De fusiemanie

EUROPA IS al maanden in de greep van een fusiemanie. Op één dag, gisteren, werden maar liefst zes fusies aangekondigd waarbij Zwitserse, Franse, Italiaanse, Britse, Zweedse, Finse en Nederlandse particuliere ondernemingen met een totale bedrijfswaarde van een slordige honderdveertig miljard dollar betrokken zijn.

De fusies voltrekken zich in uiteenlopende takken van bedrijvigheid, de nadruk ligt op het samengaan van financiële en consument-gerichte ondernemingen. In de meeste gevallen gaat het om een verbreding van dezelfde bedrijvigheid: ondernemingen gebruiken hun immense financiële reserves om een groter marktaandeel te verwerven door een concurrent op te kopen.

Grensoverschrijdende fusies houden risico's in, omdat verschillende nationale bedrijfsculturen worden samengevoegd. Het succes van gefuseerde ondernemingen is dan ook allesbehalve verzekerd. Maar in Europa staan er grote kansen tegenover. Er begint zich geleidelijk een werkelijk pan-Europese markt te vormen en louter op de binnenlandse markt gerichte ondernemingen kunnen zich in het mondiale speelvlak lastig handhaven. De schaalvergroting gaat ook gepaard met verdere herstructureringen die in een nationale context vaak werden uitgesteld. Opmerkelijk is in dit verband de aankondiging door de Franse socialistische regering, toevallig eveneens deze week, dat vier Franse staatsbedrijven op het gebied van wapenproductie, elektronica en ruimtevaart zullen worden samengesmeed tot één nationale defensie-industrie. Ook deze staatsfusie komt voort uit de erkenning dat de afzonderlijke bedrijven te zwak - en verliesgevend - zijn om op Europese en internationale schaal te kunnen meekomen.

DE AANKONDIGING van de fusie van Reed Elsevier met Wolters Kluwer in Nederland past in dit patroon, maar heeft ook eigen karakteristieken. Tien jaar geleden waren onderdelen van deze twee uitgeverijen, Elsevier en Wolters, elkaars gezworen tegenstanders in een bitter overnamegevecht, waarbij Elsevier voor het eerst de strategie volgde van vijandige bedrijfsovernames in de bedaagde Nederlandse cultuur van ondernemersbestuur. De overval mislukte, de directies en commissarissen van Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen waren daarvoor toen bepaald niet ontvankelijk. Sindsdien is een discussie over 'corporate governance' op gang gekomen en zijn fusies en overnemingen aan de orde van de dag. Deze overname is goed voor de aandeelhouders, zeggen de bestuursvoorzitters van Reed Elsevier en Wolters Kluwer nu unisono en daarvoor is alle begrip.

Overal op het Europese continent maakt het Angelsaksisch georiënteerde aandeelhouderskapitalisme opgang. In Duitsland, Scandinavië, Frankrijk en Italië gonst het van de overnemingen die bressen slaan in de corporatistische cultuur van ondernemingsbescherming. Deels betreft het een inhaalslag ten opzichte van de fusiegolf die het Britse en Amerikaanse bedrijfsleven al jaren kenmerkt. Voor een deel is het ook anticipatie op de komende Europese monetaire eenwording. Over veertien maanden vormt een groot deel van de Europese Unie een gebied met een gemeenschappelijke munt. Hierop vooruitlopend heeft schaalvergroting plaats in de richting van pan-Europese ondernemingen. Ook bedrijven uit een niet-EMU-land zoals Zwitserland, of uit voorlopige buitenstaanders zoals Zweden en Groot-Brittannië doen daaraan volop mee.

VOOR DE NEDERLANDSE economie is het van strategisch belang dat uit de bundeling van Reed Elsevier en Wolters Kluwer de grootste uitgever van wetenschappelijke en elektronische publicaties ter wereld voortkomt. De uitgeversfusie betekent dat Nederland naast de bekende industriële multinationals Philips, Unilever en Shell, alsmede een aantal formidabele financiële instellingen, nu ook de thuisbasis voor een Brits-Nederlands dienstenconcern van wereldformaat is. Dat mag worden gekoesterd.