Typische mannen- en vrouwengesprekken, ze blijken te bestaan

Uit een op papier uitgeschreven gesprek kan worden afgeleid of het gaat om een gesprek tussen twee mannen, twee vrouwen of tussen een man en een vrouw.

Onderzoekers van Ithaca College hebben aangetoond dat stereotype ideeën over mannen en vrouwen hierbij een goede leidraad vormen. Het gespreksonderwerp blijkt de belangrijkste indicator voor het geslacht van de gespreksdeelnemers. De gesprekken tussen een man en een vrouw bleken het moeilijkst te raden. Mannen raadden even goed als vrouwen (Personal Relationships, juni 1997).

De onderzoekers lieten 44 studenten een gesprek tussen henzelf en een goede vriend of vriendin (maar geen geliefde) op de band opnemen. Uit deze gesprekken werden willekeurig 10 gesprekken tussen twee vrouwen, 10 gesprekken tussen twee mannen, en 10 gesprekken tussen een man en een vrouw geselecteerd.

Uit elk gesprek selecteerden de onderzoekers een willekeurig stukje van 4 minuten, dat ze volledig uitschreven en voorlegden aan een groep van 150 andere studenten (mannen en vrouwen). Zij moesten de sekse-samenstelling van de gesprekspartners (VV, MM, of MV) raden en opschrijven waarom ze deze sekse-samenstelling vermoedden.

Als een gesprek over vrouwen, sport, vechten, gevangen zitten in een relatie of over drankgebruik ging, namen de studenten aan dat het gesprek door twee mannen gevoerd werd. Relaties, mannen, kleren en kadootjes vonden ze echte vrouwen-onderwerpen. Behalve het onderwerp werd ook het taalgebruik als informatief beschouwd. Vloeken en uitdrukkingen als 'cool, man' en 'that sucks' leidden tot de conclusie dat het hier een mannen-onder-elkaargesprek betrof, terwijl 'cute', 'y'know?' en 'I just love...' met een gesprek tussen twee vriendinnen geassocieerd werden. Er waren geen gespreksonderwerpen of uitdrukkingen die de studenten duidelijk associeerden met een gesprek tussen een man en een vrouw.

De studenten meenden verder dat mannen onder elkaar vaker een vijandige toon aanslaan, mensen bij hun achternaam noemen en in negatieve zin over homoseksuelen praten. Vrouwen onder elkaar zouden meer onzekerheid tonen, meer roddelen, meer lachen, langer de tijd nemen om een onderwerp te bespreken, minder stiltes laten vallen, over onbeduidender dingen praten en elkaar meer steunen. Gesprekken tussen een man en een vrouw werden, meenden de studenten, gekarakteriseerd door een beleefde of juist een flirterige toon en door seksuele spanning. Ook meenden ze dat in zulke gesprekken de vrouw meer aan het woord is en advies geeft aan de man, hoewel de macht duidelijk bij de man ligt.

Al deze tamelijk stereotype ideeën leidden ertoe dat de studenten ruim boven kansniveau scoorden bij het classificeren van de gesprekken: ze hadden het in 63 procent van de gevallen bij het rechte eind, terwijl je op basis van kans een score van 33 procent zou mogen verwachten. De 'gemengde' gesprekken bleken het moeilijkst te raden: die hadden de studenten in slechts 54 procent van de gevallen goed, terwijl de score bij gesprekken tussen twee mannen en tussen twee vrouwen 68 procent was. De studenten zagen een gesprek tussen een man en een vrouw opvallend vaak aan voor een gesprek tussen twee vrouwen: deze systematische fout was verantwoordelijk voor 49 procent van alle foute antwoorden. In 'gemengde' gesprekken drukt de vrouw dus sterker haar stempel op het gesprek dan de man.