Onheilige alliantie

DE AANKONDIGING in Straatsburg van een nieuw jaarlijks topoverleg van Rusland, Duitsland en Frankrijk had niet voor een minder geschikt forum kunnen gebeuren. De regeringen van de veertig lidstaten van de Raad van Europa behoren iets anders na te streven dan, in de woorden van president Jeltsin, een 'Groot Europa' dat groter en machtiger is dan welke andere macht ter wereld ook.

De Raad beoogt de rechten van de mens en democratie te bevorderen, niet Europa als wereldmacht te positioneren. Het gaat in deze organisatie om de gelijkheid van alle lidstaten, ongeacht omvang van grondgebied en bevolking en ongeacht economische en militaire macht. De selectiviteit van deze onheilige Alliantie staat ver af van de doelstellingen en de betekenis van de Raad.

De verleidelijkheid om in de Raad politieke zaken af te handelen is groot, al was het maar omdat de Amerikanen ontbreken en de Europeanen dus plezierig onder elkaar zijn. Sommige in Straatsburg aanwezige ministers pleitten voor politieke terughoudendheid en een doelmatiger taakverdeling met de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Zij gingen daarmee voorbij aan het feit dat in de OVSE de VS nog altijd aan de hefboom staan. En dat is precies de reden waarom de Raad haastig is uitgebreid met lidstaten uit Oost-Europa, Rusland inbegrepen, en waarom de Raad zich gretig op het terrein van de OVSE begeeft.

TOCH HEEFT Jeltsins pleidooi voor een groot en oppermachtig Europa een zekere verdienste. Oppermachtig ten opzichte van wie, is dan de vraag. De Russische president kan zich publieke uitlatingen veroorloven waarvoor andere Europese leiders nog terugschrikken. Hij zou de eerste kunnen zijn die het beestje bij de naam noemt. Na de eerste Russisch-Frans-Duitse top misschien. Dat zou de duidelijkheid ten goede komen.