Na vijf jaar de bons

Wie op Mavo of VBO voor de tweede keer blijftzitten is de klosSinds de invoering van de basisvorming in 1993 mogen leerlingen op de Mavo en het vbo maximaal vijf jaar over hun opleiding doen. Voor wie een keer bleef zitten wordt het eindexamen dit jaar dus extra spannend. De rechtvaardigheid van de maatregel is omstreden.

CLAIRE, 16 JAAR, zou een goede Mavo-leerling moeten zijn, gezien haar Citotoetsscore. Haar ouders hadden hoge verwachtingen. Maar juist die druk werd Claire te veel. Door onzekerheid en faalangst bleef ze in de tweede klas zitten. Nu moet ze eindexamen en hangt boven haar hoofd een zwaard van Damocles. Als ze zakt moet ze door de 'vijfjarenmaatregel' weg van school, zonder diploma. Waar kan ze dan naar toe? Het enige alternatief is een beroepsopleiding, op een niveau waar geen diploma voor nodig is: de assistentenopleiding.

Het geval van Claire staat niet alleen, zegt haar decaan Wil van Doorn, van de Jozef Mavo in Tilburg. Op die school alleen staat 20 procent van de eindexamenkandidaten er al zo voor. Van Doorn heeft dan ook grote moeite met de vijfjarenmaatregel: “Er zijn talloze omstandigheden denkbaar waardoor een leerling tijdelijk slecht presteert en niet voldoende heeft aan vijf jaar.

Dyslexie, scheiding, het overlijden van een van de ouders. Het is toch triest als een leerling om die reden zonder diploma van school moet?'' De maatregel is te streng, want een jaar extra voor sommige leerlingen voldoende zou zijn om het diploma alsnog behalen, oordeelt de decaan. Nu mogen alleen langdurig zieke of invalide leerlingen zes jaar over de Mavo of het VBO doen, net als jongeren die geen regulier basisonderwijs hebben gevolgd.

De scholen moeten wel meedoen. Als een leerling het diploma niet binnen vijf jaar haalt, eindigt de overheidsfinanciering. Hij of zij moet dan doorstromen naar het laagste niveau van een beroepsopleiding. Paradoxaal genoeg ligt hierin juist de rechtvaardiging van deze maatregel, aangezien het doel ervan is om zoveel mogelijk jongeren voldoende gekwalificeerd op de arbeidsmarkt te brengen. Een leerling die op zijn negentiende zijn Mavo-diploma behaalt, heeft dan eigenlijk nog niks en moet een vervolgopleiding gaan doen. In de vijfjarenmaatregel was dezelfde leerling al veel eerder aan die beroepsopleiding begonnen en had hij op zijn negentiende al een vak geleerd.

AFZAKKEN Momenteel verlaat negen procent van alle leerlingen zonder diploma het voortgezet onderwijs. Vanzelfsprekend liggen daar diverse redenen aan ten grondslag. “De vijfjarenmaatregel is er één van, maar vormt niet het hoofdbestanddeel”, aldus Pieter Dekkers, coördinator voortijdige schoolverlaters bij de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC)

Hij voegt daaraan toe dat de vijfjarenmaatregel zich het sterkst manifesteert op het VBO. Immers een Mavo-leerling kan 'afzakken' naar het VBO, voor een VBO-leerling is het IVBO het enige alternatief, maar dat is feitelijk bedoeld voor zwakbegaafde leerlingen.

Of het percentage voortijdige schoolverlaters zal toe- of afnemen ten gevolge van de vijfjarenmaatregel is nog onduidelijk, aangezien dit jaar de eerste examengroep, die onder deze maatregel valt, van school komt. Leerlingen die de afgelopen jaren ten gevolge van de maatregel zijn doorgestroomd naar een andere onderwijsvorm zijn al vóór het examen twee maal gedoubleerd. Hoeveel leerlingen dat betreft is onduidelijk, omdat ook binnen scholengemeenschappen met een Mavo- en VBO-afdeling leerlingen doorschuiven. Het aantal moeilijk te herplaatsen leerlingen is echter zeer gering. In een stad als Den Haag betreft dit zo'n vijf leerlingen per jaar.

Over de wenselijkheid en de effecten van de vijfjarenmaatregel wordt binnen de onderwijswereld verschillend gedacht. “Een leerling die langer dan vijf jaar over de Mavo doet hoort daar niet thuis”, meent Thèrèse Verspaget, adjunctdirecteur van de Jozef Mavo in Tilburg. Volgens Verspaget heeft de vijfjarenmaatregel als een positief effect dat scholen zorgvuldiger adviseren in het verplichte tweede-leerjaar-advies om te trachten het probleem van voortijdig schoolverlaten te voorkomen. “Je wacht niet tot een leerling twee keer blijft zitten, maar verwijst hem al voor die tijd. Het gaat nog altijd om wat het beste is voor de leerling”, aldus Verspaget. De Jozef Mavo kent dan ook een groeiende uitstroom van leerlingen naar het VBO. Leerlingen gaan van 2-Mavo naar 3-VBO en verliezen zo geen tijd. Kanttekening hierbij is dat het dan wel mogelijk moet zijn voor een leerling om door te stromen, aangezien het kritische aannamebeleid van VBO-scholen een belangrijk knelpunt is.

De VBO-scholen zijn kritisch in hun aannamebeleid omdat vaak gedragsproblemen ten grondslag liggen aan het slecht presteren van leerlingen.

Bovendien hebben ze de eerste teleurstellingen in het leven te verwerken gehad,doordat ze 'gefaald' hebben op de Mavo. Of dat nu in hun eigen ogen is of in de ogen van de ouders. “Wij hebben er onze handen vol aan om ze dan weer op het juiste spoor te krijgen”, verduidelijkt Ad Verschuren, decaan op de Scholengemeenschap Breda, unit Tessenderlandt (VBO). Per saldo wordt op deze school zo'n 20 procent van de aanmelders niet toegelaten, waarbij de haalbaarheid van een diploma binnen de gestelde termijn een groeiende factor in de overwegingen is. Dat dit in individuele gevallen tot vervelende situaties kan leiden moge duidelijk zijn. 'Vorig jaar zijn er op onze school twee leerlingen nog een keer gedoubleerd, omdat er geen plaats was op een VBO-school, terwijl iedereen weet dat ze de Mavo niet zullen halen”, zegt Frans Roovers, tot vorig jaar conrector op het Tilburgse Cobbenhage College en nu tijdelijk werkzaam op de Jozef Mavo.

Directeur A. Priem van Tessenderlandt ziet een ander positief effect van de maatregel: “Het kwalificeert het VBO-diploma in het bedrijfsleven op een hoger niveau, omdat je het binnen een gestelde termijn moet behalen.”

LAAG AANZIEN Priem is van mening dat leerlingen die in vijf jaar geen VBO-diploma halen ook geen recht hebben op dat diploma, omdat het afbeuk doet aan de maatschappelijke waardering ervan. En het aanzien van VBO-scholen is al zo laag. Volgens Boudewijn Veltman, leerplichtconsulent bij de gemeente Breda ligt hierin zelfs de basis van de problematiek. “Ik hoor mensen nog heel geregeld zeggen 'mijn kind gaat niet naar de huishoudschool',” zegt hij.

“Ouders willen koste wat kost hun kind op de Mavo hebben, terwijl het daar misschien de capaciteit niet voor heeft.” De vijfjarenmaatregel kan de acceptatie bij ouders noodgedwongen versnellen. Doorstromen naar het VBO is immers beter dan uiteindelijk met lege handen komen te staan.

RMC-coördinator Dekkers onderschrijft dit en ervaart dat al in het basisonderwijs de waardering voor het VBO gering is. “Basisscholen verwijzen liever naar de Mavo, vanwege de status en doordat een kind dan nog wat langer algemeen gevormd wordt en niet direct een richting hoeft te kiezen.

'' Wat dit betreft kan de samenvoeging van Mavo en VBO in 1998 een deel van de problematiek wegnemen.

Als leerlingen er niet in slagen op de Mavo of het VBO hun diploma te behalen zijn ze aangewezen op het aanbod van de diverse Regionale Opleidingen Centra (ROC), die het beroepsonderwijs in de 'tweede fase' verzorgen.

Daar kunnen ze nu nog 'schakelen' in een opleidingsgerichte of beroepsgerichte klas. Vanaf volgend jaar gaat dat echter veranderen. Dan kunnen leerlingen alleen nog maar instromen in het laagste niveau van een beroepsopleiding, de assistentenopleiding die leidt tot functies die alleen onder supervisie moeten worden beoefend. Wat kan een leerling met dat diploma? “Niet veel”, antwoordt J. Peters, decaan van de unit educatie op het ROC in Breda.

“Ongeschoold werk verrichten onder toezicht.” Wel kunnen leerlingen na de assistentenopleiding doorstromen naar hogere niveaus en een middenkaderopleiding volgen. In de praktijk blijkt echter slechts 20 daadwerkelijk door te stromen.

Binnen de ROC's heerst om verschillende redenen meer weerstand tegen de maatregel dan binnen de Mavo's en de VBO's. Peter Heijne is als consulent van het Adviesbureau voor Opleiding en Beroep (AOB) in Tilburg werkzaam bij het ROC Midden-Brabant. Zijn grootste bezwaar tegen de maatregel is dat die het probleem doorschuift. “Een leerling verlaat zonder diploma de eerste fase en komt vervolgens op een beroepsopleiding in de tweede fase terecht. Alsof je een huis aan het bouwen bent op een half afgebouwd fundament.” Bovendien leidt de maatregel er volgens Heijne toe dat leerlingen met totaal verschillende achtergronden bij elkaar worden gezet in de tweede fase: leerlingen die de capaciteiten niet hebben en leerlingen met gedragsproblemen, die wel het intellect voor een opleiding op een hoger niveau hebben. “Dat is juist de groep leerlingen die afknapt en de school zonder diploma verlaat. Het is verkeerd de oplossing te zoeken in een andere vorm van onderwijs. Het probleem bij deze jongeren zit in hun gedrag. Daar moet aan gewerkt worden.”

TOENAME Heijnes collega, beroepskeuzeadviseur Frans Roefs merkt ten gevolge van de vijfjarenmaatregel al een duidelijke toename van leerlingen die een beroep doen op het ROC. Zijn bezwaar tegen de maatregel is dat er jongeren bij het ROC aankloppen omdat ze moeten, niet omdat ze een beroep willen leren. Juist bij Mavo-leerlingen, maar ook bij jonge VBO'ers levert dit problemen op, omdat ze absoluut geen idee hebben wat ze willen. En weten ze dat wel, dan zijn het volgens Roefs vaak zeer irreële verwachtingen die niet stroken met hun afgebroken schoolloopbaan. “Een leerling die dol is op dieren en daarom dierenarts wil worden.” Dergelijke leerlingen moeten met beide benen op aarde worden gebracht, waarna een traject kan worden uitgezet naar een realistischer doel. Of dat doel haalbaar is, is afhankelijk van de bereidheid van de opleiding om de leerling toe te laten. “Sommige leerlingen leveren grote problemen op. Dan wordt het de 'hete-aardappel-problematiek'. Je hebt een hete aardappel in je hand en die moet je kwijt, maar niemand wil hem hebben.”