Tribune

PostbodeRaymond van Barneveld won zondag de wereldbeker darts. De nummer één van de wereld is postbode.

Waarom kan de Hagenaar in tegenstelling tot zijn Britse collega's niet leven van zijn sport?

Raymond van Barneveld: “Je moet mijn sport natuurlijk niet vergelijken met voetbal, tennis of golf.

Daar ligt het geld voor het oprapen. Darten komt weinig op televisie, dus komen er ook minder sponsors op af. Wij leven naar de Embassy toe, een toernooi in Engeland waar geldprijzen te verdienen zijn. Als ik daar goed presteer, kan ik meer demonstraties geven en openingen verrichten. In Engeland kun je wel van het darten leven. Daar heb je bierbrouwerijen die er veel geld in stoppen. Ze organiseren demonstraties met topspelers, maar ze hebben zelf zoveel goede spelers dat ze mij niet over hoeven te laten komen. Mijn doel is om bijvoorbeeld met Veronica mee te reizen en op braderieën tegen mensen te spelen. Ik wil toch een keer goed verdienen. Want maandag moet ik weer gewoon op mijn fietsje stappen. Dat is toch een hard gelag.''

J. Raatjes, woordvoerder van Heineken Nederland: “Misschien heeft het te maken met de vraag of een sport in alle landen even toegankelijk is. Overal wordt gevoetbald.

Het feit dat darten geen flitsende sport is, is van minder groot belang. Er zijn genoeg schaaktoernooien die grote sponsors trekken, denk alleen maar aan Hoogovens.

Misschien is het toch de bekendheid van de sport. Veel mensen kennen het dartsspel, maar haken af bij de regels. Dan krijg je het kip-en-ei-verhaal. Als er meer aandacht voor de sport is, zullen mensen het eerder begrijpen. Een groot toernooi in Nederland zouden wij niet sponsoren. Wij hebben onze gebieden duidelijk afgebakend.

Daarin is momenteel geen plaats voor darts.''

Margriet Matthijsse, Europees- en wereldkampioene zeilen in de Europe-klasse: “Het is heel gek als je een heel jaar met je sport bezig bent en je er niet van kan leven. Ik maak het zelf ook mee, al krijg ik een bijdrage van het watersportverbond en het NOC*NSF. Daarnaast heb ik twee kleine privé-sponsors.

Maar als je professioneel bezig bent en dus niet kunt werken, lopen de kosten op. Veel voetballers hoeven na hun carrière niets meer te doen. Ik zeg niet dat ze te veel verdienen, want ik zou het ook wel willen. En ze werken er hard genoeg voor. In sommige landen kunnen zeilers wel hun beroep maken van hun sport. Ik weet niet waarom dat in Nederland niet kan.

We zijn weinig in de publiciteit, terwijl we toch regelmatig succes hebben.''

Leonard van Utrecht, profvoetballer bij Cambuur: “Het heeft er mee te maken hoe een sport commercieel in elkaar zit. Als die sport aantrekkelijk is, komt er ook geld vrij.

De verhoudingen liggen daardoor scheef. Financieel gezien ben ik blij dat ik gezegend ben met een beetje voetbaltalent. Je ziet vaak mensen jaren trainen voor de Olympische Spelen terwijl ze bijvoorbeeld ook nog eens voor postbode moeten spelen. Voor voetbal is meer belangstelling en dus meer geld. Van Barneveld had beter in Engeland geboren kunnen zijn.''

C. Vervoorn, beleidsmedewerker topsportprojecten van de overkoepelende sportbond NOC*NSF: “Van Barneveld is geen uniek geval. De hockeyers en de roeiers van de Holland Acht zijn olympisch kampioen geworden, maar kunnen ook niet van de sport rondkomen.

Wij proberen bij NOC*NSF de sporters zoveel mogelijk te ondersteunen. Donderdag heb ik nog contact met de dartsfederatie gehad om de steun aan Van Barneveld te intensiveren. Dat moet je vooral op het immateriële vlak zien. Denk aan presentatietechnieken, mediatraining. Het geld dat wij uitkeren, moet je niet als levensonderhoud zien. Wij proberen randvoorwaarden te creëren om te kunnen presteren. Als de sporter vervolgens presteert, kan hij aan uitstraling winnen.''