Kippenbak

Net als bij mijn moeder indertijd staat er bij ons op het aanrecht een 'kippenbak'. Via die bak gaan etensresten naar de kippen. In mijn ouderlijk huis smaakten de eieren eens naar haring. De kippen bleken een week eerder haringafval gegeten te hebben, uit de kippenbak. 'Rousseau noemde dat le cercle direct', was het commentaar van mijn moeder.

Zelf eet ik ook regelmatig uit onze kippenbak. Mijn vrouw gooit graag restjes weg. Ik schep er juist een genoegen in om wat nog bruikbaar is alsnog op te eten.

Regelmatig vind ik driehoekige kaaskorsten in de kippenbak, soms nog in de vorm van een hoefijzer. De waslaag stroop ik daar dan af, met een mesje, om ze uit het vuistje op te eten. Een appel of paprika die half verrot is, daar eet ik alsnog het gave deel van op. Prei is ook dankbaar afval.

In onze paardenstal woonde eens een conservatoriumstudent. Zijn moeder kwam een grote schoonmaak houden. Op het eind van de dag zag ik een pracht van een prei in ons kippenhok liggen. Ik gebruikte de kern die nog goed was voor soep waar we de student en zijn moeder op trakteerden. “Is deze geïmproviseerde soep niet getrokken van de prei die mijn moeder net heeft weggegooid”, vroeg de student guitig. Grijnzend beaamde ik dat, wat in een homerisch gelach resulteerde.

Bevriende vrekken experimenteren trouwens met een pierenbak. Een pond mestpieren (Eisemiafoetida, uit de hengelsportwinkel) eet daar het organische afval op. Zolang ze geen uien, vlees, vis of zuivel krijgen, vermenigvuldigen deze wormen zich zelfs exponentieel. Als nestmateriaal gebruiken deze rode wormen natte eierdozen en karton. Zelfs fijngemaakte eierschalen verorberen deze piertjes, ook om er papier mee te vermalen tot compost. Ze eten ook de NRC, als die nat is.