Heel even komt de atheïst Sigmund Freud dichtbij God

Voorstelling: De bezoeker, van Eric-Emmanuel Schmitt, door Impresariaat Wim Visser. Regie: Peter Oosthoek; vertaling: Ariette Eronat; decor: Paul Tames van den Berg. Spel: Eric Schneider, Henk van Ulsen, Marleen Stoltz, Freerk Bos. Gezien: 12/10 De Flint, Amersfoort. Tournee t/m 17/12. Inl (020) 623 37 00.

God laat zich zelden zien en zeker mijdt Hij het felle licht van de bühne. Behalve dan in De bezoeker, want in die voorstelling is God de hoofdpersoon. Of toch niet?

Wenen, 22 april 1938: Sigmund Freud zit alleen aan zijn kolossale bureau. Zijn dochter Anna is door de Gestapo meegenomen voor een verhoor en de vader raakt in paniek. Zal hij Anna ooit terugzien? Wat moet hij zonder haar? Drieëntachtig is hij en niet alleen zijn kaakholtekanker kwelt hem hevig maar ook het vooruitzicht weg te moeten uit de stad waar hij zestig jaar heeft gewoond en gewerkt.

En dan, in het holst van de nacht, krijgt hij bezoek. In de vensterbank staat een meneer. 'Red mij!' smeekt de meneer en hij vertelt dat hij een uit het gesticht ontsnapte zenuwpatiënt is die door de nazi's wordt gezocht. Maar waarom weet hij alles? Hij doorziet bijvoorbeeld haarfijn dat de atheïst Freud worstelt met het probleem van de religie, en erger nog dan ooit tevoren.

Ja, de man maakt handig gebruik van een zwak moment in het leven van Freud, en wanneer die vertwijfeld uitroept dat hij niet meer in de psychoanalyse gelooft (“het is toch te gek om één man te willen redden terwijl de hele wereld bezig is om gek te worden!”) grijnst de indringer voldaan.

Hij, die eerst zelf op de divan ligt en er dan slinks voor zorgt dat de psychiater daar terechtkomt - deze vreemde snuiter gedraagt zich als een pestkop maar bedoelt het goed. Hij voorziet de bejaarde geleerde van verse hoop en als hij bij het ochtendkrieken weer door het raam verdwijnt mist Sigmund Freud hem op slag.

De bezoeker gaat over een man die even heel dicht bij God komt en er dan toch weer vanaf drijft. Want volgens schrijver Eric Emmanuel Schmitt blijft God een mysterie, net als het leven zelf. Het bestaan is niet zinloos en God niet afwezig: Hij heeft zich alleen maar teruggetrokken omdat Hij in Zijn oneindige liefde de mens als een vrij wezen schiep, een wezen dat zelf mag bepalen of hij wil geloven of niet, zoals hij ook tussen Goed en Kwaad kiezen kan.

Soms lijkt Peter Oosthoeks regie op een preek: dan springt God, of hoe die mysterieuze gast ook mag heten, enthousiast op Freuds tafel waar hij ons bestookt met vragen over de zin van het leven. Het antwoord zouden wij niet vinden bij de grote geleerden maar uitsluitend bij het Opperwezen. Onze trots is het die ons dat Opperwezen heeft doen vergeten, of, sterker nog, wij hebben Zijn existentie verdróngen. “Het beest in mij wil geloven maar de geest niet”, meesmuilt de Freud op het toneel, waarop de vreemdeling hem meewarig vraagt waarom hij dat beest in hem toch zo krampachtig verdringt. Dergelijke aan de psychoanalyse ontleende kwinkslagen maken De bezoeker tot een spannend debat, met Henk van Ulsen als de goede genius en Eric Schneider (Freud) als de verbeten Man van de Rede. Maar waar het Vlaamse Theater Malpertuis onder regie van Tanya M. Zurda voor een uit het lood geslagen realisme koos, heeft Oosthoek in deze eerste geheel Nederlandse versie van Schmitts Franse succes-stuk houvast gezocht bij een veilige natuurgetrouwheid - compleet met nazi-gebrul en het gestamp van zware laarzen. En De Bezoeker draagt hier een zwarte cape: een al te opzichtig symbool voor Het Mysterie.