Rode wangetjes voor Betje Wolff en Aagje Deken

Voorstellingen: Noordpunt Zuidpunt 1997 door Hollandia: Tomorrowland van Kees Roorda en Cecile Brommer. Spel: Carola Alons e.a. Te zien t/m 12/10, Gebouw Volksbond, Zaandam. * Ach Deken! Deken ach! mijn waarde Wolff! naar het leven en werk van Betje Wolff en Aagje Deken. Regie: Jeroen Willems; spel: Henriëtte Koch en Robijn Wendelaar; vormgeving: Elian Smits. Gezien Kerkje Ruigoord, 10/10. Te zien aldaar t/m 19/10. Inl. 075-6310231.

Nooit geweten dat de laat achttiende-eeuwse schrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken zo wrokkig jegens elkaar konden zijn, dat er tussen hen een stille, verbeten creatieve wedijver heerste. Ze kunnen uitermate nuffig zijn, als schooljuffrouwen met te dikke brillenglazen. Ze beleren ook graag, en dan spreken ze de Nederlandse vrouwen toe of de Nederlandse man in het algemeen. Ze maken zich zorgen over al te strenge kinderopvoeding en over de verwording der zeden: “Als een land zich niet verzet tegen moreel verval, dan brengt het zichzelve om.”

De voorstelling in het kerkje van Ruigoord, uitgebracht in de reeks 'Noordpunt Zuidpunt' door gezelschap Hollandia, kon zich geen betere plek voorstellen. Jagende wind over het dak, zwiepende boomtakken achter de glas-in-loodramen en binnen een verstilde, protestantse sfeer. Maar elk ogenblik kan de Dag des Oordeels losbarsten. Hollandia brengt, als gebruikelijk, op verschillende locaties voorstellingen uit, geschreven en geregisseerd door jonge toneelmakers. Kees Roorda en Cecile Brommer schreven Tomorrowland, te zien in het gebouw van de Volksbond in Zaandam. Hier groepen jongeren zich samen die zich vechtend een heftige weg door het leven banen, met als eindbestemming de gelukzalige staat der vergetelheid.

Roorda voerde urenlange gesprekken met jongeren in cafés, levend in de grote stad maar zich toch verschansend buiten de wereld. Dieper Noord-Holland in, in De Rijp, is aan het eind van de maand Whale tale te zien, over walvissen en de 'sudden death' die zij kunnen veroorzaken. Weer terug in Zaandam, in een Hal van de Bruynzeelfabrieken, brengt schrijver en regisseur Peter De Graef De drie mannen van Ypsilanti. Deze drie denken elk voor zich dat ze, onheelbaar schizofreen, Jezus Christus zijn.

Jeroen Willems geeft met Ach Deken! Deken ach! mijn waarde Wolff!! een schitterend portret van dit waardige tweetal. Natuurlijk, die horen in een kerk thuis, want schreef Aagje niet een werk als De voorrechten van het Christendom (1787)? In hun wijde hoepelrokken, met hun eigen portretten als een borduurwerk midvoor, lijken ze op houten beelden die op een muziekdoosje staan. Twee wrakke stoelen en een sinaasappelkistje vormen het enige decor waarin de actrices Robijn Wendelaar en Henriëtte Koch zich in een volgehouden strenge en tegelijk hilarische toon tot de toeschouwers richten. Zo wonderlijk, hoe op het eerste gezicht statisch toneel vol beweging en dynamiek kan zitten.

Het tweetal schuwt de terzijde niet, legt in een minuscule oogbeweging een heel scala aan gevoelens vast, van wederzijdse bewondering tot bijna erotische afhankelijkheid.

De blosjes vliegen op de wangen.

Zoveel dramatiek zag ik zelden in zo'n stichtelijke entourage.