Hegemonie voor nieuw Elsevier nog onzeker

Gisteren maakten Reed Elsevier en Wolters Kluwer bekend te gaan fuseren. Waar staat de nieuwe combinatie in de woelige mondiale informatiesector?

ROTTERDAM, 14 OKT. 's Werelds leidende professionele en wetenschappelijke uitgevers- en informatiegroep. Zo werd de nieuwe alliantie van het Brits-Nederlandse Reed Elsevier en het Nederlandse Wolters Kluwer gisteren in het Amstel Hotel gepresenteerd.

Het is het soort kwalificatie dat appelleert aan een Oranje-gevoel, maar ze is moeilijk te verifiëren in een ingewikkelde markt als de informatiesector. Toch kan het nieuwe Elsevier, want zo gaat de combinatie waarschijnlijk heten, die pretentie met wat slagen om de arm waarmaken.

Elsevier wordt niet het grootste informatie- annex mediaconcern in de wereld. Dat is nog steeds de Duitse uitgever Bertelsmann (omzet in 1996 24,2 miljard gulden), in het Westen al snel gevolgd door de Amerikaanse mediagigant Time Warner (19,5 miljard gulden). Maar die beide bedrijven opereren nog steeds als een soort informatiemoloch, actief op tal van markten die iets met media van doen hebben, zoals commerciële televisie en amusement.

In het verleden heeft ook Elsevier tegen andere dan professionele uitgaves aangeschurkt. Zo stond het concern aan de bakermat van commerciële televisie in Nederland. Maar dat is verleden tijd. Twee jaar geleden verkocht de uitgever zijn dagbladen en meeste tijdschriften. De Britse partner Reed is daar nog mee bezig. Wolters Kluwer kent al sinds jaar en dag een grote nadruk op professionele uitgaves, vooral voor de juridische markt.

Juist op dat laatste gebied wordt het nieuwe Elsevier dominanter dan ooit. Wolters Kluwer was al zeer sterk in continentaal Europa, maar gecombineerd met de activiteiten van Reed Elsevier lijkt de combinatie niet meer te achterhalen. Dat kan problemen opleveren vanuit de hoek van de consumenten, zoals Wolters enkele jaren geleden moest ondervinden toen een boycot dreigde van juristen, of van mededingingsautoriteiten.

De belangrijkste slag wordt echter geslagen in de Verenigde Staten. De combinatie van Reed Elseviers databank Lexis-Nexis, met een schat aan primair juridisch materiaal als wetten en jurisprudentie, en de juridische elektronische uitgever CCH van Wolters Kluwer, zet Elsevier definitief op de Amerikaanse kaart. Op die juridische markt moet enkel Thomson als sterke concurrent gezien worden. Dat Canadese bedrijf (met een omzet van 15,5 miljard gulden nog net iets groter dan de 13,1 miljard van het nieuwe Elsevier) heeft vorig jaar het Amerikaanse West Publishing overgenomen. Daarmee kan Thomson net als Elsevier dingen naar de titel van leidende professionele uitgever. Als nadeel voor Thomson in dat gevecht geldt dat het bedrijf nog enkele consumentenactiviteiten moet zien af te stoten. Bovendien ondervindt het concern hinder van de mededingingsautoriteiten in de Verenigde Staten.

Op het gebied van wetenschappelijke uitgaves was Elsevier van oudsher al de sterkste. Dat blijft zo. Op de educatieve markt, sinds jaar en dag goed verzorgd door Wolters Kluwer in Europa, is nog voldoende tegenspel voor de nieuwe combinatie. In de Verenigde Staten is McGraw Hill de dominante partij. Ook op het betrekkelijk nieuwe gebied van het organiseren van tentoonstellingen en beurzen, voornamelijk ingebracht door het Britse Reed, heeft het concern een grotere tegenvoeter in het eveneens Britse United News. Analisten gaan er echter van uit dat de tentoonstellingen steeds meer zullen profiteren van de inhoudelijke inbreng van redacties van vaktijdschriften uit andere delen van het concern.

De fusie tussen Reed Elsevier en Wolters Kluwer is bedoeld om mee te kunnen blijven doen in de huidige 'elektronische revolutie'. Daarvoor moeten grote investeringen worden gedaan, die een brede basis vergen; miscalculaties kunnen tot miljardenstroppen leiden.

Omvang is eveneens nodig om grip te krijgen op de markten. Waar in het verleden boekhandels werden afgestoten, moet een uitgever in het elektronische tijdperk weer greep zien te krijgen op de nieuwe distributievormen. Inhoud alleen is niet voldoende.

Het grote probleem is dat de ontwikkelingen zo onvoorspelbaar zijn. Nu haalt de nieuwe combinatie slechts 20 procent van de omzet uit elektronische uitgaven. Over vijf jaar zal dat 30 procent zijn. Aanvankelijk was op meer gerekend, maar technologische problemen hebben tot vertraging geleid. Ook kunnen veel makkelijker dan in het verleden onverwachte concurrenten in de markt springen. Een schrijnend voorbeeld heeft Elsevier met Reed Travel in eigen huis. Het bedrijf verloor plotseling grote delen van de omzet omdat vliegtuigmaatschappijen en reisbureaus eigen elektronische systemen opzetten voor informatie en boekingen.

Meer dan ooit zal een uitgever als Elsevier aanwezig moeten zijn op de werkplek van juristen, accountants en consultants om te zien wat hun behoefte is. Als blijkt dat naast juridische informatie ook grote behoefte is aan bijvoorbeeld online informatie over financiële markten, moet Elsevier dat leveren voordat een ander het slimmer doet. Dan kunnen fusie- of overnamegesprekken met een aanbieder als Reuters weer worden opgepakt.