite de plaatsvervanger in de pas te laten lopen met het recht. Het is ook de vraag of de advocaat-rechter-plaatsvervanger wel zo'n bijdrage aan de capaciteit en kwaliteit van de rechterlijke macht is. Een enquête onder beroepsrechters geeft daar inzicht in. Oneerbiedig fluistert men daar over 'togavullers'. De plaatsvervanger zit achter de rechterstafel maar concipieert zelden vonnissen, het tijdrovendste deel van het rechterswerk.

Er zijn ook advocaten-rechter-plaatsvervangers die in hun eentje recht spreken zoals de kantonrechter-plaatsvervangers. Wat hebben deze advocaten hun cliënten meer te bieden dan advocaten die geen (kanton)rechter-plaats vervanger zijn? Veel. De adviezen zijn degelijk. Maar het recht dat wordt bedreven draagt het gevaar in zich conservatief en niet gedurfd te zijn. Aanzet tot vernieuwende jurisprudentie zullen deze brave advocaten die met minstens één been in de rechterlijke macht staan niet snel leveren. De bekende strafpleiters zitten dan ook niet in de strafkamer. Zij bewaren hun onafhankelijkheid om tegen heilige huisjes te schoppen, of 'schoften' als cliënt bij te staan. Advocaten die niet los staan van de rechterlijke macht kunnen hun positie binnen het rechterscircuit schaden door een al te opmerkelijke praktijkuitoefening. Voor de rechtsbescherming wordt het onderste niet uit de kan gehaald. Hiermee is het recht niet gediend en deze terughoudendheid is tegen de ereregels van de advocatuur. Cliënten wier advocaat geen rechter-plaatsvervanger is, staan niet bepaald op achterstand. Belangenverstrengeling is vooral een gevaar voor de rechtsbescherming van de cliënten doordat de advocaat privé-belangen heeft als rechter-plaatsvervanger binnen de rechterlijke macht.