Nieuwe leider Hongkong koopt onvrede af

De beleidstoespraak die de eerste Chinese bestuurder van Hongkong, Tung Chee-hwa, deze week hield, weerspiegelt een totaal andere wereld dan die van Chris Patten, de laatste gouverneur van de vroegere Britse kroonkolonie.

PEKING, 13 OKT. Chris Patten, de laatste gouverneur van de gewezen Britse kroonkolonie Hongkong, is een 'one issue' gouverneur geweest: gedurende de laatste vijf jaren van het koloniale tijdperk heeft hij zich ingezet nog zoveel mogelijk democratie te vestigen, zonodig tegen de wensen van de toekomstige soeverein China in. Pattens heroEË ische, maar vergeefse strijd met China domineerde elk jaar zijn policy speech, de Hongkongse versie van de troonrede.

Van de 155 paragrafen uit de beleidsspeech van de eerste Chinese bestuurder van Hongkong, de chief executive van de Speciale Administratieve Regio, Tung Chee-hwa, waren er slechts drie gewijd aan de politieke structuur en verkiezingen, die op 24 mei volgend jaar zullen worden gehouden. De verkiezingswetgeving is inmiddels aangenomen en betekent een complete restauratie van de toestand zoals die was voor de komst van Patten. Van de 60 zetels in het Hongkongse parlement, de Wetgevende Raad, zullen er 20 worden gekozen volgens het algemeen kiesrecht, 10 leden zullen worden benoemd door een kiescollege en 30 door zogeheten functionele kieskringen, beroepsgroepen.

Er is luidruchtig oppositie gevoerd tegen deze wetgeving, die aangenomen is door een 'geselecteerde' Voorlopige Wetgevende Raad van grotendeels pro-China elementen. De regressieve politieke ontwikkeling in Hongkong wordt door vrijwel iedereen behalve de zaken-elite betreurd, maar wordt mokkend aanvaard omdat er geen alternatief is en er troostprijzen zijn. Terugdraaiing en vertraging van democratische ontwikkeling staat in de unieke situatie van Hongkong niet gelijk aan verlies aan vrijheid, althans na 100 dagen onder de Chinese vlag nog niet. Hongkong was onder de Britten een rechtsstaat met alle persoonlijke vrijheden. Tung heeft verzekerd dat dat zo zal blijven en dat democratische instituties zich verder zullen ontwikkelen, niet in het overijlde tempo van Patten maar volgens het gefaseerde tempo dat is vastgelegd in de Basic Law, de grondwet van de SAR.

Er is een tweede troostprijs en die is veel belangrijker voor de arbeiders- en middenklasse. Er is een stilzwijgend 'sociaal contract' tussen de samenleving en de nieuwe regering, dat er op neerkomt dat eerstgenoemde de teruggang in democratische ontwikkeling zal aanvaarden in ruil voor een reële verbetering van de levensstandaard.

Hongkong is een variant op het 'Oost-Aziatische Model', waar mensen een hoog geldinkomen hebben, maar een relatief lage levensstandaard omdat de prijzen zo hoog zijn. In Hongkong geldt dat bij uitstek voor huisvesting, die de duurste ter wereld is. Deze problematiek wortelt in het Britse tijdperk, waarin een kleine koloniale regering niet al te veel kon doen en daarom een minimalistisch beleid van zogenoemd 'positief non-interventionisme' voerde. Belastingen waren en zijn laag - 15 procent - en de hoofdbron van regeringsinkomen was en is het verpachten van land.

Door de schaarste aan grond en een tekort aan arbeid in de bouwindustrie werd maar 55 hectare land per jaar beschikbaar gesteld voor nieuwbouw. Hongkong wordt door denktanks als de vrijste economie van de wereld beschreven, maar de onroerendgoedsector valt daar absoluut buiten want die wordt gedomineerd door een oligopolie van multimiljardairs/projectontwikkelaars, die een tweeledig hoofddoel heeft: de uitgifte van grond op hetzelfde niveau handhaven en elk jaar samen met speculanten de prijzen verder opdrijven.

Zo is de situatie ontstaan dat maandelijkse huren voor luxe flats - met marmeren trappen en gouden leuningen - tussen de 25.000 en 40.000 gulden liggen, voor een normale flat met drie slaapkamers tussen de 15.000 en 25.000 gulden en voor kleine flatjes tussen 5.000 en 15.000 gulden. De middenklasse is de meest geteisterde, want die is gemiddeld 70 procent van het inkomen kwijt aan huur. Koopprijzen voor kleine flatjes liggen tussen de een en twee miljoen gulden en voor grote flats op wel 10 miljoen gulden. De lagere klassen, ongeveer de helft van de bevolking, wonen in sociale woningbouw: een kamer van 25 tot 30 vierkante meter met een minuscuul keukentje en douche, waarvoor zij 10 procent van hun inkomen aan huur betalen.

Regeringschef Tung heeft nu dit probleem bovenaan zijn hervormingsagenda gezet. Een kwart van zijn toespraak was aan huisvesting gewijd. Tung zal de prijzen van flats omlaagbrengen en systematische speculatie indammen, eenvoudigweg door meer grond aan te bieden en door als verrassing plotselinge ad hoc belastingen voor speculanten in te voeren. Hij zal de komende vijf jaar 120 hectare land per jaar beschikbaar stellen voor nieuwbouw in de vrije sector, in de daaropvolgende drie jaar 260 hectare en gedurende al die jaren 285 hectare in de publieke sector.

Elk jaar zullen ten minste 85.000 flats in beide sectoren gebouwd worden en in tien jaar zal 70 procent van de mensen eigenaar zijn. Ook zal er meer gesubsidieerde sociale woningbouw beschikbaar komen voor behoeftigen. Tung beloofde ook dat het sociale 'gezwel' van de 2.500 zogenoemde 'kooi-mensen' - doorgaans bejaarden zonder kinderen die voor hen zorgen en die dientengevolge in kubussen met een bed achter een traliedeur met hangslot leven - zal verdwijnen. Tung kondigde verder omvangrijke investeringen in het onderwijs en sociale voorzieningen aan, met name voor de 900.000 bejaarden.

Tungs hoofdstuk over huisvesting is gunstig ontvangen, maar op andere punten is de toespraak als te conservatief, te vriendelijk voor het zakenleven en als ontoereikend voor de lagere klassen gekritiseerd. Liberale politici en commentatoren zijn unaniem van mening dat handhaving van de burgerlijke vrijheden op termijn niet haalbaar is, zonder een solide fundament van electorale democratische structuren. En daarop bieden de halfslachtige verkiezingen van volgend jaar geen uitzicht.