Pure zelfontplooiing

KRIS VERBEECK, als onderwijsadviseur verbonden aan KPC Groep in 's Hertogenbosch, houdt zich dagelijks bezig met vragen als: hoe ontplooien kinderen zich, wat is de rol van de leerkracht en hoe ziet een stimulerende leeromgeving eruit.

Onlangs mocht Verbeeck inspiratie opdoen op een bijzondere school in Ecuador, waar zelfontplooiing van kinderen niet alleen hoog in het vaandel staat, maar in een zeer pure vorm wordt gepraktizeerd. De Pesta-school met zo'n tweehonderd leerlingen tussen de vier en achttien jaar en een veertigtal leerkrachten ligt aan het eind van een hobbelige weg in het stadje Tumbaco, een kleine dertig kilometer van Quito, de hoofdstad van Ecuador. De leerlingen zijn afkomstig uit de lagere sociale klassen en uit de middenklasse, sommigen van hen spreken alleen de plaatselijke indianentaal. Daarnaast wordt de Pesta-school bezocht door een aantal Europese kinderen van wie de ouders in Ecuador werken. De voertaal is Spaans.

De school wordt sinds twintig jaar geleid door het Duits-Ecuadoriaanse echtpaar Rebeca en Mauricio Wild en is erkend door de overheid. Kris Verbeeck draaide gedurende een week mee op de Pesta-school en viel van de ene verbazing in de andere. De school heeft geen rooster, geen klassen, geen vaste leermethodes en er zijn leerkrachten die geen lesgeven maar observeren. De kinderen kiezen zelf wat ze willen doen, ze ontplooien zich door hun 'interne leerplan' te volgen. Als ze van school gaan kunnen ze evenveel als, zo niet meer dan de kinderen die in hun schooluniformen op de naburige scholen gedrild worden. Het grote voordeel: de kinderen van de Pesta-school hebben zelfstandig leren kiezen en zijn niet afhankelijk van het oordeel van volwassenen. Op het weelderige terrein waar de school gevestigd is staan drie gebouwen, vertelt Verbeeck terwijl ze een aantal foto's laat zien. Een rond, houten gebouw met een open veranda bestemd voor vier- tot zevenjarigen, en twee stenen gebouwen, eveneens met open veranda's voor de zeven- tot twaalfjarigen en de twaalf- tot achttienjarigen. Alle leerlingen kunnen vrijelijk overal naar binnenlopen.

Tussen de gebouwen staan speel- en klimtoestellen, er is een zandberg, een tuinhuisje, een voetbal- en een volleybalveld.

Kris Verbeeck: “De onderwijsvisie van het echtpaar Wild is dat kinderen vanzelf groeien en innerlijke drijfveren hebben om een volgende stap in hun ontwikkeling te zetten. Tenminste, en dat is heel belangrijk, als er een omgeving geboden wordt die rijk is aan situaties en materialen waar kinderen van kunnen leren. Alles moet aanzetten tot ontwikkeling, het moet een veilige, voorbereide en ontspannen omgeving zijn.” De drie gebouwen zijn zo ingericht dat er verschillende hoeken of sectoren ontstaan waar kinderen kunnen timmeren, koken, rekenen, kleren wassen, lezen, muziek maken, kappertje, doktertje of winkeltje spelen of uitrusten in een hangmat. Sommige materialen zijn ongestructureerd, zoals de manden met granen en bonen, waar kinderen al naar gelang hun ontwikkeling verschillende dingen mee kunnen doen.

Andere activiteiten zijn meer gestructureerd, zoals in de wiskundesector, en er zijn opdrachten aan verbonden.

“Principe is dat er altijd vanuit concreet materiaal gewerkt wordt naar abstractie”, zegt Verbeeck, “van begrijpen wordt de stap naar kennis gezet”. Leerlingen kiezen zelf wat ze gaan doen, de Pesta-school is een niet-instructieve school. Kinderen ontplooien zichzelf, zo luidt het motto en leraren worden geacht niet in te grijpen bij dit keuzeproces. Ze mogen kinderen niet stimuleren tot een bepaalde activiteit, want dat zou negatieve gevolgen hebben voor hun ontwikkeling. Ze beoordelen kinderen evenmin, meten ze niet af aan andere leerlingen, maar geven ook geen bemoedigende commentaren, want kinderen mogen niet afhankelijk worden van het oordeel van volwassenen.

“Het is de taak van leerkrachten om leerlingen heel goed te observeren”, aldus Verbeeck, “maar ook om de omgeving voor de kinderen zo uitdagend mogelijk te maken. Ze vervaardigen veel eigen materiaal en zoeken dingen bij elkaar.”

De rol van de leerkracht op de Pesta-school heeft Verbeeck misschien nog wel het meest gefascineerd. Het kostte haar zelf de eerste dagen veel moeite om zich niet met de kinderen te bemoeien, hun raad te geven hoe ze iets beter konden doen, of te waarschuwen tegen bijvoorbeeld het gevaar van een mes. Omdat leerkrachten zich afwisselend in alle hoeken van de school ophouden, kennen ze alle kinderen en worden kinderen ook door verschillende leerkrachten geobserveerd. “Ze zitten rustig te kijken, en ze zien heel erg veel”, zegt Verbeeck. “De punten waar ze op letten hebben ze in hun hoofd. Ik zag ze zelden wat opschrijven over een kind.” 's Middags, als de leerlingen naar huis zijn, praat het team over wat ze bij de leerlingen hebben waargenomen.

De school van het echtpaar Wild is geen anti-autoritaire erfenis uit de jaren zeventig, benadrukt Verbeeck, het is een niet-directieve aanpak, waar wel degelijk regels en grenzen gelden. Maar deze regels zijn ingegeven door situaties die niet goed liepen of problemen opriepen. Er wordt veel met de kinderen over gepraat. Gemiddeld duurt het zo'n twee jaar voordat een leerkracht zich deze manier van werken heeft eigen gemaakt.

“Een van de moeilijkste dingen is om je als leraar terug te trekken en de keuzes aan de kinderen over te laten”, concludeert Verbeeck.

Maar hoe gaat het met kinderen die zich niet voldoende ontwikkelen en bijvoorbeeld niet ergens tussen hun vijfde en hun negende hebben leren lezen? Extra stimuleren wordt niet als oplossing gezien, er wordt naar de oorzaak van deze achterstand gezocht in de omgeving van het kind.

Vaak blijkt dan, zo vertelde de medewerkers van de school aan Verbeeck, dat er problemen of spanningen zijn in de thuissituatie of dat een kind te weinig aandacht en liefde krijgt en zich daardoor niet 'volwaardig' kan ontwikkelen. In de relatie tussen de school en de ouders wordt aldus Verbeeck, bewonderenswaardig veel energie gestoken. “Het liefst wil de school dat de ouders zich mee-ontwikkelen met het kind.”

Wat kan deze in Ecuador opgedane inspiratie betekenen voor het Nederlandse onderwijs? Hoeveel gelukkige kinderen en leerkrachten Verbeeck ook op de Pesta-school heeft gezien, zo'n systeem kun je niet zomaar kopiëren. “Toch sluit veel van wat ik daar gezien heb aan bij onze discussies over zelfstandig leren en over adaptief onderwijs, dat zich voegt naar de ontwikkeling van het kind”, zegt Verbeeck. Met de ervaringen van Ecuador in het achterhoofd zou er wat haar betreft intensiever gediscussieerd kunnen worden over de vraag in hoeverre kinderen zelf kunnen kiezen wat ze op welk moment willen leren. Ook het intensief observeren van kinderen zou tot de basisvaardigheid van een leerkracht moeten behoren.

Leerlingvolgsystemen en het onophoudelijk toetsen van kinderen zijn vormen van controle die volgens Verbeeck op de school van het echtpaar Wild nooit gebruikt zouden worden, omdat de maatstaf buiten het kind wordt gelegd. “Zij geven altijd aan wat een kind wel kan, nooit wat het niet kan. De standaard ligt in het kind zelf.” Een derde punt dat Verbeeck belangrijk vindt is de inrichting van de schoolomgeving. “Bij ons gaat het vooral om de klasinrichting, minder om de schoolinrichting als geheel.”