De ware havenkroeg

De Schiedamsedijk bij de Leuvehaven was voor de Tweede Wereldoorlog een van de bekendste uitgaanscentra van Rotterdam. Vooral zeelui kwamen er potverteren in bars met klantgerichte namen als Narvik, Ocean en De Stad Embden, in dancings als Alcazar en Cosmopoliet of in cafés met legendarische namen als Het Paard in de Wieg en Het Neusje van de Zalm.

Na de oorlog - de Schiedamsedijk was in het bombardement van mei 1940 verwoest - werd Katendrecht het paradijs voor de passagierende zeeman. Maar de haven verdween naar het westen en gewone zeelui werden vervangen door Chinezen en Filippino's die zo goed als niets te verteren hebben. Sinds de sanering van Katendrecht, dat in de jaren zeventig een gewone woonwijk werd, zijn echte havenkroegen zeldzaam in de grootste haven van de wereld.

Een jaar geleden besloot een groep Rotterdamse journalisten dat de verdere teloorgang van de havenkroeg in de Maasstad gekeerd moet worden. Ze richtten het 'Slauerhoff Genootschap ter Instandhouding van Rotterdamse havenkroegen' op. Enkele lokale politici en mensen uit het havenbedrijfsleven sloten zich er later bij aan. Dat de naam van de scheepsarts, dichter en schrijver ('Het leven op aarde') aan het genootschap werd verbonden, was min of meer toeval: het idee om de ware havenkroeg voor de ondergang te behoeden, werd geboren op de zestigste sterfdag (5 oktober 1996) van Jan Jacob Slauerhoff die, nog maar 38 jaar oud, bezweek aan tuberculose. En aan uitputting, want Slauerhoff was een erudiete vagebond die zijn van jongs af aan zwakke gezondheid permanent riskeerde op vele reizen langs koortsige kusten. Wie wil niet het glas heffen op de nagedachtenis van deze Nederlandse poète maudit?

De 'havenkroeg van het jaar' die het genootschap na intensieve bezoeken aan daarvoor in aanmerking komende etablissementen jaarlijks zal kiezen, krijgt een wisseltrofee die naar Slauerhoff is genoemd. Vorige week reikte havenwethouder Herman van den Muijsenberg de trofee voor het eerst uit aan Marius Lambermon, eigenaar en exploitant van 'De Ballentent' aan de Parkkade. Vanuit dit café, ooit een pakhuis en later café 'Maaszicht', kijkt men uit over de Nieuwe Maas.

Het bruine interieur rond een lange bar is vol foto's van het Rotterdam van vroeger en schilderijen en modellen van schepen van de Holland Amerika Lijn. Want Marius heeft zoals zoveel (vroegere) eigenaren van Rotterdamse cafés en bars 'zelf bij de lijn gevaren'.

De Ballentent - de vaste klanten zeiden dat liever dan Maaszicht - heeft weinig zeelui (van schepen langs de Parkkade), maar wel veel andere mensen uit het 'havengebeuren' als klant - personeel van cargadoors en rederijen uit het Scheepvaartkwartier, van het Gemeentelijke Havenbedrijf. Ook chauffeurs van de Scandinavische vrachtauto's die op de Parkkade parkeren, wippen geregeld aan. Marius die nog nooit van Slauerhoff had gehoord, is trots op de onderscheiding. “De Rotterdamse horeca heeft veel te lijden gehad. In de jaren zeventig had je de gokbazen die veel kroegen overnamen. En daarna kreeg je de 'witwassers'. Nu wordt de horeca opnieuw gereinigd, zoals ik dat noem. Er zijn wel mooie nieuwe cafés, maar van andere trant. Oude havenkroegen met ambiance moet je met een kaarsje zoeken.”