'Er moet iets zijn dat wij goed doen'; Voorzitters Elsevier en Wolters Kluwer over hun megafusie en kleinschalig ondernemen

AMSTERDAM, 14 OKT. Toen Reed Elsevier drie jaar geleden voor 2,6 miljard gulden de Amerikaanse elektronische databank Nexis-Lexis kocht, noemde topman C. Brakel van concurrerent Wolters Kluwer dat smalend niet meer dan een “pijplijn”, een distributiekanaal. Toen Wolters een jaar later 3 miljard gulden neertelde voor de Amerikaanse uitgever CCH was het commentaar van een Elsevier-bestuurder: veel te duur.

Nu zit Brakel broederlijk naast Reed Elsevier-topman H. Bruggink in het Amstel Hotel en blikken ze terug op de fusie tussen hun ondernemingen die de nacht tevoren is beklonken. In hetzelfde zaaltje waar de twee 'eeuwige' tegenpolen ABN en Amro zeven jaar geleden hun fusie toelichtten zitten nu de twee grootste uitgevers.

Ze zijn opgescheept met elkaars 'miskopen' en doen hun best hun commentaren van destijds te relativeren. “Wij waren toen te klein en te arm voor die markt”, zegt Brakel, toekomstig eerste man van Elsevier Wolters Kluwer, over Nexis-Lexis. “En wij hadden niet de inhoudelijke informatie, de content, die voor Nexis-Lexis nodig was. In die context was de prijs te hoog.”

“Het is niet alleen maar een pijplijn”, verdedigt Bruggink, die in elk geval de komende vier jaar met een tweede plaats in de nieuwe combinatie genoegen moet nemen. “Die pijplijn heb je nodig. Nexis-Lexis heeft ook een groot gegevensbestand - van primaire juridische informatie bijvoorbeeld, de uitspraken van rechters. Dat halen concurrenten nooit meer in.”

En wat Wolters' aankoop CCH betreft: die presteerde binnen een jaar al beter dan verwacht: “Kennelijk hebben zij voor CCH toch niet veel betaald,” zegt Bruggink nu. “Zij hadden gelijk.”

Wat zij de laatste jaren op elkaar hadden aan te merken, wordt nu gepresenteerd als een gouden formule. De sterke positie van Wolters Kluwer op de markt voor professionele informatie op het Europese continent en CCH in Amerika, samen met Reed Elseviers nummer één positie in het Verenigd Koninkrijk en met Nexis-Lexis in Amerika. De inzet: zoveel mogelijk informatie leveren die voor de klanten van het concern onmisbaar is om zaken te doen.

Die klanten zijn een gemêleerd gezelschap: van advocaten die de juridische informatie van Kluwer niet kunnen missen om een pleidooi te houden, tot belastingadviseurs in Amerika die jurisprudentie op hun beeldscherm krijgen en journalisten die in Nexis-Lexis een mondiale databank hebben.

Elsevier en Wolters praten al tien jaar, zei Brakel gistermiddag op de persconferentie waar hij met Bruggink de fusie toelichtte. Tien jaar geleden was het praten vooral werk voor juristen en bankiers, toen Elsevier en diens topman P. Vinken een vijandige overname op Kluwer uitvoerden en hun prooi op het nippertje in handen zagen vallen van 'witte ridder' Wolters Samsom. Tijdens de overnamestrijd verkoos Vinken het stilzwijgen terwijl het Wolters Kluwer-duo Alberdingk Thijm en Ververs de publiciteit niet schuwde.

Vijf jaar geleden ging Elsevier, nog steeds op zoek naar schaalgrootte bij de verkoop van zakelijke informatie, in zee met de Britse onderneming Reed. De Britten waren toen de sterkere partij, maar die verhoudingen worden door deze nieuwe fusie radicaal gewijzigd.

De aandeelhouders van Wolters en Elsevier hebben straks 63 procent van de aandelen van de nieuwe combinatie, het hoofdkantoor staat in Amsterdam, met een Nederlandse bestuurstop en wellicht over enkele jaren ook een Nederlandse houdstermaatschappij. Het zoeken is officieel nog naar een aansprekende 'merknaam' voor het nieuwe concern, zoals Shell was voor de fusie van de Britse Shell en Nederlandse Koninklijke Olie. Maar Wolters-man Brakel heeft zijn keus al gemaakt. “Elsevier is de beroemdste naam”.

Voortzetting van de huidige structuur van Reed Elsevier, met een aparte Nederlandse en Britse onderneming die elk een eigen beursnotering hebben, wordt in de financiële wereld als te complex ervaren. Als het lukt (door afspraken met de fiscus), komt er een overkoepelende vennootschap.

Die financiële wereld, daar blijft het deze kampioenen van de waardecreatie voor aandeelhouders toch om te doen. Tien jaar geleden was de preoccupatie met de aandeelhoudersbelangen bij Elsevier een troefkaart van Wolters en Kluwer in de meningsvorming tegen hun opponent. Maar gaandeweg bleek dat Wolters Kluwer wat Elsevier preekte zelf nog veel beter kon.

Vijf jaar later fuseerde Elsevier met het Britse Reed. Elsevier gebruikte de fusie, zo erkent Bruggink, zoals de uitgever in de jaren zeventig de fusie met NDU (dagbladen als NRC Handelsblad en Algemeen Dagblad) gebruikte: om zichzelf op te stoten in de vaart der volkeren. Ook al was het vervolgens in het kader van de beoogde winstgroei nodig de fusiepartner geheel of gedeeltelijk weer af te stoten. “Reed was het er van harte mee eens”, zegt Bruggink. Zo verkocht Elsevier zijn Nederlandse krantenpoot NDU twee jaar geleden, toen ook de Britse consumentenbladen en de boeken (van Reed) eruit gingen.

Het boekverlies bij de verkoop van de boekendivisie, de vorige maand ontmaskerde fraude (die honderden miljoenen gulden kost) bij dochter Reed Travel en het hoge verloop onder de managers van Reed kunnen geen ander effect hebben gehad dan de positie van de Britten verzwakken. Maar dat is een conclusie die Bruggink niet voor zijn rekening wil nemen.

Hij beklemtoont liever het Nederlandse element in de managementstructuur van de nieuwe combinatie. “Het carrièreperspectief van de Nederlandse managers wordt beter.” En die Nederlanders, daar zijn de twee het roerend over eens, die brengen wat extra's mee als uitgevers. “Onze stijl is anders dan die in de rest van de wereld. Als je ziet dat Nederland twee van zulke grote uitgevers heeft, moet er iets zijn dat wij goed doen”, vindt Bruggink.

Wat is dat typisch Nederlandse dan? “Koopmansgedrag. Kleinschalig. Niet denken dat je de hele wereld overspant”, kaatst Brakel.

De geroemde kleinschaligheid contrasteert scherp met de megafusies die de bedrijfstak kenmerken. De inkomsten van de nieuwe combinatie waren vorig jaar ruim 13 miljard gulden en om daarvan eigenaar te mogen zijn betalen beleggers op de effectenbeurs een veelvoud: 56 miljard gulden.

In financiële zin zijn we groot, erkent Brakel, maar dat maakt voor hem als topmanager niets uit. “Je zet om het bedrijf een managementkooi heen. Een hoofdkantoor met vijftig mensen voor een bedrijf met 5 miljard gulden omzet en bijna 20 miljard gulden beurswaarde. Ons managementprobleem zit niet aan de top, maar in al die bedrijfjes.”

De extra kansen die een hoge beurswaardering bieden voor grote overnames bagatelliseert Brakel eerst even. Als de beurs in elkaar stort en de koersen halveren, zijn die buitenkansjes verdampt en moet hij zijn beleggers dat uitleggen. Maar de realiteit noopt ook de zonnige kant onder ogen te zien. Wat staat het hoogst op het verlanglijstje: een bedrijf met informatie-inhoud of een nieuw distributiekanaal?

Zeker geen pijplijn, zegt Bruggink. Die is er al. Het wordt weer inhoud, en hoogstwaarschijlijk een Amerikaans bedrijf. Amerika is goed voor meer dan de helft van de wereldinformatiemarkt. “Het speelt zich in eerste instantie toch in Amerika af, dit hele spel”, verzucht Brakel. Wat hun Amerikaanse concurrenten of would be concurrenten doen lokte vroeger reacties van Elsevier en Wolters uit, en dat patroon blijft zich in de toekomst herhalen.

Financiële informatie (van Reuters of Bloomberg) is nu geen kernbedrijf, maar of dat zo blijft? Misschien is eigendom van zo'n informatiebedrijf wel nodig om hun informatie op de databanken van Elsevier Wolters te houden. “Licenties worden steeds problematischer”, zegt Bruggink, die Reuters onlangs zag vertrekken bij Lexis-Nexis.

En dan is er de schoksgewijs verlopende technologische ontwikkeling en de acceptatie daarvan bij het publiek. Nu loopt 20 procent van de omzet langs elektronische weg naar de klant. Over vijf jaar moet dat 30 procent zijn, maar vereist dat ook een nauwe alliantie met bijvoorbeeld Microsoft?

Brakel: “Alle combinaties worden elk jaar weer bekeken en uitgeprobeerd. Dat is het overspel dat gespeeld wordt.”