Ongeduldige Van Bon grijpt naast wereldtitel

SAN SEBASTIAN, 13 OKT. Steven Rooks stond in 1991 als laatste Nederlandse wielerprof op het erepodium bij het WK wielrennen. Gisteren sprak hij als commentator van de NOS lovende woorden over Leon van Bon, die met twee fietslengtes de wereldtitel was misgelopen. Rooks had begrip voor het ongeduld van de debuterende WK-deelnemer. “Je bent zo nerveus als je het finishdoek ziet. Dan rijd je het liefst door het geluid heen.”

Rooks eindigde zes jaar geleden op de tweede plaats bij de WK in Stuttgart. Van Bon stond gisteren een trede lager in San Sebastian, waar de Fransman Laurent Brochard de regenboogtrui kreeg omgehangen. De 25-jarige krullenbol uit Apeldoorn fietste met de allure van een groot kampioen. Hij reed in soepele cadans van de regen naar de zonneschijn. De felle buien gingen gepaard met een harde wind, maar Van Bon trotseerde de elementen. Alleen zijn hoofd was in de slotfase niet bestand tegen de spanning. Hij zag de achtervolgers naderbij komen en besloot de eindsprint van verre aan te gaan.

“Ik heb Brochard toch een beetje onderschat”, sprak Van Bon na de huldiging. “Ik had niet gedacht dat hij nog zo'n sterk eindschot zou hebben. Hij was gewoon de betere, daar is geen twijfel over.” Van Bon werd in de slotfase ook verrast door de harde tegenwind op het laatste rechte eind. “Het leek wel of ik tegen een muur reed. Ik moest gaan zitten en kwam bijna niet meer vooruit.”

Na zes magere jaren reden de Nederlandse wielerprofs weer van voren bij een wereldkampioenschap. De twaalf oranjehemden doemden overal op. De Spaanse speaker had steeds meer moeite om namen als Koos Moerenhout en Aart Vierhouten verstaanbaar uit te spreken. De twee onbekende grootheden reden de longen uit hun lijf en waren na afloop sprakeloos over hun prestaties. “Ik heb ontzettend zere benen”, sprak Moerenhout. Hij had zijn geweldige inspanningen in de slotfase moeten bekopen met een inzinking en eindigde op de 51ste plaats. Vierhouten staat dit jaar in de boeken als de nummer vijftien van de wereld.

De goede prestaties van de Nederlandse renners waren ook te danken aan het eenvoudige parcours in Baskenland. Bij de voorgaande edities leek elke beklimming er één te veel voor de nationale elite. In Italië, Colombia en Zwitserland kwam het gebrek aan goede Nederlandse klimmers pijnlijk aan het licht. De meeste deelnemers reden de wedstrijd niet eens uit en bekritiseerden de moeilijke omstandigheden. “Een WK is niet alleen voor berggeiten”, verwoordde Gerrie Knetemann het grote ongenoegen.

Om zijn renners niet bij voorbaat te ontmoedigen, keerde de bondscoach de afgelopen jaren altijd optimistisch huiswaarts, nadat hij het WK-parcours had verkend. In werkelijkheid bleken de Nederlanders veel te licht voor de zware obstakels. Op het redelijk vlakke circuit in San Sebastian kreeg Knetemann eindelijk het gelijk aan zijn zijde. De beklimming van de Oriamendi heeft een maximaal stijgingspercentage van tien procent. De meeste renners reden op kracht naar boven. Het aantal uitvallers was veel lager dan voorheen. De uitblinkers waren geen klimmers, maar renners die klassiekers kunnen winnen.

“Een WK moet je maken voor een groot aantal kanshebbers, gelukkig hebben de hoge heren dat nu begrepen”, sprak Knetemann met zichtbaar genoegen. De immer optimistische bondscoach heeft altijd vertrouwen bewaard in zijn pupillen. “Het zijn allemaal talenten, maar ze moeten wel de kans krijgen om iets moois op te bouwen. Het zijn net eieren die op uitbroeden staan. Petje af voor deze jongens. Sterker nog, ik kwam petjes tekort. Acht man die de wedstrijd uitrijden, je houdt het toch niet voor mogelijk.”

Van Bon was vooraf aangewezen als beschermde renner en maakte gisteren naam als intelligente kilometervreter. Bij Rabobank reed hij dit jaar vooral in dienst van de Deense kopman Rolf S⊘rensen. Van Bon maakte een goede indruk in de voorjaarsklassiekers, maar hij moest te veel vuil werk verrichten om zelf in de prijzen te kunnen rijden. In de Tour de France moest hij door een armblessure voortijdig naar huis. In de Vuelta nam hij revanche met een ritzege. De zilveren medaillewinnaar van de puntenkoers in Barcelona lijkt in zijn vierde profjaar eindelijk volwassen geworden.

Volgens Knetemann onderschat Van Bon zijn eigen kwaliteiten. “Hij is een veel te lieve jongen die meer ballen moet krijgen. Hij heeft de klasse van Jan Raas, maar die wist verdomd goed wat hij allemaal in huis had.” Van Bon toonde zich gevleid met de vergelijking, maar hij bleef bescheiden. “Als ik echt op Raas lijk, moet ik rap opschieten om dezelfde erelijst te halen.” De huidige manager de Rabobank-ploeg veroverde de wereldtitel in 1979 op Limburgs grondgebied. In 1998 kan Van Bon in Valkenburg in de voetsporen treden van Raas. “Volgend jaar staat hij doodgewoon met goud in zijn handen”, voorspelde Knetemann.