'Hou je mond, ik ben de president'

Vijf dagen nadat de orkaan Paulina toesloeg, regeren corruptie en chaos in de Mexicaanse badplaats Acapulco.

ACAPULCO, 13 OKT. Wat doen die vrachtwagens hier? De zwaailichten van de hulpauto's verlichten de poort van een witte villa. De huizen in deze straat zijn ongehavend. Zelfs de palmen staan recht overeind. Toch dragen zes mannen hier dozen met hulp naar binnen. Melkpoeder, blikken soep en medicijnen. Gaat het hier om een opslag, een distributiepunt misschien?

De verschijning van de verslaggever in de nacht maakt de dragers aan het schrikken. “Donder op”, zegt de man die de operatie leidt. “Als u informatie wil, gaat u maar naar de gemeente.” Even later vertrekken de wagens weer, voor driekwart leeg. Een zware rit door modder en regen naar het oude deel van de stad. Tegen de heuvel ligt de volkswijk Zapata. Rivieren van modder en steen hebben de huisjes weggespoeld. De auto's stoppen voor de opvang. Honderden mannen, vrouwen en kinderen liggen op de kale vloer van een basketbalhal. Soldaten laden de spullen uit, terwijl in het donker een baby huilt. “Ze heeft honger”, zegt de moeder en drukt het kind tegen haar gescheurde bloes.

Het is maar één toevallig voorbeeld van de fraude en de chaos bij de hulpverlening in Acapulco. Vijf dagen na de ramp zijn er nog steeds hele wijken afgesneden van hulp. In de rest van de stad begint het gebrek aan eten en drinkwater zijn tol te eisen. Het Rode Kruis vreest epidemieën, vooral cholera. Ook worden nog steeds lichamen in de modder gevonden. De oppositie beschuldigt de autoriteiten van oplichterij. “Vanuit heel Mexico wordt hulp gestuurd. Maar bij de slachtoffers komt het niet aan”, zei het linkse Kamerlid Félix Salgado.

Hij kreeg gisteren onmiddellijk op zijn kop van de Mexicaanse president Zedillo. Zaterdag brak de president zijn staatsbezoek aan Duitsland af om een toer te maken door het getroffen gebied. Terwijl het Rode Kruis spreekt over ten minste 400 doden en 50.000 daklozen, hield Zedillo het op 99 doden en 5.000 getroffenen. Lurkend aan een fles water stapte de president door een wijk waar de mensen al twee dagen geen drinkwater meer hadden gezien. Hij maande de bevolking geduld te hebben. “Het zou demagogisch zijn te beloven dat we de problemen die u heeft op korte termijn zullen oplossen”, zei hij tegen een massa woedende vrouwen die eten en melk voor hun kinderen eisten. “Hou je mond”, beval de president toen het Kamerlid Salgado hem erop wees dat er iets grondig mis is met de distributie. Waarom komt de hulp vooral terecht bij functionarissen van de regerende partij, probeerde het Kamerlid opnieuw. “Houdt uw mond, ik ben de president”, sprak Zedillo, en deelde mee dat de eerste prioriteit ligt bij het herstel van de toeristische zone. In jachthaven 'Club Acapulco' is het of er niets is gebeurd. Witte zeilboten schitteren in de zon die inmiddels is doorgekomen. Alleen de stoelen rond het zwembad zijn leeg, evenals de cocktailbar en het restaurant.

Pagina 6: Voor het kerkhof stapelen de kisten zich op

De eigenaars van de schepen zijn dit weekend weggebleven vanwege het weer, verklaart de manager. Behalve een afgebroken mast was er in de yachtclub geen schade. De modder is door soldaten inmiddels weggeschept en alles is weer klaar om te draaien.

“Ik zeg tegen mijn vriendin: dit heeft iets met het laatste oordeel te maken”, vertelt Guillermo Sánchez uit Mexico-Stad over de orkaan. Met gekruiste armen kijkt hij toe hoe werknemers van de jachthaven zijn tweemaster schoonboenen. Toevallig was hij die nacht in zijn bugalow in Acapulco. Hij wijst naar de overkant van de baai waar de volkswijken tegen de bergen aanliggen. “Paulina sloeg daar tegenaan als een auto zonder remmen”, zegt hij. Daarna kaatse ze, afgezwakt, terug naar zijn deel van de baai. Verdomd vervelend dat door de slagregens de kabelbaan naar zijn terras het nu niet meer doet. Electriciens zijn bezig hem te repareren. “Ik denk dat in een dag of twee het leed is geleden”, zegt Sánchez terwijl hij met zijn zakdoek over de boeg van zijn zeilboot gaat.

Op het kerkhof Las Cruces is het heet. Een geur van rot trekt uit de modder. De rouwenden hebben hun schoenen uitgetrokken om in de brei vooruit te komen. Ze lopen achter drie witte kisten. Kinderen. Drie broertjes die bedolven zijn onder hun huis. De moeder is de enige die overleefde. Vol schrammen strompelt ze voort in niet meer dan een short en een doorweekt T-shirt. Vrouwen zingen voor Maria en overstemmen de kreten van de moeder. Mannen hakken een nieuw graf. Voor wie? “Voor de eerste die komt”, zegt de werknemer van de begraafplaats. Twee dagen lang stapelden de kisten zich op voor de poort totdat er een bulldozer kwam om de ingang vrij te maken. Nu is het op de armenbegraafplaats van de gemeente een volcontinu-bedrijf.

“Wij zijn misschien van bescheiden afkomst, maar dit verdient niemand”, zegt de zuster van de rouwende moeder. Ze heet Avecita, en ze is woedend. Geen kist, geen vervoer. Geen enkele hulp kreeg de familie toen zij zich bij de procureur presenteerde om de door president Zedillo beloofde bijstand te krijgen. Afgezien nog van de moeite die het kostte om überhaupt de wijk uit te komen. “Ik ben er trots op Mexicaan te zijn”, zegt Avecita, “maar in dit geval smeek ik de internationale gemeenschap iemand te sturen die toezicht houdt op de hulpverlening.”

Iedereen 'helpt', maar weinigen wordt geholpen. Daar komt het mysterie in Acapulco dezer dagen op neer. Vrachtwagens vol spullen uit Mexico-Stad blokkeren de snelweg naar Acapulco. “Wil een functionaris van de gemeente zich met geldige pas op de luchthaven presenteren”, roept de radio nu al dagen om. Er is een lading medicijnen uit Canada gekomen, maar niemand haalt het af.

Die middag klauteren we met Avecita terug naar haar wijk Palma Sola, hoog op de berg. Een tien meter brede rivier stroomt naar beneden op de plek waar eens huizen, bomen en auto's stonden. Boven de stroom hangt een gebloemd stuk stof wat eens een beddensprei moet zijn geweest. Een plafond met een lamp er nog aan kijkt naar de hemel. Overal graven mensen met hun handen naar iets wat nog kan worden gered. Avecita klimt verder over de rotsen naar wat eens haar woonplaats was. “Kijk”, wijst ze naar de kleurige puinhoop die onder de drogende modder vorm krijgt. Avecita vertelt hoe ze met geld van de gouverneur van de deelstaat Guerrero hier vorig jaar naar toe is verhuisd.

Eerst woonde ze met haar zus in een volkswijk vlak bij de 'gouden' toeristenzone. Maar die wijk moest verdwijnen. Experts beschuldigen de gouverneur er nu van de mensen doelbewust naar gevaarlijk gebied te hebben verbannen. “Ze betalen om je er te laten wonen, maar niet als je sterft”, vat Avecita de situatie samen. Dan geeft ze een gil en begint te rennen. Eindelijk, na zoveel dagen, is er een tankwagen met water de wijk ingekomen. Overal vandaan komen vrouwen met emmers en flessen. De mannen van de tankwagen zijn van de gemeente en sommeren de vrouwen in een rij te gaan staan. Sommige vrouwen beginnen te huilen, anderen heffen een scheldpartij aan: “Acht peso (twee gulden) willen de mannen voor een liter water.”

“Prima in orde”, zegt de Britse mijnbouwkundige en strekt zich met een drankje op de strandstoel uit. Terwijl in de volkswijken de dorst toeneemt, is in de toeristenzone het leven weer op gang gekomen. Duizenden soldaten met scheppen hebben de boulevard langs de baai voor het grootste deel schoongemaakt. Verwrongen auto's zijn van de weg getakeld en discotheek Paladium - single ladies don't pay - brengt vanavond zijn klassieke 'natte T-shirt wedstrijd'. Toeristen die eerst met hun pijpen omhoog naar hun hotels moesten waden, wandelen nu weer langs de etalages. Ze hoeven ook niet meer via de keuken en de dienstlift omhoog naar hun kamer. In het gras op de middenberm tuinieren de soldaten nog wat na, terwijl achter de façade van de boulevard de prijs van brood en taco's stijgt. Lange rijen staan voor de winkels waar levensmiddelen worden verkocht.

Zo toont Mexico ook bij deze ramp weer zijn eigen gezicht. Ieder voor zich, en God voor ons allen, met de overheid als grootste dief. Na enig onderzoek bleek ook de villa, waar 's nachts de hulpgoederen werden afgeleverd, toe te behoren aan de broer van de vice-secretaris van de locale PRI, de Institutionele Revolutionaire Partij die al bijna 70 jaar aan de macht is. “De Heer is met u”, zei de priester die gisteren een openluchtmis voor de slachtoffers hield bij het gat waar eens zijn kerk had gestaan. Op een tafeltje tussen de rotsblokken heeft hij een lijst aangelegd voor de mensen die hun familie zoeken. Onder het Jezusbeeld dat hij heeft gered spreekt hij een oude man moed in. “Er zijn net een paar honden uit Mexico-Stad gekomen om naar uw geliefden te zoeken.”