Looneisen IG-Metall en SPD belagen Duits herstel

Zodra Zwickel spreekt, huivert ondernemerslandVakbondsleider Zwickel en SPD-voorman Lafontaine eisten deze week een scherpe loonsverhoging.

Daarmee dreigen zij uitgerekend de eigen achterban te duperen. Want polarisatie leidt in het huidige Duitsland zeker niet tot extra banen.

BONN, 11 OKT. Klaus Zwickel, de machtige vakbondsleider van IG-Metall en zijn kompaan Oskar Lafontaine, topman van de SPD, oogstten deze week bij vriend en vijand hoon. Zij hadden de werknemers opgeroepen vooral hoge looneisen te stellen. Vijf procent?

Laat me niet lachen, zei Dieter Schulte, voorzitter van de grote vakorganisatie Deutscher Gewerkschaftsbund (DGB), hoofdschuddend voor de televisiecamera's.

Begin van de week vonden Zwickel en Lafontaine dat ze hun spierballen moesten laten zien.

Een gematigde loonpolitiek mag geen duurzame situatie worden, verklaarde de SPD-voorzitter. In de verkiezingsstrijd presenteert hij zich tegenover zijn rivaal Gerhard Schröder, de Genosse der Bosse, graag als vakbondsvriend.

Zwickel kondigde aan dat “de jaren van bescheidenheid voorbij zijn”. Hij staat aan het hoofd van de metaalarbeidersbond, die ruim drie miljoen leden telt en vorig jaar wekenlang de metaal- en automobielindustrie in het zuiden lamlegde. Zodra Zwickel het woord neemt, huivert ondernemersland.

Volgens de vakbondsleider moet het afgelopen zijn met de loonmatiging. De aandelenkoersen zijn tot ongekende hoogte gestegen, de winsten van de grote bedrijven rijzen de pan uit. Daar moet iets tegenover staan, zei Zwickel vechtlustig, die met zijn harde standpunt een interne strijd voert tegen de realos in zijn bond.

Inderdaad, ook in Duitsland beleven beleggers gouden tijden. De belangstelling voor het laatste pakket aandelen Lufthansa, de luchtvaartonderneming die momenteel volledig wordt geprivatiseerd, blijkt zo groot te zijn dat de emissie royaal is overtekend.

Ook met de winstontwikkeling in het bedrijfsleven gaat het bergopwaarts, mede door de aanhoudende rationalisering van de productie. Aangezien er steeds meer Duitse concerns genoteerd zijn aan de Amerikaanse effectenbeurs Wall Street - Veba en Hoechst zijn de jonste aanwinsten - vinden Amerikaanse mores ook in de Bondrepubliek een willig oor. Shareholder-value is het credo: de fixatie op een zo hoog mogelijke winst met het doel de aandeelhouders te gerieven.

Waarom zouden werknemers gezien deze ontwikkeling nog langer matigen, vroeg Zwickel zich af.

De linkse Lafontaine maakte het nog bonter: volgens hem kan slechts een hogere koopkracht de binnenlandse vraag aanzwengelen.

Probleem is dat steeds meer werknemers hun baan kwijtraken.

Lafontaine en Zwickel hadden hun salariswensen nog niet gesteld, of de voorzitter van de Duitse arbeidsbureaus maakte bekend, dat de werkloosheid in september tot een naoorlogs record is gestegen van 4,5 miljoen.

Weliswaar trekt de economie onder invloed van de internationale conjunctuur aan, maar de opleving leidt amper tot een verbetering op de arbeidsmarkt. In het westen van Duitsland stabiliseert de werkloosheid op een hoog niveau, in het oosten groeit het aantal mensen dat op straat wordt gezet.

Met hun looneisen spelen Zwickel en Lafontaine gevaarlijk spel.

Lukt het niet de voorzichtige koers van loonmatiging, die pas recentelijk werd ingezet, vol te houden, dan dreigt de werkloosheid verder toe te nemen. Als de vakbeweging in de CAO-besprekingen voor 1999 inderdaad hoge looneisen stelt, dan zullen de ondernemers proberen de volgens hen noodzakelijke verlaging van de loonkosten langs andere wegen binnen te halen. Extra ontslagen en een verdere verplaatsing van de productie naar het buitenland liggen in het verschiet.

Deze week kregen de wapenbroeders Zwickel en Lafontaine de wind van voren. Niet slechts van regering en werkgevers. Ook van hun eigen vakbondsbroeders. Hubertus Schmoldt, voorzitter van de pas gefuseerde Industriebond Chemie, Mijnbouw en Energie, distantieerde zich openlijk van een looneis.

Voortzetting van de gematigde loonpolitiek is noodzakelijk gezien de dramatisch hoge werkloosheid, zei Schmoldt. Ook DGB-voorzitter Schulte keerde zich tegen hoge salarisstijgingen.

Belastingverlaging en bestrijding van de belastingontduiking hebben meer effect op de binnenlandse conjunctuur, meent Schmoldt. Hij heeft gelijk. Met hun achterhaalde ideeën duperen Zwickel en Lafontaine vooral de eigen achterban. In een tijd van kwetsbare arbeidsverhoudingen levert een polarisatiekoers in elk geval geen extra banen op.