Weg naar de top; Monumentale bestrating in Satricum blootgelegd

Nederlandse archeologen hebben in Satricum een zes meter brede weg opgediept. Langzamerhand is nu een vrij scherp beeld ontstaan van de stad en haar bewoningsgeschiedenis.

ARCHEOLOGEN van de Universiteit van Amsterdam hebben een tweede weg uit de oudheid gevonden. Deze keer niet in Nederland, maar ongeveer 50 kilometer ten zuiden van Rome, bij Borgo Le Ferriere, in de oudheid beter bekend als Satricum. “Hij stamt uit het begin van de vijfde eeuw voor Christus en is zeshonderd jaar ouder dan die bij Vleuten-De Meern”, zegt Marijke Gnade, leidster van de opgravingen in Satricum, over de zes meter brede weg die ze afgelopen zomer over een lengte van honderdvijftig meter heeft blootgelegd. “Zo'n monumentale weg is tot nu toe nergens anders in Midden-Italië ontdekt.”

De weg, die mogelijk de verbinding vormde tussen de kustplaats Anzio en Satricum, is volgens een vergelijkbaar principe gebouwd als de onlangs in Nederland gevonden Romeinse weg: opgehoogd met klei, zand en (vijfde-eeuwse)

scherven, funderingen om het stortmateriaal op zijn plek te houden en bovenop een plaveisel van tufbrokken en kiezels. “In Satricum zijn echter geen houten palen, maar tufstenen blokken als funderingen gebruikt”, zegt Gnade.

Onder het stortmateriaal bleek nog een plaveisel te liggen. Gnade: “De bewoners van Satricum hebben in de zesde eeuw eerst in een natuurlijke greppel een weg op de maagdelijke grond aangelegd, maar die voldeed niet omdat het regenwater blijkbaar niet goed wegliep. Een aanwijzing hiervoor zijn de sterk verspoelde botfragmenten die we in de onderste laag aantroffen.” De oplossing van het waterprobleem was de weg drastisch ophogen met stortmateriaal, dat als een natuurlijk drainagesysteem fungeerde. Daarbij gingen de stedelingen zeer doordacht te werk, aldus Gnade. “De funderingen van tufsteen zijn een meter hoog en ter plekke bijgehakt. De schilfers zijn aan de onderkant zo samengekit dat ze een schuin aflopende laag vormen. Het doorsijpelende regenwater liep zo keurig naar het midden af, zonder de fundamenten van de weg te verzwakken.”

Gnade heeft de weg Via Sacra, de Heilige Weg, van Satricum gedoopt. “Hij loopt via een natuurlijke glooiing in het landschap uit de oude stad in de richting van de akropolis, waar een monumentale laat-archaïsche tempel heeft gestaan. Voor de tempel hebben we al eerder hetzelfde soort plaveisel aangetroffen.”

De weg is ook speciaal ingewijd, getuige een vrijwel intact gebleven bucchero-schaal (zwart aardewerk) onder aan de voet van een funderingssteen. Gnade denkt dat de Via Sacra deel uitmaakte van een groot, vooropgezet stedebouwkundig plan. “De maatvoering van de tufstenen blokken van de zijsteunen, ongeveer 50x80 centimeter, en de mate van precisie komen overeen met die van de tempel en de huizen op de akropolis.”

BELANGRIJKE STADItaliaanse archeologen zullen zich na de vondst van de Via Sacra wel weer eens achter de oren krabben en zich afvragen waarom ze in hemelsnaam in 1977 deze vindplaats aan de Nederlanders voor onderzoek hebben gegeven. Uit de schriftelijke bronnen was bekend dat Satricum in de oudheid een belangrijke stad is geweest. Met de Latijnen als de oorspronkelijke bewoners, die in de vijfde eeuw door de Volsken zijn verdreven. De Volsken, een nog steeds vrij onbekend volk afkomstig uit het Italiaanse binnenland, zijn op hun beurt in de vierde eeuw weer door de Romeinen overweldigd.

Satricum is vanwege zijn belangrijke rol in de geschiedenis een van de vele plaatsen geweest waar aan het einde van de vorige eeuw, toen de Italiaanse archeologie opkwam, de spade de grond inging. De opgravingen leverden met name indrukwekkende terracotta-beelden op van een laat-archaïsche tempel, gewijd aan Mater Matuta.

Na de ontdekking van Satricum, honderd jaar geleden, gebeurde er lange tijd niets. Dat veranderde in de jaren zeventig toen vele vindplaatsen in de regio Latium werden bedreigd. De Italianen konden het archeologische reddingswerk niet alleen aan en riepen de hulp in van buitenlandse instituten. Zo kreeg het Nederlands Instituut in Rome twintig jaar geleden de opdracht het onderzoek van Satricum af te ronden. Toch een beetje een afgekloven boterham, redeneerden de Italianen. Immers, Satricum was al eens onderzocht en verder was het archeologische terrein, met een oppervlakte van veertig hectare, voor tachtig procent voor wijnbouw omgeploegd.

Maar na twee weken graven was het al raak voor de Nederlanders. Ze ontdekten in de fundamenten van de tempel van Mater Matuta een steen met een van de oudste Latijnse inscripties (zesde eeuw v.Chr.), de zogenoemde Lapis Satricanus. (De steen is zo bijzonder dat in 1986 bij de Satricum-tentoonstelling in Nederland slechts een kopie tentoongesteld mocht worden. De laatste jaren hadden de Nederlanders geen idee waar de echte steen zich bevond.Gnade is er onlangs achtergekoemn dat hij keurig opgeborgen is in een magazijn in Monte Cassino). Later, toen het opgravingswerk was overgegaan in handen van de Universiteit van Amsterdam en Groningen, kwamen nog vele andere bijzondere vondsten aan het licht, met als uitschieter een grafveld uit de vijfde eeuw v.Chr. “In heel Latium is geen ander grafveld uit deze periode bekend”, zegt Gnade.

“We hebben geluk gehad”, weet ze. “Als we alleen de akropolis hadden kunnen opgraven, hadden we een beperkt beeld gekregen. Met de vondst van het vijfde-eeuwse grafveld en de Via Sacra krijgen we een aardig beeld van de hele stad en de hele bewoningsgeschiedenis.”

De vele bijzondere vondsten in Satricum compenseren de jarenlange tegenwerking,die de Nederlandse archeologen hebben ondervonden. Vooral de landeigenaar zat hen goed dwars. Hij ploegde zonder toestemming nog eens een stuk land om voor wijnbouw en liet de archeologen niet toe op zijn land. Maar sinds kort is de situatie anders, mede door de vondst van de Via Sacra. “Alle partijen - gemeente, provinciale archeologische dienst en de landeigenaar, die de wijnbouw minder lucratief ziet worden - zijn ineens enthousiast over ons werk.

Ze willen van Satricum een archeologisch park à la Agrigento in Zuid-Sicilië maken”, zegt Gnade. “Wij zouden dan voor de wetenschappelijke invulling moeten zorgen.”