Interieurverkopers wachten op bestedingspiek

Na jaren van slapte toont de consument weer volop belangstelling voor de interieurbranche. Dat bleek nadrukkelijk op de Woonbeurs in de Amsterdamse RAI, die gisteren haar laatste dag beleefde. De toegenomen interesse voor woning- inrichting begint zich nu ook geleidelijk te weer- spiegelen in groeiende bestedingen.

AMSTERDAM, 13 OKT. 'Wonen' is weer in. Naar schatting honderdduizend mensen bezochten vorige week de zesdaagse Woonbeurs, die voor de vijfde keer in de Rai in Amsterdam plaatsvond. De organisatoren zien de beurs, die particulieren het actuele aanbod van meubelfabrikanten en -winkels toont, als dé toonaangevende consumentenbeurs voor woninginrichting.

Het initiatief tot de beurs komt van pr-vrouw Henriëtte Vrisekoop. Samen met de vier grote VNU-woonbladen (VT Wonen, Eigen Huis & Interieur, Ariadne en Doe Het Zelf) organiseerde Vrisekoops bureau HPR het evenement. In ruil voor publiciteit in die bladen, met een gezamenlijke oplage van 750.000 stuks, biedt HPR hun stands op de beurs.

Niet alleen de woonbeurs mag zich verheugen in flinke belangstelling, het geldt ook voor de woonbladen. Zo is de oplage van het grootste woontijdschrift, VT Wonen, sinds 1990 gestegen van 140.000 naar 210.000. Daarnaast breidde VNU het aantal woonbladen de laatste jaren uit. De bladen Handig, Mijn Tuin en de Welke-gidsen zijn succesvolle nieuwkomers.

Ook op de televisie heeft de interieurmarkt haar plaatsje gevonden. Vijf jaar geleden lanceerde RTL4 met succes het programma Eigen Huis & Tuin. Inmiddels is het qua populariteit ingehaald door Veronica's TV Woonmagazine, met de veel bekeken metamorfose van een interieur. Ook SBS6 en de publieke omroepen proberen zich te profileren op woongebied.

De consument smult van de wooninformatie, maar vooralsnog vindt dat geen weerslag in zijn koopgedrag. “Als je kijkt naar de economische groei, zou je verwachten dat het aan wonen bestede bedrag meer zou stijgen”, aldus Jan Boeve, hoofd marketing en advies van de Centrale Branchevereniging Wonen.

Het Hoofdbedrijfsschap Detailhandel (HBD) meldt dat vorig jaar in Nederland voor ongeveer 17,8 miljard gulden aan producten voor het interieur is uitgegeven. Dat komt neer op 2.725 gulden per huishouden. Aan meubels (banken, stoelen, tafels, kasten) werd vorig jaar in totaal 6,6 miljard gespendeerd. De interieuruitgaven lagen vorig jaar ruim 10 procent boven het niveau van 1995, toen er 16,1 miljard aan werd uitgegeven. Dat was een daling ten opzichte van de 16,5 miljard die in 1994 werd besteed.

Deskundigen zien de opleving van 1996 als goed voorteken. “Onder andere de Woonbeurs heeft ervoor gezorgd dat de belangstelling voor interieur groeit”, stelt Victor Frequin, Benelux-directeur van vloerbedekkingsfabrikant Forbo Krommenie. “Die toegenomen interesse zal uiteindelijk leiden tot hogere bestedingen.”

Volgens Frequin is de consument wel bezig met aankoopbeslissingen, in tegenstelling tot vijf jaar geleden. “Als inkomen groeit, wordt het vaak eerst uitgegeven aan impulsaankopen als vakantie. De investeringsbeslissing voor woonartikelen is makkelijk uit te stellen.”

Frequin wijst er verder op dat het consumentenvertrouwen momenteel zeer hoog is. Enkele procenten omzetgroei in de interieurbranche moet dit jaar volgens het HBD mogelijk zijn. Frequin verklaart dat interieur, na auto en kleding, het aangewezen middel is om je status te onderstrepen. “En dat willen we.”

Volgens Anton vanden Bol, directeur van hypotheekadviseur Hypotheek Visie, willen mensen steeds meer investeren in de inrichting van hun huis. Dat heeft te maken, zegt hij, met het feit dat mensen “in deze stressmaatschappij” zich meer terugtrekken in hun huis. “Daarom gaan we wel een goeie tijd tegemoet.”

Een 'op kwaliteit en sfeer gebaseerde voorselectie maken' en 'ingaan op de persoonlijke woonwens' van de klant - daar gaat het volgens de verkopers op de Woonbeurs om. Waar de consument dertig jaar geleden een 'klop-klop-eiken' interieur voor het leven aanschafte, wil hij nu een unieke, eigen inrichting. Stylisten en interieurarchitecten speelden daar tijdens de beurs op in met gratis woningadvies. Consumenten reageerden zo massaal met vragen, ideeën én de plattegrond van hun woning dat er afspraken moesten worden gemaakt voor later op de dag.

Interieurarchitect Henk Vos, eigenaar van de Groningse woonwinkel Maupertuus, noemt het 'Zweedse woonwarenhuis' Ikea en de exclusieve winkel Het Arsenaal van ontwerper Jan des Bouvrie goede ontwikkelingen in de woningbranche. “Maar verder is het zo oppervlakkig. Het lijkt wel, in de lijn van McDonalds, op 'fast furniture' wat er plaatsvindt”, verzucht hij.

De grote woonboulevards zijn hem een doorn in het oog. Een saai imago, te veel van hetzelfde en slecht personeel. Wat nodig is, aldus Vos: “Beter personeel met meer persoonlijkheid en kennis zodat de klant echt geadviseerd kan worden.”

Dat wil niet zeggen dat het slecht gaat met de woonboulevards. Volgens Boeve van de Centrale Branchevereniging Wonen zijn de verliezers de kleine detaillisten, die in de knel raken tussen de grote discounters en de kwaliteitszaken. Boeve: “De kleinschaligheid kan ook tegen je werken. De kleine winkeltjes zijn te weinig specialistisch en te klein om met de generalisten mee te kunnen doen.”