Gorter: Ik zie overal uw boezem

Literatuur. Tijdschrift over Nederlandse letterkunde. Jaargang 14. Sept./okt. Uitg. Amsterdam University Press. Prijs ƒ 14,-

De Parelduiker. Jaargang 2, nr. 3/ september 1997. Uitg. Stichting Het oog in 't Zeil i.s.m. Bas Lubberhuizen. Prijs: ƒ 17,50

De Tweede Kamer is onlangs akkoord gegaan met de invoering van de Tweede Fase in het voortgezet onderwijs, zodat deze onderwijsvernieuwing binnenkort zal worden ingevoerd. Voor het tijdschrift Literatuur was dit aanleiding voor een verontrust themanummer. Behalve een verklarend woordenlijstje met verschrikkelijk klinkende trefwoorden als CKV1, Leesautobiografie, Leesdossier, Profiel, Studiehuis, Studielasturen, enzovoorts, die bij de onderwijsvernieuwing horen, geeft het blad in interviews en beschouwingen informatie over de gevolgen van een en ander voor het literatuuronderwijs op de middelbare school.

Vooral het onderwijs in de literatuurgeschiedenis dreigt in de knel te komen en daarom kan er niet genoeg gewezen worden op het alleraardigste tijdschrift De Parelduiker, dat sinds de oprichting vorig jaar op smakelijke wijze aandacht schenkt aan de geschiedenis van de Nederlandse letterkunde.

Het jongste nummer heeft op de cover een foto uit 1919 van Herman Gorter (met witte trui en pet) in een zeilboot, waarin zijn muze Jenne Clinge Doorenbos aan het roer zit. Binnenin staat nog het beeldschone portret van Jenne uit 1908, eerder gepubliceerd in Met al mijn bloed heb ik voor u geleefd (1996), de Gorter-biografie van Herman de Liagre Bohl.

Het biografische onderzoek naar Gorter en in het bijzonder naar zijn liefdesleven (geruime tijd hield hij er drie vrouwen op na) gaat, zo blijkt uit De Parelduiker, onverdroten voort. Frits Smulders, wetenschappelijk medewerker aan het Constantijn Huygens Instituut voor tekstedities, ontdekte in het Letterkundig Museum nooit eerder gedrukte of in de literatuur ter sprake gebrachte, door Jenne geïnspireerde, gedichten van Gorter. Van sommige is voorstelbaar dat de dichter ze niet publiceerde. 'Lentedag / 6 mei 1911' begint bijvoorbeeld zo:

Niets dan bloesem.

Ik zie overal uw boezem.

Curieus is ook het gedicht 'In U' (jaartal onbekend) waarin Gorter zijn liefde voor Jenne als volgt bezong:

Diep, door uw ingang

drong ik in U.

In gouden kolk

versmolt mijn lichaam.

Volgens Smulders getuigen de nieuw opgedoken verzen op 'soms heel intieme wijze van Gorters gevoelens voor Jenne en geven ze uiting aan de zinsverrukking en geestesvervoering waaraan hij met het klimmen der jaren steeds sterker onderhevig lijkt te zijn geweest.'

Voor de Nescio-liefhebbers heeft De Parelduiker niet alleen een mooie portrettekening van de schrijver door Frits Müller maar ook een rijk artikel van Maurits Verhoeff over Nescio als natuurbeschermer. De schrijver was actief lid van de Bond Heemschut, de vereniging ter bescherming van natuur- en stedenschoon. Hij heeft talloze, door Verhoeff geciteerde, brieven aan deze instelling geschreven om uiting te geven aan zijn verontrusting over bedreigde bomen of mogelijke demping van het Singel in Amsterdam (waar Japi 'genoegerig stond te staren naar de groene koepel van de Lutherse kerk aan de overkant').

Literatuurgeschiedenis is ook het onderzoek van Sjoerd van Faassen naar de opstelling van het katholieke tijdschrift De Gemeenschap ten tijde van de Spaanse burgeroorlog. Er blijkt uit dat het blad, onder leiding van Anton van Duinkerken, niet meeging in de katholieke hetze tegen de Republiek. In een tijd waarin De Volkskrant (4 augustus 1936) over Madrid schreef 'Rood gespuis terroriseert de stad', en ook De Tijd en De Maasbode ondubbelzinnig de kant van Franco kozen, was dat moedig. Van Duinkerken moest zich, evenals andere katholieken, na bisschoppelijke vermaningen in 1936 terugtrekken uit het antifascistische Comité van Waakzaamheid. Maar in zijn eigen blad De Gemeenschap nam hij geen blad voor de mond. Naar aanleiding van het bombardement van Guernica door de Luftwaffe in 1937, schreef de redactie in een commentaar: 'Het bombardement van Guernica was een ten hemel schreiende wreedheid waarvoor geen excuus is aan te merken.' Over de katholieke kranten die logen dat 'de roden' hun eigen stad in brand gestoken hadden, schreef het blad: 'De blinde partijzucht dooft het menschelijk mededoogen.' Opmerkelijk is voorts dat De Gemeenschap gedichten en artikelen over Spanje plaatste van Ed Hoornik, Freek van Leeuwen en Jef Last.

Van een heel andere orde is een uitvoerig interview met de dichter C.O. Jellema, waarvoor Anthony Dekker naar het verre noordwesten van de provincie Groningen reisde. Jellema, die als kind aan longtuberculose leed, blijkt de ene sigaar na de andere op te steken. Maar hij heeft daar een goede reden voor: hij rookt om zijn longen te straffen.