Dedecker gevangen in eigen succes

Jean-Marie Dedecker is het gezicht van het Belgische judo. Op de EK in mei behaalden zijn judoka's zes titels. De afgelopen dagen wonnen ze op de WK in Parijs vijf medailles (een keer zilver en viermaal brons).

Zelfs koning Albert van België rekent hem tot zijn vrienden. Niet dat Jean-Marie Dedecker en de monarch elkaar dagelijks ontmoeten. Maar sinds drie jaar geleden de bondscoach van de Belgische judoka's zijne koninklijke hoogheid Albert op weliswaar vriendelijke, maar cynische wijze schreef dat hij “wel voetballers die zestiende op het wereldkampioenschap zijn geëindigd, sjoelbakkers, vogelpikkers en andere sukkelaars ten paleize ontving maar geen judoka's” drukken de twee elkaar regelmatig de hand.

Waarom nooit Belgische judoka's die jaar in jaar uit Europese, olympische en wereldtitels onder zijn leiding hadden behaald, vroeg Dedecker in zijn vrijpostige petitie. Dat was een koninklijke inschattingsfout, meende de judocoach. Koning Albert kon de brief wel waarderen. Een paar maanden later mocht Dedecker met zijn judoprinsesjes Gella Vandecaveye en Ulla Werbrouck en andere topjudoka's in Laken op audiëntie. Het werd vooral een eerbetoon aan het levenswerk van de bondscoach.

Dedecker zegt sindsdien kind aan huis te zijn bij de familie Van Saksen Coburg. Enig gevoel voor overdrijving en humor kan hem niet worden gezegd - dat is duidelijk. Of het allemaal op werkelijkheid is gebaseerd wat hij zoal langs zijn neus weg vertelt, is onduidelijk. Zeker is wel dat een half jaar geleden tijdens de EK in Oostende tot ieders verbazing kroonprins Philippe zijn opwachting maakte. En dat allemaal ter ere van het Belgische judo en zijn chefcoach Dedecker.

Zes Europese titels behaalden de Belgische judoka's in Oostende. Nog nooit waren de Belgen zo succesvol geweest. Het werd een orgie van vreugde in de woonplaats van Dedecker. Hij was de gevierde man, hij werd op de schouders genomen en gejonast door zowel Vlaamse als Waalse judoka's. Zestien jaar is Dedecker al chefcoach van de Belgische selectie. Ongeveer 150 medailles op grote internationale titeltoernooien behaalden judoka's onder zijn leiding.

In zijn beginperiode was hij de stuwende en vaderlijke kracht achter de eerste grote Belgische judosterren, Robert van de Walle en Ingrid Berghmans. Hij gooide het duo beurs op de training, maar dronk na afloop met de eerste een stevig biertje en knuffelde de ander alsof het zijn lief was. Zo kennen ze in België en - ook daarbuiten - Jean-Marie Dedecker.

Na het keizerlijke duo Van de Walle - Berghmans maakte hij van Ulla Werbrouck, Gella Vandecaveye, Harrie van Barneveld, Johan en Philip Laats en anderen wereldtoppers. Van communautaire problemen wilde hij niet horen, hij liet iedereen in zijn waarde, maar hij was ook de baas van iedereen. Hij duldde niet, zoals in de Nederlandse judowereld, bij selectietrainingen en titeltoernooien inmenging van clubtrainers.

“Nederland democratiseert zich kapot”, is een gevleugelde uitspraak wanneer hem om een mening over de noorderburen in het algemeen en judoland Nederland in het bijzonder wordt gevraagd. Hij heeft wel eens een aanbod gehad om bondscoach in Nederland te worden. Maar hij heeft het met een satanische grijns om zijn lippen afgewimpeld. Een maand geleden benaderde de Engelse bond hem nog. Maar Dedecker blijft in België. Hij heeft niets in het buitenland te zoeken. Nog even en zijn tijd zit er op als judocoach. Hij moet alleen nog de datum van zijn afscheid bepalen en dat is een probleem.

Dedecker heeft gemerkt dat hij minder gretig is dan voorheen. Eigenlijk had hij op zijn hoogtepunt (dit voorjaar in Oostende) moeten stoppen. Maar hij is er nog steeds. Minder gespannen en minder motiverend voor zijn judoka's. Ze hebben het vast en zeker al gemerkt, weet hij. Hij is 45 jaar nu, maar lang niet meer zo sterk als vroeger. Twee ruggenwervels hebben het al laten afweten. De slijtage na jaren van labeurwerk op de mat heeft toegeslagen.

“Ik vervet en ik kan er niets tegen doen. Ik kan mijn judoka's niet meer vastpakken zoals ik wil. Ik kan ze niet meer vastzetten. Ik heb geen greep meer op ze. Ik lig zo op mijn rug en dat doet vreselijk zeer. Ik kan geen goede trainer meer zijn. Maar ik wil deze generatie judoka's afronden en dan hoop ik dat er snel een nieuwe groep komt. En dat er anderen opstaan om het van me over te nemen.”

Hij beklom met zijn judoka's de flanken van de Mont Blanc, hij ondernam met hen een overlevingstocht in de sneeuw van Lapland. Volgende maand gaan ze naar de Sahara, met jeeps door de woestijn trekken en 's nachts in tenten slapen. Het kost hem steeds meer moeite. “Ik klaag niet. Maar in Lapland zei ik: Kus m'n kloten maar, ik ga niet verder. Harrie van Barneveld pakte me beet en zei: Kom, ik draag je en breng je naar huis. Dat is heel mooi. Maar de atleten zijn me boven het hoofd gegroeid. Ik ben hun gelijke niet meer”, zegt de man die zelf nooit judokampioen was.

Maar hij is wel nog altijd de vader van zijn judoka's. Dedecker zorgde ervoor dat de judoka's die tot zijn selectie behoorden financiële steun kregen ter hoogte van het minimumloon en flinke premies kregen bij een internationale titel. “Atleten zijn sociale analfabeten”, vindt hij. “Ik heb jongens en meisjes zien stranden na hun carrière. Ze hoorden er niet meer bij. De bobo's kunnen hun hele leven blijven zitten en zien de ene na de andere sportman voorbijkomen. Ik wilde een sociaal vangnet voor de jongens en meisjes. Helden verdienen het om blijvend geëerd te worden.”

Hij liep de deur plat bij het ministerie van Sport en Onderwijs, schreef brieven en zette promotiecampagnes op touw. Hij heeft het nu voor elkaar: binnenkort wordt op een paar Belgische middelbare scholen een topsportklas ingericht. De Vrije Universiteit van Brussel is al begonnen met een topsportproject. Dedecker is ook bezig een sociaal statuut voor sporttalent in België op te stellen.

Hij heeft macht. Omdat hij alles heeft gedaan voor het judo in België, is er niemand die de macht van hem kan overnemen. Hij zit in zijn eigen web gevangen. Sponsoren die Dedecker heeft geworven, dreigen te stoppen wanneer de chefcoach opstapt. De hele structuur is zijn ontwerp. “Ik ben de beste judoka van België. Ik ben het gezicht van het Belgische judo. Dat is gevaarlijk. Zo is Michel Verschueren het gezicht van Anderlecht geworden. Wanneer hij opstapt, stort Anderlecht in elkaar. Daar heb ik het moeilijk mee”, bekent de man die eens als zelfverzekerd en ongenaakbaar te boek stond.

Het judo zal hij nooit verlaten. Zelfs zijn werk buiten het judo is nauw verbonden aan deze sport. Als eigenaar van een verzekeringsbedrijf en als bedrijfsconsultant is hij een zeer bemiddeld man geworden. Onlangs kocht hij voor 120.000 dollar de publiciteitsrechten voor alle Europese kampioenschappen judo tot het jaar 2000.

Dedecker: “Het is een miljoenencontract, waardoor ik kan beslissen over boardreclame, marketing, tv-rechten en organisatie. Wie plannen heeft, moet eerst langs mij. Ik ben een man als Anton Geesink, een man met een bewezen visionaire blik. Door hem is het judo gemoderniseerd en nu bijna rijp voor televisie. Door hem judoën ze nu in blauwe en witte pakken. Geesink wil verder, ik ook. Waarom geen judoka's in de kleuren van hun land? Oranje pakken met de naam van de judoka erop; dat is toch van deze tijd?”

Voor Jean-Marie Dedecker staat het vast: sport is entertainment. “Sport moet een feest zijn, zoals het was in Oostende en dit weekeinde in Parijs. Wanneer het dat niet mag zijn, stop ik meteen. Dan twijfel ik geen moment. Echt niet.” Hij lacht en vertelt ter afsluiting een schunnige mop. Want zo is hij ook: serieus sport bedrijven is weliswaar noodzaak om succes te hebben, maar veel plezier maken en lekker vrijen zijn toch de belangrijkste dingen van het leven. Daarvan heeft hij zijn judoka's altijd willen overtuigen.