Danaë overleefde revoluties

Van de 24 Rembrandts uit de collectie van Catharina de Grote, thans in bezit van het Russische staatsmuseum de Hermitage, is de Danaë het pronkjuweel. Rembrandt schilderde de naakte prinses, dochter van de koning van Argos in 1636 toen hij dertig jaar was. De invallende lichtbundel stelt Zeus voor, die zich 'in een gouden regen' veranderde om haar te bevruchten.

Toonaangevende kunsthistorici hebben dit werk 'het beste naakt van de zeventiende eeuw' genoemd. Rembrandts Danaë overleefde revoluties en oorlogen, maar na de aanslag op 15 juni 1985 vreesde de museumstaf dat het meesterwerk voorgoed verloren zou zijn. Het doek zag er totaal verminkt uit. Niet alleen waren Danaë's dij en buik met messteken opengehaald, haar hele lichaam was met zwavelzuur overgoten. Het zuur had diepe voren getrokken door alle verflagen.

Onder toezicht van een staatscommissie hebben drie restaurateurs het schilderij proberen te redden. Zij hebben niet gestreefd naar het zo goed mogelijk naschilderen van Rembrandt, maar naar het behoud van het origineel en het herstel van de schade.

Na twaalf jaar afwezigheid is de Danaë vanaf vandaag weer te zien in de Hermitage, bewaakt door een politieman met een machinegeweer. Het invallende licht op haar buik is minder verblindend dan het was: her en der schijnen de onderste verflagen door het oppervlak en de druipsporen van het zuur blijven zichtbaar. Niettemin zijn de critici het er over eens: de Danaë van Rembrandt is behouden.