Dader van aanslag Danaë springlevend

ST. PETERSBURG, 14 OKT. Net als in de Sovjet-tijd blijft de directie van de Hermitage in St. Petersburg opzettelijk verkeerde informatie verspreiden over de aanslag met zwavelzuur, in 1985, op Rembrandts schilderij Danaë.

De dader, “de maniak” Bronius Maigis uit Litouwen, “is vorig jaar overleden”, staat er in een persbericht van de Hermitage. “Het Westen wilde er destijds een politieke daad in zien, maar dat is onzin”, zei museumdirecteur Michael Piotrovski maandag bij de opening van de expositie waarop het verloren gewaande doek uit 1636 voor het eerst na twaalf jaar restauratiewerk weer te zien is. Piotrowski herhaalde dat 'de zwaar gestoorde' Maigis dood is.

Maar Maigis, inmiddels zestig jaar, leeft. “Ik schrijf ze wel een brief”, laat hij vanuit zijn woonplaats Utine in Litouwen weten. Hij houdt vol dat zijn aanslag was gericht tegen de Sovjet-onderdrukking van het Litouwse volk.

Hermitagemedewerkers zeggen dat Maigis bij het verminken van de Danaë “leve het onafhankelijke Litouwen” had geroepen. Maar volgens directeur Piotrovski, die vorig jaar is geridderd in de Orde van Oranje Nassau, handelde hij uit seksuele frustratie. Voor 'een accurate psychologische analyse' verwijst hij naar de Izvestija. Daarin stond in 1986 dat “de patiënt aan langzaam voortschrijdende schizofrenie” lijdt, een diagnose die in de Sovjet-tijd talloze dissidenten in psychiatrische inrichtingen deed belanden. Onder-directeur Edmund Vaitikus van het bejaardentehuis waar Maigis verblijft, noemt hem “een rustige eigenzinnige man die zeker niet geestelijk gestoord is”. Lena Getmanskaja, persvoorlichtster van de Hermitage, zegt dat zij de opdracht had om de media-aandacht van de dader af te leiden. “Onze directeur wilde niet dat zijn verhaal zou worden opgerakeld.” Ze had het KGB-dossier over de aanslag opgevraagd, maar niet gekregen. “Wij mogen de waarheid niet vertellen”. Directeur Piotrovski, geconfronteerd met een levende Maigis, wil alleen kwijt: “Voor mij bestaat die man niet. Ik heb gehoord dat hij dood is. Ik hoop dat dat zo is.”