Tory-leider Hague wat soepeler jegens EU

LONDEN, 11 OKT. William Hague, de leider van de Britse Conservatieven, heeft zijn weerstand tegen de Europese Monetaire Unie gisteren afgezwakt. In zijn slottoespraak tot het partijcongres in Blackpool sloot hij een Britse deelneming “in de afzienbare toekomst” weliswaar uit. Maar die formulering was veel voorzichtiger dan het standpunt waarmee hij deze zomer de strijd om het Conservatieve leiderschap inging. In juni zei hij nog dat het Verenigd Koninkrijk de komende tien jaar niet moet meedoen aan een Europese munt.

Eerder deze week had de zakenkrant Financial Times al onthuld dat Hague gezwicht was voor druk van een aantal pro-Europa vertegenwoordigers in zijn schaduwkabinet. Prominente parlementariërs als Stephen Dorrell, George Young en David Curry hadden gedreigd met ontslag als Hague niet een meer flexibele opstelling zou innemen ten aanzien van de monetaire unie. Die muiterij laat zien dat onenigheid over Europa binnen de Conservatieven nog niet verdwenen is. Maar het partijcongres had woensdag in niet mis te verstane woorden al laten weten dat de leden van de Conservatieve fractie eens moesten ophouden met hun schadelijk gekibbel over Europa.

Vurig verlangend zich als eenheid te presenteren na de meest verpletterende verkiezingsnederlaag in 91 jaar, werd het hete hangijzer van Europa voor het eerst in jaren genegeerd.

Het eerste partijcongres van de Conservatieven als oppositiepartij in twintig jaar had veel weg van een snelcursus rouwverwerking. Ontkenning, verdriet en woede kregen allemaal ruim baan. De 5.000 afgevaardigden onderwierpen zich vol hartstocht aan een collectieve zelfreiniging die de buitenwereld moest overtuigen dat ook Tories nederig kunnen zijn.

Dat de Conservatieven afwillen van het imago arrogant, dogmatisch en hebzuchtig te zijn, demonstreerde Hague al in augustus met zijn pelgrimstocht van 5.000 mijl langs 10.000 burgers om te horen wat er leeft onder het volk. Gisteren onderstreepte hij nog eens dat de Conservatieven aan het veranderen zijn door blunders uit het recente verleden te erkennen, revolutionair in een partij die zelden aan zelfkritiek deed.

Fout was dat de Conservatieven het Verenigd Koninkrijk acht jaar geleden het Europees Wisselkoers Mechanisme binnen sluisden, zei Hague, ook al werd die ingreep destijds door iedereen gesteund.

Maar voor de verdrijving van Groot-Brittannië uit het Wisselkoers Mechanisme op 'Black Wednesday' 1992 heeft het land een zware economische prijs betaald.

De dag dat de rente in twee keer met vijf procent omhoog ging heeft ook de “de geloofwaardigheid van de partij” zwaar geschaad.

Fout was ook, verklaarde Hague, dat de Conservatieven bij de modernisering van de economie te weinig oog hebben gehad voor maatschappelijke consequenties.

Ze legden te veel nadruk op persoonlijke zelfstandigheid, waardoor ze een dubieuze faam verwierven als individualisten, en zelfs egoïsten. Hague deed zijn best om de Conservatieven weer een sociaal gezicht te geven. Hij proclameerde “de zorgzame partij” die door mededogen wordt geleid.

Hague verweet de Labourregering “gebrek aan principes”. Hij zei dat Labour een nieuwe vorm van cynisme in de Britse politiek heeft geïntroduceerd: het doet er niet toe of iets goed of slecht is zolang het maar aan het grote publiek kan worden verkocht. “Dat is geen leiderschap maar manipulatie“, zei Hague. Hij vergeleek Labour met een hologram dat er verbazingwekkend realistisch uitziet. “Maar als je het probeert aan te raken, vind je niets.”