JOURNAAL TOEN

Foto: “I was the daddy of them all.” Het NTS-journaal begon op 5 januari 1956 na lang verzet van de omroepzuilen die hun eigen actualiteitenrubrieken wilden beschermen. Nog jarenlang kwam er wekelijks een journaalcommissie met bonzen als Siebe van der Zee bijeen waaraan de journaalredactie de plannen voor de komende dagen moest ontvouwen.

“Je kunt het je haast niet meer voorstellen”, zegt Coen van Hoewijk (75), de eerste nieuwslezer van het journaal. En redacteur, én verslaggever én commentator. Het nieuws voorlezen vanachter het bureau was verboden. “Interviewen in de studio mocht ook niet, maar verslaggeving al wel vrij snel.” Maar het journaal bevocht de ruimte. In oktober '56, tijdens de Hongaarse opstand, kwamen Van Hoewijk en zijn collega Pier Tania al wel eens in beeld. Eerst tegen een kale achtergrond, tot iemand op het idee kwam er een wereldkaart achter te hangen. Toen de Russen de Spoetnik lanceerden, bracht het journaal een deskundige in de studio voor een live interview. “Het hele bestel was in rep en roer. Ik mocht er wel bijstaan, maar er mocht nog geen millimeter van mij zichtbaar zijn. Nog niet het puntje van mijn hand.” Van Hoewijk heeft aangename herinneringen aan zijn ontmoetingen met 'de groten der aarde' zoals president Truman, mevrouw Roosevelt en Louis Armstrong en ziet zichzelf nog wel eens terug in oude journaalfragmenten, zoals zijn gesprek met de begin '57 tot burgemeester van Amsterdam benoemde Gijsbert van Hall. “Ik word nog wel eens gebeld door mensen die me weer eens op tv hebben gezien.” Eind 1962 werd Van Hoewijk hoofd externe betrekkingen bij het ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Tot zijn pensioen bleef hij ambtenaar. (Foto N.A.A. Fotoarchief)