Geluid uit honderden films en kilo's platen

Met zijn nieuwe project Junkie XL maakt de Groningse muzikant Tom Holkenborg een combinatie van dance en rock die op het moment erg geliefd is. Vanuit de rock kwam Holkenborg in de dance-scene. “Je moet niet meer als muzikant maar als dj denken, je voorstellen hoe het overkomt op de dansvloer.”

De cd Saturday Teenage Kick van Junkie XL verschijnt over een week bij Roadrunner Records. De single Billy Club is onlangs uitgebracht. Een Nederlandse tournee begint 15/11 in de Melkweg in Amsterdam.

AMSTERDAM, 13 okt. “Je moet je haar eens beter kammen”, had de barman gezegd, en hij toverde uit de krullen van de verbaasde Tom Holkenborg een paar duiven. De Groningse muzikant vertelt enthousiast het verhaal van de Amsterdamse cafébaas annex goochelaar aan een groepje journalisten en fotografen in het American Hotel. “Het is heel slim bedacht, want hij doet zulke ongelooflijke dingen dat je telkens roept: dit trek ik niet meer - doe nog maar een biertje!”

Holkenborg vertelt de Nederlandse pers over zijn nieuwe project Junkie XL in Nederland. Frankrijk, Duitsland en Engeland wachten. De platenmaatschappij is niet de enige die hoge verwachtingen heeft van het opvallende debuutalbum Saturday Teenage Kick. Die combinatie van dance en rock horen is op het moment zeer populair door groepen als The Prodigy en Chemical Brothers. Met hetzelfde enthousiasme als waarmee hij over de goocheltrucs vertelde, praat Holkenborg over zijn bewondering voor die groepen. “Die eerste remixes van de Chemical Brothers zijn heel essentieel voor mij geweest. Hoe zij dingen met elkaar combineren, dat is popmuziek van een onvoorstelbaar hoog niveau.”

Holkenborg is al beducht voor de kritiek die hij zal krijgen: dat zijn plaat handig inspeelt op het wereldwijde succes dat met name The Prodigy onlangs had, door met een soortgelijk geluid op de proppen te komen. “Het is heel simpel: zo'n plaat maak je niet in een maand, daar doe je minstens anderhalf jaar over. Je leert programmeren, hoe je een plaat moet mixen, hoe je omgaat met effect-apparatuur, er gaat lange tijd overheen voor je de capaciteiten hebt om dit te maken. Het album van The Prodigy verscheen een paar maanden geleden. Het is onmogelijk om dat gauw na te maken, zo werkt het niet. Er zijn wel mensen die dat doen, maar dan hoor je heel duidelijk dat het niet dezelfde diepgang heeft, die opeenstapeling van zo veel samples.”

De muziek van Junkie XL is voor een groot deel opgebouwd uit geluiden, die Holkenborg zo'n twee jaar geleden begon te verzamelen. “Ik heb honderden films gehuurd, veel platen gekocht, het eerste half jaar heb ik alleen maar voer verzameld. Ik ging naar platenbeurzen waar je platen voor een kwartje kon kopen, of een stapel per kilo kon afrekenen. Met karrenvol kwam ik thuis. Alle greatest hits-compilaties van Arcade en K-Tel van de laatste dertig jaar, zeker drie-, vierhonderd.

“Toen ben ik door die shit heen gaan luisteren. Dan vind je veel leuke geluiden, die pik je eruit en zet je op de harddisk van je computer, goed gearchiveerd. Dan heb je heel veel losse geluidjes, die ga je combineren tot iets, bijvoorbeeld een beat. Van daaruit ga je weer dingen combineren. Het werkt als een piramide. Op een gegeven moment had ik drie uur aan materiaal - stukken muziek, nog niet echt nummers. Daarvan heb ik de beste geselecteerd en gezegd: nu moeten het songs worden met een kop en een staart. En ik wilde met een vocalist werken.”

Dat werd rapper/zanger Rudeboy, bekend van de Urban Dance Squad. “Ik kende hem niet. Meestal luistert hij niet naar de tapes die hij krijgt, maar toen hij dit hoorde, wilde hij ontzettend graag meedoen. In tegenstelling tot de verhalen die je wel eens over hem hoort, vond ik hem extreem gemakkelijk om mee te werken, hij voelde perfect aan wat ik wilde. Hij zei: 'ik kan niet anders, want de gaten in de muziek zijn zo mooi, die kan ik maar op één manier vullen.' Hij houdt net als ik van heel veel soorten muziek, zeker niet alleen hiphop. Dan komt hij aan met The Verve, en staan de tranen hem in de ogen, zo mooi vindt hij dat. Dat is te gek voor iemand die rapper is.”

Holkenborg legde de nummers voor aan zijn 'luisterteam', collega's en vrienden, die er kritisch commentaar op leverden. De Utrechtse discjockey Frankie D. gaf adviezen over de dansbaarheid van de nummers. Holkenborg weet onderhand wat een track moet hebben. “De beat moet swingend zijn. En er moet een goede hook zijn; dat kan een herkenbare slogan zijn, of een bliepje dat zo irritant is dat je het onthoudt. Dat nummer Da Funk van Daft Punk heeft een heel irritante riff, maar is verdomd goed. De structuur moet kloppen. Je moet niet als muzikant maar als dj denken, je voorstellen hoe het op de dansvloer overkomt.”

In het verleden was Holkenborg lid van de Fries-Groningse groep Weekend At Waikiki, en één helft van het duo Nerve, dat een heftig geluid van drumcomputers en harde elektrische gitaren bracht. “Ik kom uit de rockhoek. Ik ben erg beïnvloed door gitaarbands als Jesus Lizard, Codeine en Jon Spencer Blues Explosion. Het ging mij niet om de gitaren, meer om de swingende groove die er in zat. Smells Like Teen Spirit van Nirvana is voor mij een waanzinnige danstrack. Toen ik opgroeide luisterde ik veel naar Ferry Maat's Soulshow op Hilversum 3, waarin funk werd gedraaid - diezelfde funky beats hoor je nu bij de Chemical Brothers, dus zo nieuw is het eigenlijk niet wat zij doen. Punk is volledig aan mij voorbijgegaan - dat swingt meestal niet zo.

“Ik heb altijd in bands gezeten, ik was geen computer-nerd, maar ik heb steeds meer dance-elementen naar mij toe getrokken. Dan kom je in het vaarwater terecht waar The Prodigy en Chemical Brothers zitten. Maar zij komen uit de danshoek, zij nemen steeds meer elementen uit de rockmuziek op in hun muziek. Dat is het grootste verschil tussen hen en mij: zij kunnen beter programmeren dan ik, maar hun gebruik van vocalen en gitaren is duidelijk minder, bij mij klinkt het natuurlijker.”

Zo kwam Holkenborg terecht in de dance-scene, waarover hij gemengde gevoelens heeft. “Het is soms heel hartelijk, maar ook wel hard: het moet op hun manier, anders ben je niet welkom. De leukste mensen in het genre zijn degenen die verschillende stijlen combineren. Ik hou niet van clubs waar je van elf uur 's avonds tot vijf uur 's ochtends dezelfde muziek hoort.

“Raar in dance is dat dingen altijd óf helemaal fout óf helemaal cool worden gevonden, zelfs al zijn de verschillen heel minimaal. Dan is 'intelligent jungle' bijvoorbeeld helemaal cool en hardstep helemaal fout - daar is niets tussen, je hoort niemand zeggen dat iets ze minder aanspreekt, nee, dan is het helemaal fout. En die dressing code van wat OK is en wat niet, kom op zeg! Je trekt een broek aan waar je zin in hebt. Laatst legde iemand mij uit waarom bepaalde sokken niet cool waren bij een bepaalde broek. In deze scene is het not done om je veters te strikken. Heel vreemd. Als ik mijn veters niet strik, dan struikel ik er elk half uur over, dat is heel simpel.”