Hoofdstad grijpt naast EK atletiek

De Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie (KNAU) is er niet in geslaagd de Europese kampioenschappen in 2002 naar Amsterdam te krijgen. KNAU-voorzitter P. van der Molen zag zaterdag in Boedapest dat de Europese atletiekfederatie met een ruime meerderheid koos voor München (26 stemmen). Lausanne werd tweede met elf stemmen. Amsterdam moest het doen met acht.

Was Amsterdam bij voorbaat al een kansloze kandidaat?

Van der Molen: “Vrijdagavond had ik toch sterk de indruk dat Amsterdam er goed voor stond. Maar wat je altijd hebt bij zulke verkiezingen is blokvorming. In Boedapest was duidelijk dat de Scandinavische landen en de landen uit het voormalig Oostblok de voorkeur hadden voor München. Dat zijn al een kleine twintig stemmen van een totaal van 45. Waarom dat is gebeurd, blijft gissen.”

Vind u München een terechte winnaar?

“We hadden natuurlijk liever Amsterdam gezien, maar München is zeker geschikt. Het stadion is met een capaciteit van 70.000 wel aan de grote kant. Duitsland is altijd sterk qua atleten en ook organisatorisch zit het met de Duitsers wel goed. Wij kwamen uit een achterstandspositie, want grote toernooien zijn nog nooit in Nederland gehouden.”

Denkt u dat Nederland in de toekomst wel in aanmerking komt voor de organisatie van grote atletiek-toernooien?

“Daar ben ik van overtuigd. Het Olympisch stadion ondergaat een grondige renovatie en wordt geschikt voor internationale atletiekwedstrijden. Wat publiek betreft, weet ik ook zeker dat Amsterdam geschikt is voor de organisatie.”

Hoe heeft u de teleurstelling verwerkt?

“Je moet reëel zijn. Bij wedstrijden zijn er altijd verliezers. Als er drie kandidaten zijn, dan zijn er altijd twee teleurgesteld. Je moet nuchter blijven. Ik was vroeger politieman, dan krijg je ook teleurstellingen te verwerken als een zaak onopgelost blijft. We gaan ons nu beraden en dan werpen we ons zeker weer op als er een belangrijk toernooi op de kalender staat.”