Een danseres door de cello in beweging gezet

Voorstelling: Maria Unplugged; choreografie: Maria Voortman/Roberto de Jonge, uitvoering dans: Maria Voortman, compositie en uitvoering muziek: Paul de Jong, kostuums: Aafje Voortman. Gezien: 10/10, Theater Lantaren/Venster, Rotterdam. Tournee t/m 25 okt. Inl. 010-2440083.

Onafhankelijk van trends in de dans gaat het choreografenduo Voortman en De Jonge sinds 1989 een eigen weg. Terwijl ontspannen, losse, soepele bewegingen de eigentijdse dans in Nederland kenmerken, hanteren zij een strak en nauwgezet vocabulaire. In hun nieuwe werk Maria Unplugged, een solo voor Maria Voortman zelf en cellist Paul de Jong is de danstaal niet zo streng en gespannen als gewoonlijk. Dat komt gedeeltelijk omdat deze keer de spitzen achterwege zijn gelaten.

Het decor bestaat slechts uit een gordijn van gekleurde lampen en twee stoelen. Een voor de cellist en een voor de danseres waarop ze tussendoor 'uitrust' en zich opmaakt voor de volgende ronde. Gekleed in zwarte, op lingerie geïnspireerde kostuums laat Maria Voortman ons nu eens een dreinende kleuter zien, dan een kokette vrouw of een op haar tenen balancerende ballerina. Vermengd met eigen bewegingen gebruikt ze passen uit de klassieke ballettechniek als om het publiek eraan te herinneren waar de basis van de theaterdans ligt.

De piepende, schurende, of diep warme geluiden die Paul de Jong uit zijn cello haalt vormen een harmonieus samenspel met de dans. De sterkste momenten liggen daar waar Maria vibrerend als een snaar direct door Paul's strijkstok in beweging gezet lijkt. Elektronische vervormingen van het geluid maakt zij zichtbaar door haar lichaam in bochten te wringen en haar gezicht te vertrekken.

Vaak en langdurig het publiek inkijken is een in alle voorstellingen van Voortman en De Jonge aanwezig element. Optreden voor een publiek heeft altijd iets ijdels. Die ijdelheid zo zonder gêne zichtbaar maken getuigt van lef. In dit solowerk schiet het door en doet narcistisch aan. De danseres wendt en draait zich voor het publiek alsof ze voor de spiegel staat. Het beïnvloedt ook het gebruik van de ruimte die veelal tweedimensionaal blijft. In het laatste gedeelte van de voorstelling weert ze de blik van het publiek af door haar de rug toe te draaien of de handen voor de ogen te houden. Maar de vingers houdt zij wijd gespreid en dat benadrukt het bespieden van het publiek nog meer.

De structuur van de choreografie lijkt op losse, aan elkaar geplakte ideeën. Hierdooor nemen de makers mij niet mee in hun wereld en ondanks Voortmans sterke theatrale aanwezigheid lukt het haar niet me een uur lang te boeien.