Afdracht aan EU wordt zaak van regeringsleiders

LUXEMBURG, 14 OKT. De onenigheid over hoeveel EU-lidstaten betalen aan en ontvangen van de Europese Unie (EU) wordt een agendapunt op de Europese Top van regeringsleiders in december. Dit bleek gisteren na een bijeenkomst van de ministers van Financiën van de EU in Luxemburg, waarop de betalingen aan de Europese Unie opnieuw de hoofdrol opeisten.

Duitsland en Nederland, beide grote nettobetalers aan de EU, bleven bij hun eis dat de lasten van de Europese Unie anders verdeeld moeten worden. De Duitse minister van Financiën Waigel kondigde aan met voorstellen en een berekeningswijze te komen voor een eerlijker verdeling van de lasten van de EU. Waigel vindt het niet acceptabel dat Duitsland tussen de 60 en 70 procent van de totale nettobijdrage aan de Europese Unie betaalt. Groot-Brittannië heeft sinds 1984 een begrenzing aan zijn afdrachten aan Brussel. Waigel vindt dat zo'n systeem voor alle landen moet gelden.

De Duitse bewindsman noemde een studie naar de afdrachten aan 'Brussel' die de Europese Commissie afgelopen vrijdag presenteerde “ontluisterend” en “niet acceptabel”. In de studie komt de Commissie tot de conclusie dat de afdrachten aan Brussel rechtvaardig zijn in verhouding tot de welvaart van de lidstaten. Wat landen terugkrijgen aan subsidies, aldus de Commissie, daarover hebben ze zelf in 1992 afspraken gemaakt.

De Luxemburgse premier Juncker, dit halfjaar voorzitter van de EU, gaf na afloop toe dat de meningsverschillen nog groot zijn. “Voorafgaand aan de Europese Top in december moeten alle substantiële elementen over dit onderwerp zijn verzameld om met een voorstel te komen,” zei hij. Omdat de lastenverdeling in de EU samenhangt met de kosten die uitbreiding van de EU met Polen, Tsjechië en Hongarije met zich mee brengt, waarschuwde Juncker dat een debat over de financiën de uitbreiding van de EU in gevaar kan brengen. “We moeten voorkomen dat de zaak zo wordt opgeklopt, dat prestige-overwegingen een rol gaan spelen.”

Minister Zalm, die vorige maand een offensief begon om de Nederlandse netto betaling van ruim vier miljard gulden aan Brussel te verminderen, toonde zich anders dan Waigel “content” met de cijfers van de Commissie over afdrachten aan en subsidies uit Brussel. Volgens Zalm wijken de cijfers niet af van “onze inzichten”, namelijk dat “de Nederlandse positie tamelijk ongelukkig is in verhouding tot de welvaart”. Beleidsmatige conclusies trekt de Commissie niet, maar dat was volgens Zalm ook niet te verwachten. Zalm noemt het voorstel van zijn collega Waigel van een systeem van een begrenzing aan de betalingen “bespreekbaar”. Ook Zweden en Oostenrijk voelen daar voor. Volgens Zalm is echter niet de methode van herverdeling van de lasten belangrijk, maar de uitkomst.

De vijftien Europese ministers van Financiën schoten gisteren weinig op in de discussie over belastingharmonisatie. Groot struikelblok is de invoering van een Europese voorheffing op rente-inkomsten (bronbelasting). Nederland, Luxemburg en Denemarken hebben momenteel geen bronbelasting. Minister Zalm is wel voorstander van Europese bronbelasting, mits die voldoende hoog is (“ongeveer 25 procent”) en gepaard gaat met informatie-uitwisseling tussen de lidstaten. “Anders betekent het alleen dat de Luxemburgse schatkist volloopt.” De Europese Commissie stelt voor om ofwel in alle landen bronbelasting in te voeren, of informatie-uitwisseling verplicht te stellen. Vooral Luxemburg heeft zich altijd verzet tegen bronbelasting en informatie-uitwisseling. Volgens Zalm is het, nu Luxemburg voorzitter is van de Europese Unie, hèt moment om het land over de streep te trekken. “Tijdens een voorzitterschap is de flexibiliteit het grootst.”

Over een Europese gedragscode die onderlinge belastingconcurrentie moet afremmen, bestaat meer overeenstemming. Een werkgroep waarin voor Nederland staatssecretaris Vermeend (Financiën) zit, moet proberen voor half november een besluit over zo'n code voor te bereiden.

Groot-Brittannië presenteerde gisteren in Brussel zijn economische vooruitzichten, waaruit bleek dat het zou voldoen aan de criteria voor de Economische en Monetaire Unie. Zo komt het financieringstekort voor het begrotingsjaar 1997-1998 naar verwachting uit op 1,5 procent van het bruto binnenlands product: 1,5 procent onder de EMU-norm. Toch noemde de Britse minister Brown (Financiën) het “hoogst onwaarschijnlijk” dat zijn land meedoet aan de start van de EMU begin 1999.