Bhutan kan de toekomst niet tegenhouden

Veertig jaar geleden was Bhutan nog een achterlijk bergkoninkrijk, slechts per paard te bereiken. Inmiddels heeft het land een ingrijpende modernisering doorgemaakt. De leiders moeten zich in steeds meer bochten wringen om het ontwikkelingsproces in de hand te houden.

THIMPU, 13 OKT. Binnen de muren van de dzong van Thimpu lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Net als in de Middeleeuwen snellen ambtenaren in kimono-achtige jassen, wier rang valt af te lezen aan de sjaal die ze hebben omgeslagen, over de binnenplaats van het schitterende kloosterpaleis voor overleg met collega's of ministers elders in het complex. Bij het passeren van een hogergeplaatste brengen ze een beleefde groet. Wie schuin omhoog kijkt, ziet slechts dicht beboste hellingen om zich heen.

Dan weerklinkt het doffe geluid van een gong en ongeacht zijn rang houdt iedereen eerbiedig de pas in. Waardig begeeft zich kort daarop de Je Khenpo, de boeddhistische leider van Bhutan, te midden van tientallen monniken in kastanjebruine pijen voor een gebed naar de tempel aan de overkant van de binnenplaats. Al sinds mensenheugenis leven de wereldlijke en geestelijke leiders van het kleine koninkrijk in de Himalaya in een welhaast kosmische harmonie onder één kap in de dzong.

Wanneer het om het landsbestuur gaat hebben de mannen in de kimono's (in Bhutan gho's geheten) echter al tientallen jaren lang het heft stevig in handen. Aangevoerd door enkele verlichte monarchen hebben ze aan de wieg gestaan van een van de opmerkelijkste omwentelingen uit de moderne tijd. “We zouden best eens kunnen uitgroeien tot een van de weinige Aziatische Tijgers in dit deel van de wereld”, zegt Karma Ura, een medewerker van het ministerie voor Planning, die in New Delhi, Oxford en Edinburgh heeft gestudeerd.

Of het zover komt is nog de vraag, maar vaststaat dat de ruim 600.000 inwoners van Bhutan de afgelopen decennia binnen één generatie een adembenemende sprong hebben gemaakt uit de Middeleeuwen naar de moderne tijd. Zo mogelijk nog opmerkelijker is dat deze revolutie, tot dusverre althans, niet gepaard is gegaan met de sociale ontwrichting die zich in andere landen vaak heeft voorgedaan.

Enkele cijfers van het ministerie van Planning onderstrepen de radicale veranderingen die zich de afgelopen jaren in Bhutan hebben voltrokken. Tussen 1985 en 1995 steeg de levensverwachting van de burgers van 48 tot 66,1 jaar, het reële bruto nationaal produkt verdubbelde bijna, terwijl de kindersterfte te zelfder tijd vrijwel halveerde. Het aantal Bhutanen dat kan lezen en schrijven nam toe van 23 procent van de bevolking tot 54 procent.

“Thimpu was veertig jaar geleden nog niet veel meer dan wat rijstveldjes”, herinnert Ura zich. De tocht van de Indiase grens naar de hoofdstad van Bhutan, zo'n 180 kilometer verderop, duurde toen nog een week, want er moest per paard worden gereisd over een moeilijk begaanbaar pad. Een verharde weg was er niet.

Inmiddels is Thimpu uitgegroeid tot een stadje van ruim 30.000 inwoners, waar het wemelt van de auto's van meer welgestelde Bhutanen en buitenlandse hulpverleners. Het komt er soms zelfs tot verkeersopstoppingen. Men maakt zich nu serieus zorgen over de luchtverontreiniging die wordt veroorzaakt door de dieselwalmen van de auto's. Bhutan heeft daarom inmiddels de invoer van tweedehands auto's uit India, die meestal sterk vervuilend zijn, verboden.

Op de bureaus van de ambtenaren prijken computers. Via Internet zijn zij tot op de seconde op de hoogte van de jongste gebeurtenissen elders in de wereld. Er zijn talrijke winkels voor videoapparatuur en cassettes in de straten. Er bestaan goede medische voorzieningen en talrijke scholen. Op sommige gebouwen prijken lichtreclames voor Philips of Pepsi. De straten en de huizen zijn elektrisch verlicht en elke zaterdag verslinden de mensen de nieuwe Kuensel, de lokale krant die wekelijks in de drie belangrijkste talen van het land - het Dzongka, het Engels en het Nepalees - verschijnt.

Ook op het platteland zijn de veranderingen ingrijpend geweest. In veel dorpen zijn scholen verrezen. En dank zij verbeterde landbouwmethodes kunnen de boeren nu twee tot drie keer per jaar oogsten. Menige boer beschikt inmiddels over een kleine tractor van Japanse makelij, die hij met subsidie van de regering heeft kunnen aanschaffen. Daarmee bewerkt hij niet alleen zijn land maar brengt er ook een deel van zijn produktie mee naar een naburige marktplaats of zelfs naar Thimpu.

De 53-jarige boer Dhao, die gekleed gaat in een korte broek, een verfomfaaid T-shirt en uit elkaar vallende sneakers, woont op een helling op drie kwartier klimmen van een landweg in het midden van Bhutan. Een mini-trekker bezit hij niet maar wel een huis in de klassieke Bhutaanse stijl: met zware lemen muren aan de basis en fraai houtsnijwerk in de kozijnen en de dakrand. Beneden staan zijn koeien en paarden, op de eerste verdieping woont de familie met een fraai uitzicht op de rijstterrassen aan de overkant van de vallei en op de bovenste verdieping bevindt zich het boeddhistische familiealtaar.

Dhao is een tevreden man. “Het leven is een stuk makkelijker dan vroeger”, lacht hij, waarbij de restanten van zijn gebit bloot komen, dat door het veelvuldig kauwen van betelnoten roodbruin is geworden. “Ik vang een goede prijs voor mijn produkten op de markt.” Dhao verbouwt onder andere aardappelen, rijst, tarwe en mosterdzaad. Wel heeft hij veel last van wilde zwijnen, die zijn oogst komen opeten. Net als andere boeren uit de omtrek ligt hij 's nachts in een tentje op wacht om ze weg te jagen. De Nederlandse hulporganisatie SNV zoekt thans naar een oplossing voor het zwijnenprobleem.

Van Dhao's negen kinderen zijn er inmiddels acht de deur uit. Eén meisje is nog over en gaat naar school op een uur lopen. Sommige van zijn kinderen hebben een baan als ambtenaar gevonden. Dankzij zijn inkomsten van de markt heeft Dhao - zelf analfabeet - de opleiding voor zijn kinderen kunnen betalen. Het onderwijs zelf is weliswaar gratis maar er moeten soms wel schooluniformen en boeken worden aangeschaft.

In het naburige plaatsje Wangdi Phodrang zijn de veranderingen eveneens tastbaar. Het tot voor kort modderige dorpspleintje is door toedoen van lokale bestuurders herschapen in een asfaltzee, waarop enkele boeren hun mini-tractoren hebben geparkeerd. Ook staan er de nodige scooters op een rijtje.

Hoewel Bhutan tot dusverre het snelle ontwikkelingsproces goed in de hand heeft kunnen houden, liggen er een aantal gevaren op de loer. “De moeilijkste fase van het hervormingsproces voor Bhutan moet volgens mij nog aanbreken”, oordeelt Kinley Dorji, hoofdredacteur van de Kuensel.

Ten eerste is er de bevolkingsgroei. Door de verbeterde gezondheidszorg en verbeterde voeding neemt het aantal Bhutanen jaarlijks met 3,1 procent toe. Niet langer richten ziektes als dysenterie en malaria slachtingen aan onder de boerenbevolking. Door de bevolkingsgroei neemt de druk op de materiële hulpbronnen echter snel toe. Al deze Bhutanen moeten worden gevoed.

Zo mogelijk nog belangrijker is dat er mede door de grotere mobiliteit in het land een grotere bewustheid omtrent de mogelijkheden buiten de eigen kring is ontstaan. “Boeren die in Thimpu hebben gezien dat daar alles is geëlektrificeerd, willen dat nu ook in hun dorp”, aldus Dasho Dodo, die aan het hoofd staat van het bestuur in het district Punakha. Het valt de regering moeilijk de snel toenemende verwachtingen van de burgers bij te benen.

Ook is er de prangende vraag wat alle Bhutanen in de toekomst voor de kost zullen doen. Nu werkt nog 85 procent van de beroepsbevolking in het boerenbedrijf, maar dat zal vermoedelijk in hoog tempo afnemen. De regering gaat ervan uit dat alle kinderen van het land binnen tien jaar naar school zullen gaan en anders dan bijvoorbeeld in het grote buurland India maken de meeste kinderen in Bhutan hun schoolopleiding ook daadwerkelijk af.

Dat is een fraai ontwikkelingssucces, maar de praktijk wijst uit dat kinderen die naar school zijn geweest de boerderij de rug toekeren. “Kinderen die hebben geleerd blijven nooit op de boerderij”, bevestigt Rinzen Dorji, hoofd van een school in een dorp bij Paro, ten westen van de hoofdstad Thimpu.

Ook in het geval van boer Dhao is de continuïteit van zijn bedrijfje ongewis. Gevraagd of een van zijn kinderen het zware werk op de boerderij van hem zal overnemen, wanneer hijzelf daartoe fysiek niet meer in staat is, antwoordt hij: “Een van hen moet het gewoon overnemen van me.” Maar ook Dhao zelf lijkt er niet geheel van overtuigd dat dit inderdaad zal gebeuren.

De geest van de modernisering is definitief uit de fles in Bhutan en het land heeft er tot nu toe veel baat bij gehad. Hoe de Bhutaanse sprong voorwaarts zal aflopen is echter nog allerminst zeker. “Waarschijnlijk heeft geen land betere papieren om het juiste evenwicht te vinden tussen modernisering en het bewaren van de eigen cultuur dan Bhutan”, vindt Kuensel-hoofdredacteur Dorji. “Maar de dingen veranderen sneller dan we beseffen. Of we er uiteindelijk in zullen slagen dat evenwicht te bewaren, daar durf ik mijn hand niet voor in het vuur te steken.”